Joep Bos-Coenraad: Bètaonderwijs stukbezuinigd
‘Studeer jij scheikunde? Daar snapte ik niks van, dat vak heb ik zo snel mogelijk laten vallen’.
Als ik voor iedere keer dat iemand dat tegen mij zei een studiepunt kreeg, was ik al halverwege mijn studietijd afgestudeerd. Helaas slaat dat nergens op en ben ik nu een trotse langstudeerder. Ik vind het trouwens uitstekend hoor, dat diehard alfa’s de bètavakken laten vallen. Je moet niet doen waar je geen aanleg voor hebt, om je te concentreren op vakken waar je wel mee uit de voeten kunt.
Wat ik echter niet goed vind, is dat het algemeen geaccepteerd is – in sommige kringen eerder populair – om slecht te zijn in bètavakken, terwijl dat voor alfavakken niet geldt.
De afgelopen decennia is niet alleen het niveau van de bètavakken in het middelbaar onderwijs stelselmatig afgebroken, het is ook nog steeds mogelijk om zonder exacte vakken in je pakket af te studeren, terwijl er verplichte vreemde talen bij zijn gekomen. Iemand die goed is in talen maar allergisch is voor wiskunde haalt probleemloos een vwo-diploma, maar omgekeerd gaat slim bètatalent ‘verloren’ op de havo waar het nog minder wordt uitgedaagd in de bètavakken, omdat het om uiteenlopende redenen de alfavakken op het vwo niet tot een succes zou maken.
De Haagse logica achter de bèta-afbraak? We beginnen met het ‘doel’: de helft van Nederland moet hoger opgeleid worden. Om dat te halen mogen er, zo vindt men, best wat concessies aan het niveau van het hoger onderwijs gedaan worden, maar daar blijft het niet bij.
Grofweg tien procent van de Nederlanders kan en wil echt iets met exacte vakken. Wat doet de beleidsmaker dan? Precies: deze kleedt het bètaonderwijs uit. Zo combineert een minister ‘een kwaliteitsslag’, rendement is immers kwaliteit zoals iedereen weet, met een bezuiniging: eerstegraads bètadocenten sterven bijna uit omdat ze niet marktconform verdienen. De markt betaalt zoveel beter omdat ze zo schaars zijn. Ze zijn schaars omdat er zo weinig afstuderen.
Enfin, als gevolg van deze ‘onderwijsverbetering’ worden er nu nog minder bèta’s opgeleid en u ziet al in welke richting deze spiraal gaat. Maar omdat, passant Plasterk uitgezonderd, nagenoeg iedere minister op elk ministerie een alfa-achtergrond heeft, weigert de overheid de waarde van beter bètaonderwijs in te zien. Als het niet zo rendabel was, zou de semidemocratische overheid van Singapore hier nooit zoveel in investeren.
Naast het droevige niveau van het middelbare bètaonderwijs is er helaas nog een reden waarom Nederland als kenniseconomie razendsnel ingehaald wordt door Singapore: wie ondanks de plannen van Van Bijsterveldt en Zijlstra toch nog wis- of natuurkunde gaat studeren, moet toch wel masochistische trekjes vertonen.