Joep Bos-Coenraad: Implicaties voor een Darwinist

12 mei 2011

Zo nu en dan staat er iemand op die roept dat ‘het scheppingsverhaal’ als ‘alternatief’ voor de evolutieleer dient te worden onderwezen. Dat lijkt me niet. Niet-wetenschappelijke verhaaltjes horen bij culturele vakken als levensbeschouwing, maar niet bij een empirisch vak als biologie. Moge het duidelijk zijn: ik ben een Darwinist. Wat mij betreft staat niet ter discussie dat er natuurlijke selectie plaatsvindt waardoor diersoorten ontwikkelen en ontstaan. De noodzaak van ‘intelligent design’ is mij ook onduidelijk, bovendien roept een schepper die alles heeft uitgestippeld bij mij alleen maar meer vragen op.

Immanuel Kant (1724-1804) was de schepper van het antropocentrisme. Hoewel hij zorg voor dierenwelzijn niet van de hand wees, had een dier volgens hem geen intrinsieke waarde. De waarde van een dier was volgens Kant gerelateerd aan het nut voor de mens. Vijf jaar na de dood van Kant werd Charles Darwin (1809-1882) geboren en op zijn vijftigste zou hij het boek uitbrengen dat de wereld zou veranderen: On the Origin of Species. Darwin baseerde zich op waarnemingen in de natuur, en beschreef een proces van ontwikkelingen van diersoorten. De eeuw daarna kwam de genetica op die de bouwstenen voor dit proces beschrijft. Genetica stelt ons in staat de herkomst van diersoorten te onderzoeken. Met genetische modificatie kunnen we zelfs nieuwe organismen ‘maken’ in minder stappen dan de natuur.

Om van het eerste gewervelde organisme tot de mens te evolueren, had de natuur een luttele honderden miljoenen generaties nodig. Stapje voor stapje ontwikkelden onze voorouders zich tot deze diersoort die naar de datum op een verpakking kijkt om te zien of iets eetbaar is, en bovendien ontvankelijk is voor veel te roze Lellie Kelly reclames.
Dat een chimpansee op zijn beurt geen mens is, komt omdat de voorouder van de chimpansee zich op een gegeven moment te goed voelde (kan ook zomaar iets anders zijn geweest hoor) om nog langer met haar kalende soortgenoten te spelen. Naast de grote cultuurverschillen groeiden de soorten zozeer uit elkaar dat ze elkaar niet eens meer konden bevruchten. Toch zijn beide soorten geleidelijk ontstaan uit een gedeelde voorouder grofweg zo’n 10 miljoen jaar geleden.

Kant kon het niet weten want Darwin was nog niet geboren, maar het verschil tussen mens en dier is niet zo evident en dit verschil heeft zich ook niet op een eenduidig vast te stellen moment in het verleden gemanifesteerd. Diersoorten die niet vechten voor het voortbestaan van hun soort sterven uit. Het is daarom, evolutionair gezien, niet vreemd dat een diersoort zich boven de anderen stelt. Maar zoals we zouden kunnen beoordelen wat een mensenleven waard is, kunnen we dat ook met dieren doen, zo verschillend zijn we immers niet.
Deze intrinsieke waarde kunnen we relateren aan de ontwikkeling van de diersoort, ik verwacht iets als: forel < kip < varken < mens. Als we analoog mishandeling/verwaarlozing en het doden van een diersoort een prijskaartje geven kan de kilo-knaller bio-industrie haar deuren sluiten. De crux is het vinden van een verdeelsleutel en het beoordelen van kwaliteit van leven, maar erkenning van de intrinsieke waarde van het leven van onze verre familie, de andere diersoorten, lijkt me een goed begin. Hoeveel kamelen ben jij waard?

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!