Kijken in het brein van de dader

06 apr 2017

Een opsporingsmethode die het brein van een verdachte onderzoekt op kennis van details van een delict, hoe mooi is dat? Toch vindt jurist Dave van Toor niet dat de politie de methode moet gaan gebruiken.

De Guilty Knowledge Test of geheugendetectietest is een opsporingsmethode waarmee de politie met zo’n 80 procent zekerheid kan achterhalen of een verdachte kennis heeft die alleen een dader bezit. Niet genoeg om de verdachte meteen achter de tralies te stoppen, maar dat is sowieso niet mogelijk in een strafrecht dat minstens twee bewijsmiddelen vereist. Maar het is een degelijk begin. En dat vinden ze in Japan waarschijnlijk ook, want de Japanse politie past de methode al decennialang toe.

Dader
Hoe het werkt? De meest gangbare manier is een EEG, waarbij een verdachte een hoofddeksel met elektroden krijgt. Op een computerscherm ziet hij of zij afbeeldingen dan wel woorden die te maken hebben met het strafbare feit. Naast de juiste afbeelding van het moordwapen of de kleren van het slachtoffer staan nog vier andere wapens of kledingsets. Alleen de dader weet welk wapen bij het strafbare feit is gebruikt of welke kleren het slachtoffer droeg. En laat bij het zien daarvan dus activiteit zien in de hersengebieden die met het geheugen van doen hebben. Als de verdachte een groot deel van de afbeeldingen of woorden herkent, duidt dat erop dat hij waarschijnlijk de dader is.

Deze geheugendetectietest heeft veel voordelen, schrijft jurist Dave van Toor in zijn proefschrift. Duur is-ie niet, als je de kosten bijvoorbeeld vergelijkt met die van het infiltreren in een organisatie of het afluisteren van gesprekken. Ook neemt de test en de analyse van de resultaten weinig tijd in beslag.

‘Als er iets privé is dan zijn het wel onze herinneringen’

En toch is Van Toor, die voor zijn promotie alle voor- en nadelen op een rij heeft gezet, tegen invoering van de opsporingsmethode. Het recht op privacy wordt hier geschonden, vindt hij. En dat is in zijn ogen buitengewoon ernstig. ‘Privacy is heel belangrijk in onze westerse samenleving. Wij willen niet alles delen met anderen. En als er iets privé is dan zijn het wel onze herinneringen. Die moet je niet tegen de wil van een verdachte in de openbaarheid brengen.’

Holle leus
De methode druist in tegen nog een ander recht, vindt Van Toor. Een verdachte hoeft in beginsel niet mee te werken aan zijn eigen veroordeling en heeft daarom altijd het recht om te zwijgen. Haal je iemands herinneringen naar boven, dan dwing je hem in zekere zin toch tot het geven van informatie. ‘Neurogeheugendetectie maakt het zwijgrecht tot een holle leus.’

Misschien dat de methode wél aantrekkelijk is voor advocaten die de onschuld van hun cliënt willen bewijzen, oppert Van Toor. Als die cliënt daar dan tenminste toestemming voor geeft.

Dave van Toor promoveert op 20 april op zijn onderzoek in de Aula.

VOX on tour-05

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

1 reactie

  1. De Leugenacademie schreef op 8 maart 2019 om 13:58

    Er zijn ook mensen die hun onschuld willen bewijzen. In die gevallen zou het een goede methode zijn. Om deze methode bij advocaten te gebruiken is het wel van belang dat de politie niet uitgelekte informatie deelt met de advocaat zodat hij hierop zijn cliënt kan testen. Ik acht de kans dat de politie dat gaat doen niet al te groot.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!