Kind met ADHD is niet ‘gewoon moeilijk’

17-02-2017, 07:59

Foto: pixabay

Mensen met ADHD hebben kleinere hersenen, blijkt uit een nieuwe studie. Onderzoeker Martine Hoogman van het Radboudumc: ‘Met dit onderzoek proberen we meer duidelijkheid te krijgen over de neurobiologie van ADHD, wat hopelijk bijdraagt aan een betere erkenning voor de stoornis.’

‘Vaak hoor ik “dat bestaat niet” of “gewoon een moeilijk kind” wanneer het over ADHD gaat’, zegt postdoc Martine Hoogman van het Radboudumc. Gisteren publiceerde ze de grootste neuro-imaging studie tot nu toe bij mensen met ADHD, in het vakblad The Lancet Psychiatry. Ze toont aan dat mensen met ADHD kleinere hersenen hebben. Eerder onderzoek naar de stoornis was vaak moeilijk te interpreteren, waarschijnlijk door het gebruik van verschillende onderzoeksmethoden en een te kleine onderzoekspopulatie.

Hoogman analyseerde opnieuw de gegevens uit 23 eerdere studies naar de volumes van zeven hersengebieden, waarbij zo’n 3.200 hersenbeelden van mensen met en zonder ADHD zijn gebruikt. Wat blijkt: vijf hersengebieden zijn kleiner bij mensen met de stoornis, in vergelijking met gezonde proefpersonen. Het grootste verschil doet zich voor bij de amygdala, het hersengebied dat een belangrijke rol speelt bij emotieregulatie.

‘Meer duidelijkheid over ADHD kan bijdragen aan een betere erkenning voor de stoornis.’

Hersenstoornis
‘Met dit onderzoek hoop ik aan te tonen dat ADHD, net als depressie, schizofrenie of een bipolaire stoornis, wel degelijk een hersenstoornis is en dus serieus genomen moet worden. Op deze manier kan meer duidelijkheid over de neurobiologie van ADHD bijdragen aan een betere erkenning voor de stoornis.’

Dat ADHD een veelvoorkomende stoornis is, moge duidelijk zijn: een op de twintig kinderen heeft symptomen. Twee derde van deze groep houdt symptomen in het volwassen leven. De door Hoogman gevonden verschillen kunnen helpen bij het onderzoek naar de vertraagde hersenontwikkeling die karakteristiek is voor de aandachtsstoornis. ‘De verschillen in hersengrootte waren duidelijk aanwezig bij kinderen. Bij volwassenen was dit verschil al veel minder te zien.’ Daarom veronderstellen de onderzoekers dat de vertraging in de ontwikkeling van het brein karakteristiek is voor ADHD.

Verschillen
Op de vraag of de huidige methode voor het diagnosticeren van ADHD (een vragenlijst over onder andere gedrag en concentratievermogen) hiermee overboord kan, antwoordt Hoogman stellig: ‘Nee. Dit onderzoek is gebaseerd op gemiddelden van een grote groep, maar er zijn natuurlijk veel verschillen per individu. Op basis van de hersenscan alleen kan geen ADHD worden vastgesteld, maar wellicht kan een scan in de toekomst een rol gaan spelen bij de diagnose.’

Hoogman hoopt dat de resultaten meer begrip opleveren voor ADHD en dat er voortaan niet alleen meer gesproken wordt over ‘moeilijke kinderen’ of ‘een slechte opvoeding’.

Geef een reactie