De naakte waarheid over sporten

29-09-2016, 17:09

Foto: Bert Beelen

OPINIE Morgen viert het Radboud Sportcentrum zijn vijftigste verjaardag met het congres ‘De kracht van Sport’. Er mag veel kracht in schuilen, onder de vlag van sport gaat ook veel onzin schuil, zegt sportfilosoof Ron Welters. Hij geeft de congresgangers extra stof tot nadenken.

Het staat glashard in Aristoteles’ Ethica Nicomacheia (zie kader), en deze wijze les geef ik de overmatig gespierde jongeheren in bestudeerd nonchalante uitfitting die de fitnessruimte van het Radboud Sportcentrum frequenteren graag mee. Het gaat niet om de perfect ogende bi- en triceps, maar om wat je er mee kunt. Het kan natuurlijk zijn dat de knapen (en sinds enige tijd ook het clubje bozig pompende manga-meiden) hun lijven pimpen ter meerdere eer en glorie van een specifieke sport. Worstelen, gewichtheffen, kogelstoten of zoiets. Misschien zelfs voetbal. Want daar doen ze tegenwoordig ook veel aan de spiertonus.

Dat weet ik niet. Waar ze in elk geval wel grif mee bezig zijn is de opgepoetste buitenkant conform de cover van Men’s Health. In de kleedkamer zie ik ze overigens zelden een douche nemen. Wel gebruiken ze deo, doen ze hun haar en gieten ze menige zuurstokroze of knalgele eiwitshake naar binnen.

Het gymnasion
Om op Aristoteles terug te komen: ’s mans beroemde lyceum was eigenlijk een gymnasion, de naam waaronder het Radboud Sportcentrum tot voor kort ook door het leven ging. ‘Gymnos’ betekent naakt. Want de vrije Griekse mannen die daar bijeenkwamen sportten in hun blote pielenmuis. Wat ze overigens ook deden was erotische dingen met onschuldige jonge knapen uithalen, waar zoals inmiddels bekend later de katholieke kloosters voor zijn uitgevonden. (De Platoonse liefde is andere koek dan men doorgaans denkt.) En bomen opzetten over grote gedachten. Dat ook nog.

Fitnessers hebben doppen in. Kijken op een display naar wattages. En praten hooguit geestdriftig over getilde gewichten.

Dat diepe filosoferen heeft het uiteindelijk gewonnen van de naakte sport in het geval van Aristoteles. Ons hedendaags gymnasium verwijst naar die preoccupatie met het cerebrale. Naakt sporten gebeurt niet meer. Godzijdank. Wel jammer dat dat idee van fijnzinnig converseren tijdens het zwetend excerceren ook geen opgeld meer doet. Fitnessers hebben doppen in. Kijken op een display naar wattages. En praten hooguit geestdriftig over getilde gewichten.

Waarom wij sporten
Waar het in mijn roeping, de sportfilosofie, om gaat is de duiding van het sportende subject. Sporten we omdat we het zo leuk vinden om te spelen? (Zou kunnen. Zoals Johan Huizinga al wist is de mens een speler bij uitstek.)  Om te winnen? (Die intentie moet je wel enigszins hebben als je aan wedstrijdsport doet. Waarbij je tegelijkertijd de onzin van ‘winnen is een mindset’ uit je hoofd moet zetten. Zelfs voor Barca spelen biedt nog geen garantie op het winnen van Champions League.) Om er goed uit te zien? (Kennelijk, getuige mijn impressie van het fitness-gebeuren. Maar is dat nog wel sport? Of eerder Körper-Kultur?)

Of is sport in toenemende mate een haast verplichte gezondheidstechniek? Sport een half uurtje matig intensief per dag. Je hersenen schijnen er ook nog wel bij te varen. Wees een brave en gezonde burger die perfect kan meedraaien in de BV Nederland.

Daar heb ik dan weer niet veel mee. Ik zoek graag de buitengrens op. Lange duurlopen. Onderweg filosoferen met en over mezelf. Of met vrouwlief in vijf weken op de zwaarbepakte fiets van Nijmegen naar Pamplona. Via de Italiaanse Alpen welteverstaan. Eindelijk eens fatsoenlijk leren zwemmen. (Wat geen sinecure is na je vijftigste.) Zodat ik na de nodige lange en zware duatlons (lopen-fietsen-lopen) ook eens kan meedoen aan een klassieke triatlon (zwemmen-fietsen-lopen).

De pijnbank
Mezelf op de pijnbank leggen kortom. Wat volgens recent onderzoek van de Nijmeegse inspanningsfysioloog Thijs Eysvogels echt gezond noch echt ongezond schijnt te zijn. Iets met schadelijke stofjes in het bloed. Die verdwijnen wel weer. Daar niet van, vertelt hij op Voxweb. Maar: ‘De langetermijneffecten, als je bijvoorbeeld niet één maar vijftig keer een marathon loopt, zijn nog niet helemaal duidelijk. Het zou kunnen dat de tijdelijke effecten voor het hart uiteindelijk tot blijvende effecten leiden.’

Dat hoeft nu ook weer niet. En toch blijf ik onverkort vasthouden aan de wijze woorden uit Je moet je leven veranderen van de breedsprakige Duitse filosoof Peter Sloterdijk, (kader). Denk hier maar eens diep over na. Bij voorkeur op de fiets of al rennend in de belendende bossen. (Sloterdijk en de voormalig Denker des Vaderlands René Gude – toen die nog leefde en twee benen had – fietsten overigens ooit in 2,5 uur de Mont Ventoux op. Wat zeker niet slecht is voor een man van zijn statuur, postuur en leeftijd.)

Fitness is voor mij een middel tot een ander doel dan gespierd glimmen: sterker worden om het echte leven langer vol te kunnen houden. Dat betekent voor mij als duursporter hard trainen, hard schrijven en hard rusten. De gulden middenweg. Ook van Aristoteles trouwens.

 

2 reacties

  1. Sven schreef op 1 oktober 2016 om 06:15

    Mooi stukje mijnheer Welters! Maar drie keer ‘hard’ gebruiken in de voorlaatste zin en vervolgens van ‘gulden middenweg’ spreken…

  2. Ron Welters schreef op 3 oktober 2016 om 10:19

Geef een reactie