‘Nederlands succes is goed, maar een sterk Europa is beter’

06 mei 2021

Nederland is opvallend succesvol in de strijd om Europese onderzoeksbeurzen. Dat is mooi, maar hoe zit het met andere lidstaten? ‘Wetenschappers zijn in het ene land niet slimmer dan in het andere’, zegt vicepresident Eveline Crone van onderzoeksraad ERC.

Het is feest bij de European Research Council (ERC). De raad, die jaarlijks honderden miljoenen euro’s aan onderzoeksgeld verdeelt, reikt vandaag een beurs aan zijn tienduizendste laureaat uit. Een mooie mijlpaal, vindt ERC-vicepresident en hoogleraar Eveline Crone. ‘En goed om te vieren dat al tienduizend onderzoekers hun wetenschappelijke dromen konden najagen.’

Veel van die dromenjagers komen uit Nederland. In de ranglijstjes van het aantal toegekende ERC-beurzen staat ons kleine land geregeld op de vierde (of zelfs derde) plaats, omgeven door Europese ‘grootmachten’ als het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk.

Vicieuze cirkel

Maar omgekeerd zijn er genoeg lidstaten die veel minder goed scoren in de strijd om dit Europese onderzoeksgeld. Vooral wetenschappers uit Oost-Europese landen, zoals Polen en Roemenië slepen maar zelden een beurs in de wacht.

Dat leidt tot een vicieuze cirkel. Het succesvolle Nederland doet nog meer ervaring op en blijft goed scoren, terwijl andere landen er moeilijk tussen komen. Dat heeft flinke gevolgen: want als je zegt ‘laten we het Europese budget voor kennis en innovatie verhogen’, hoe leg je dat dan uit aan landen die bij de toekenning van beurzen vaak buiten de boot vallen?

In de zomer wilden veel lidstaten – waaronder Nederland – snoeien in het EU-budget en het onderzoek werd daar het slachtoffer van. De regeringsleiders trokken miljarden euro’s minder voor uit voor onderzoek en innovatie dan aanvankelijk was voorgesteld door het Europese parlement.

Ontsteld

‘We waren compleet ontsteld over de beslissing om niet extra te financieren, terwijl dat wel op de agenda stond’, zegt Crone. Want minder geld betekent nog minder beurzen om te verdelen. ‘Toezien hoe fantastische voorstellen niet gefinancierd kunnen worden: dat vind ik het allermoeilijkste van mijn rol bij de ERC. En dat terwijl er zoveel kansen zijn om excellent Europees onderzoek op de kaart te zetten. Maar dan moet het budget echt omhoog.’

Evenline Crone

De vraag is: hoe doorbreek je de vicieuze cirkel? Hoe zorg je dat andere landen meer gaan profiteren, zodat Europa meer in kennis gaat investeren en iedereen – ook Nederland – erop vooruitgaat? Crone pleit voor een ‘duurzamere’ internationale samenwerking. Een succesvol Nederland is goed, maar een sterk kennislandschap in Europa is nog veel beter.

Uitwisseling

Onder het motto ‘leren doe je van de besten’ heeft de ERC daarom vijf jaar geleden een uitwisselingsprogramma opgericht. Een wetenschapper uit bijvoorbeeld Polen of Hongarije kan dan een paar maanden meedraaien met een onderzoeksteam in landen als Frankrijk, Duitsland of Nederland. ‘Het idee is dat mensen ervaring opdoen en ideeën uitwisselen’, zegt Crone, ‘bijvoorbeeld over hoe je een onderzoekslijn opzet.’

‘Toezien hoe fantastische voorstellen niet gefinancierd kunnen worden: dat vind ik het allermoeilijkste’

Dat werkt, blijkt uit de cijfers. Sinds 2016 gingen 67 wetenschappers uit onder meer Hongarije, Polen, Tsjechië, Kroatië en Slovenië op uitwisseling. Dit leidde tot 24 beursaanvragen bij de ERC, waarvan er 6 zijn toegekend. Dat is een geweldig slagingspercentage van 25 procent: twee keer zo hoog als normaal.

Experts

‘Wetenschappers zijn in het ene land niet slimmer dan in het andere’, zegt Crone. ‘Er is geen enkele reden om aan te nemen dat er verschillen zijn in de potentie. Wel is er meer nodig om een excellent idee tot bloei te laten komen. En daar is Nederland blijkbaar heel goed in.’

Kenmerkend is volgens haar bijvoorbeeld hoe internationaal georiënteerd Nederlandse wetenschappers zijn. ‘Veel van onze onderzoekers zijn getraind in buitenlandse labs en hebben op allerlei plekken in de wereld ervaring opgedaan.’

En vergeet niet dat Nederlandse onderzoekers al jaren voor hun geld aankloppen bij financiers als NWO – een organisatie die overigens al langer bestaat dan de ERC. Zijn we hier inmiddels niet, al dan niet noodgedwongen, experts in het schrijven van beursaanvragen? Crone denkt van wel. ‘Het NWO-Talentprogramma bijvoorbeeld heeft veel vergelijkbare elementen.’

Lange termijn

De kern van de zaak blijft: investeren in onderzoek en innovatie is belangrijk, zelfs als niet meteen duidelijk is wat je er aan hebt. ‘Soms is de impact van wetenschap pas op de lange termijn zichtbaar’, zegt Crone. ‘Oplossingen voor grote maatschappelijke problemen zijn juist vaak gestoeld op onderzoek dat al veel eerder is uitgevoerd.’ Een treffend voorbeeld is volgens haar het vaccin tegen het coronavirus. Daar liggen ook de nodige ERC-beurzen aan ten grondslag, zegt ze.

‘Het gaat ons binnen de ERC om de excellentie ideeën, die de wetenschap een stap verder helpen’

Zulk onderzoek wordt dus idealiter in heel Europa uitgevoerd. Om dat te bereiken zal de verdeling van kennis en geld over de lidstaten beter moeten. Tegelijkertijd mag de norm voor excellente wetenschap niet worden losgelaten. Maar dat sluit elkaar niet uit, meent Crone.

‘Er is veel discussie over wat excellentie precies betekent’, zegt ze. ‘Het gaat ons binnen de ERC om de excellentie van ideeën, om groundbreaking ideeën die de wetenschap een stap verder helpen. De ERC onderzoekt overigens ook of de toegekende grants echt tot grote doorbraken hebben geleid. Bij een deel van de projecten lukt dat niet, maar dat is nu eenmaal onderdeel van de formule. Wij willen gewoon de allerbeste wetenschap financieren.’

Vruchten plukken

Maar het cv van de aanvrager weegt toch wel mee? Houden West-Europese wetenschappers, die het klappen van de zweep kennen, dan niet alsnog een voorsprong? Nee, zegt Crone. ‘Uiteraard moet de aanvrager van een beurs in staat zijn om een onderzoeksproject tot een goed einde te brengen. Maar het idee staat altijd voorop. Daarna komt pas het cv van de persoon die het gaat uitvoeren.’

Hoe dan ook is het van belang dat Europese landen de handen ineen slaan om te kunnen concurreren met bijvoorbeeld China en de VS. ‘We zijn nu zó blij met onderzoek dat wel twintig jaar geleden is gestart’, zegt Crone. ‘Daarom zie ik het als mijn verantwoordelijkheid binnen de ERC om ook nu vernieuwend onderzoek vooruit te helpen, zodat onze kinderen daar over twintig jaar weer de vruchten van plukken.’

 

 

Dit artikel is geschreven door Evelien Flink en Bas Belleman van het Hoger Onderwijs Persbureau

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!