Nieuwe agenda voor duurzaamheid, met een scheutje humor
Duurzaamheid stoffig en uit de mode? ‘Volkomen totale onzin! Ben ik helder genoeg? Volkomen onzin.’ Aan de telefoon is Jan Jonker, die het initiatief nam om een nieuwe duurzaamheidsagenda te schrijven voor de komende vijfentwintig jaar. Vrijdag 20 mei wordt het resultaat gepresenteerd op een uitverkocht congres.
‘Er komen vrijdag 1100 mensen naar Arnhem om over het thema te praten, we hebben 1800 volgers op twitter, 400 mensen uit alle lagen van de bevolking hebben de afgelopen maanden vrijwillig minstens 80 uur meegedacht en geschreven aan het project. Minimaal 30.000 uur is er in gestoken. Hou dan maar eens vol dat het niet leeft.’
‘Ja, the old school manier, die is inderdaad geweest. Van 600 keer het zelfde larmoyante verhaal vertellen met zielige ijsberen en Biafrabuikjes en dan zeggen dat we moeten consuminderen… Dat hebben we dertig jaar gedaan en dat werkt dus niet.’
Terug bij de burger
Jonker is hoogleraar bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen, duurzaam ondernemen in het bijzonder. ‘Brundtland zette in 1987 het begrip duurzaamheid op de kaart met het rapport Our Common Future. Maar de aanpak van toen werkt niet meer. Het werd tijd voor een frisse versie, 2.0, nieuwe inspiratie… We brengen duurzaamheid terug bij de mensen. Duurzaamheid hoort bij ons, de burgers, de maatschappij. De overheid gaat het niet doen, het bedrijfsleven faciliteert hooguit, die zal ook geen initiatief nemen. We moeten het zelf gaan doen.’
Om daar een begin mee te maken zette Jonker dit project op door crowdsourcing, een moderne manier om grote groepen te betrekken bij een project. ‘De jongste is 17, de oudste 72, ze komen van Appingedam tot Kerkrade. Echt kriskras door de bevolking hebben we mensen enthousiast gevonden om mee te denken. Het resultaat is een boek dat vrijdag wordt gepresenteerd.
Negentien thema’s
Duurzaamheid gaat over veel meer dan milieu, vindt Jonker. Het is een complex vraagstuk. Voeding; mobiliteit; toerisme; energie; woningen, negentien thema’s kwamen in het project aan bod. ‘Dat kunnen we toch allemaal heel anders doen? Ik erger me er enorm aan dat ik 300 euro per maand moet betalen aan de energie. Ik wil dat mijn huis over tien jaar energieneutraal is en over vijftien jaar energie oplevert. Ik wil een auto waar geen benzine in hoeft. Ik wil nadenken over hoe we studenten echt interactief college kunnen geven via sociale netwerken. Ik wil groentetuinen in steden. En een scheutje humor graag. Het hoeft allemaal niet zo ernstig te zijn. We worden geholpen door de technologie – we hoeven niet nog meer onderzoek te doen – het is een kwestie van doorontwikkelen. En doen.’