Nog één tegemoetkoming voor pechstudenten, maar dan moet het afgelopen zijn
-
Foto: Pixabay
Een tweede tegemoetkoming voor de pechstudenten zonder basisbeurs is akkoord, maar dan moet het klaar zijn. Dat is de boodschap van diverse partijen die in de Tweede Kamer erover debatteerden.
Studenten uit het leenstelsel krijgen volgend jaar een tweede tegemoetkoming van 44,50 euro per misgelopen maand basisbeurs. Bij een vierjarige studie is dat ruim 2.100 euro. Dit komt bovenop een eerdere tegemoetkoming van bijna 1.700 euro.
Is die tweede tegemoetkoming echt nodig? Of is het nog altijd te weinig? Daarover ging woensdag een debat in de Tweede Kamer.
Afgeschaft
De basisbeurs werd per september 2015 afgeschaft en acht jaar later kwam die weer terug. Dat was ‘wrang’ voor de studenten in deze tussenperiode, vond de politiek, en daarom kwam er al snel een tegemoetkoming. En nu komt er nog één.
Die eerste tegemoetkoming kostte ongeveer een miljard euro en aan de tweede tegemoetkoming gaat het kabinet 1,4 miljard euro besteden. Daarna moet er een streep onder de discussie, vindt het kabinet.
Dit wetsvoorstel voor een tweede tegemoetkoming is overigens opgesteld door het vorige kabinet van PVV, VVD, NSC en BBB. De huidige coalitiepartijen (D66, CDA en VVD) hebben het overgenomen.
Geen compensatie
De tegemoetkoming is geen volledige compensatie, zeker niet voor studenten die hun gehele studietijd op kamers woonden. De Socialistische Partij en DENK vinden het nog steeds te weinig.
Daar staan anderen tegenover. JA21 en de voormalige PVV-leden van Groep Markuszower vinden het veel geld. Ze wijzen erop dat de compensatie naar iedereen gaat, ook naar degenen ‘die misschien een gigasalaris hebben en helemaal geen schulden hebben gemaakt’.
Ze verwijzen naar de kritiek van de Raad van State, die de noodzaak van een tegemoetkoming niet zag. Zo erg was het leenstelsel nu ook weer niet, zeiden de adviseurs van de regering, en het is maar de vraag of de discussie over compensatie van pechstudenten hiermee echt wordt afgesloten.
Punt gezet
Maar genoeg partijen zitten ertussenin en vinden dat hiermee een punt gezet kan worden. Dat geldt ook voor oppositiepartij PRO, voortgekomen uit de politieke partijen PvdA en GroenLinks. Die stonden destijds samen met D66 en VVD aan de basis van het leenstelsel, waar ze zich later van afkeerden.
Onderwijsminister Rianne Letschert kreeg het woensdag dus niet moeilijk in de Tweede Kamer. ‘Wat mij betreft hebben wij daarmee het verleden afgesloten en kunnen we naar de toekomst kijken.’
Rente maximeren
Als alles goed gaat, kunnen studenten in april volgend jaar de tegemoetkoming krijgen. Die gaat van hun studieschuld af. Als ze geen studieschuld hebben, dan krijgen ze hem op hun bankrekening gestort. Die moeten ze dan wel op tijd doorgeven.
Bij de invoering van het leenstelsel is meer gebeurd dan alleen het afschaffen van de basisbeurs. De aflostermijn werd verlengd en ook hoefden oud-studenten minder hoge maandbedragen te betalen. Dat is zo gebleven nu de basisbeurs weer terug is. Wie een studieschuld niet kan aflossen, krijgt hem uiteindelijk kwijtgescholden.
De rente is relatief laag, vergeleken met commerciële rentes. Maar de rente stijgt wel en dat hadden veel studenten niet verwacht. Het kabinet wil de rente op studieschulden maximeren tot hooguit 2,5 procent. Ook daarover is discussie: sommige partijen willen er nul procent van maken, maar dat zou miljarden euro’s extra kosten.
HOP, Bas Belleman