Radboud Universiteit financiert instituut in Rusland, tot woede van enkele medewerkers

30 sep 2026

De Radboud Universiteit is medefinancier van het Nederlands Instituut in St. Petersburg. (NIP) De Nederlandse universiteiten willen het instituut en de bijbehorende wetenschappelijke contacten behouden. Tegenstanders vrezen dat een deel van dit geld naar de Russische oorlogseconomie gaat en willen dat het instituut stopt. ‘NIP is de soft power van Rusland in Nederland.’

41.640 euro ging er in 2024 van de Radboud Universiteit naar het Nederlands Instituut in Sint-Petersburg (NIP). Sinds de Russische inval in Oekraïne in maart 2022 zijn de meeste activiteiten van het NIP op de Russische locatie opgeschort. Het instituut is wel blijven bestaan, in Sint-Petersburg zijn enkele medewerkers actief en de bibliotheek blijft open voor individuele bezoekers.

Vooral het geld dat er naar lokaal personeel gaat (98.000 euro in 2024) en de huur van de locatie in Sint-Petersburg (er staat zo’n 50.000 euro aan huisvestingskosten op de begroting van 2024) stoort de tegenstanders. Ze vragen zich af of via loonbelasting of de huurkosten niet geld van de universiteiten doorstroomt naar de financiering van de oorlog in Oekraïne.

Niet ethisch

‘Het is simpelweg niet ethisch, ongeacht de hoogte van het bedrag’, zegt Liliya Levandovska, medewerker bij de afdeling Grant Support & Projects van de universiteit en coördinator van Nijmegen4Ukraine. ‘We weten niet hoeveel geld er via belastingen doorgesluisd wordt naar financiering van de oorlog. Het kan genoeg zijn voor het maken van een dodelijke drone. Daarnaast heb ik zorgen over de juridische aspecten. Er zijn EU-sancties en ook de KNAW heeft opgeroepen om alle samenwerkingen in onderwijs en onderzoek met Rusland te stoppen.’

‘Als we iets niet politiek moeten maken, dan is het wetenschap’

Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam, penvoerder van het NIP, blijkt dat de huidige constellatie juridisch toelaatbaar is. Voorstanders van het NIP vinden het geld dat via de universiteiten bij de oorlog belandt, verwaarloosbaar. Evert van der Zweerde, emeritus-hoogleraar Politieke filosofie aan de Radboud Universiteit en voormalig voorzitter van de wetenschappelijke adviesraad van het NIP, wijst op de grotere bedragen die er worden betaald in de handel van verrijkt uranium tussen het Nederlandse Urenco en Rusland.

Jezelf in de voet schieten

Hoogleraar experimentele natuurkunde Alexey Kimel van de Radboud Universiteit vindt dat de bijdrage van de Nederlandse universiteiten in geen verhouding staat tot de totale handel tussen de EU en Rusland die 58 miljard bedroeg in 2025. Kimel is dit moment lid van de wetenschappelijke adviesraad van het NIP.

‘Als we iets niet politiek moeten maken, dan is het wetenschap’, aldus Kimel. ‘Stel dat we nu stoppen met NIP, dat kun je vergelijken met jezelf in de voet schieten. Dat kun je doen, maar wat levert je dat op? We worden er alleen maar zelf slechter van.’

Olga Burlyuk, docent Internationale Betrekkingen op de UvA, is een tegengestelde mening toegedaan: ‘Ik ben heel verbaasd dat dit instituut nog actief is. Je legitimeert hiermee ook het Russische regime. Dat dit instituut nog in Rusland mag blijven bestaan, betekent dat het regime blij is met dit instituut en dat het regime ermee geholpen is.’

Toekomst

Het instituut wordt bekostigd door de twee universiteiten in Amsterdam, de Radboud Universiteit en de universiteiten van Leiden, Utrecht en Groningen. Het NIP is een van de vijf Nederlandse Wetenschappelijke Instituten in het Buitenland (NWIB), naast de instituten in Rome, Florence, Athene en Caïro.

‘Naar welke toekomstige situatie denken ze terug te keren?’

De Radboud Universiteit verwijst voor vragen over het NIP door naar de UvA die officieel penvoerder is van het betreffende instituut. De woordvoerder van de UvA laat weten dat het bestuur van de NWIB het van belang acht om het instituut in stand te houden met het oog op de toekomst. Instandhouding van het instituut valt buiten de sanctieregels. ‘Daarbij speelt mee dat de huidige oorlogssituatie naar verwachting niet permanent is’, aldus de woordvoerder.

‘Het opheffen van het instituut zou betekenen dat bestaande relaties met individuele wetenschappers verloren gaan, terwijl dergelijke netwerken later moeilijk opnieuw zijn op te bouwen. Ook is onzeker of het in de toekomst mogelijk zou zijn opnieuw toestemming te verkrijgen om een Nederlands wetenschappelijk instituut in Sint-Petersburg te vestigen.’

Totalitair regime

Het antwoord verbaast de in Oekraïne geboren en opgegroeide onderzoeker Yelyzaveta Markova die bij iHub en de rechtenfaculteit werkt aan een proefschrift over anonimiteit op online platforms. Over het toekomstperspectief van het NIP vraagt Markova: ‘Naar welke situatie denken ze terug te keren?’ Ook de van oorsprong Oekraïense Olga Burlyuk stelt deze vraag: ‘Als Oekraïne de oorlog verliest, is dat ook een “einde van de oorlogssituatie”? Zelfs afgezien van de oorlog, blijft het een totalitair regime waarin je dit instituut hebt.’

Alexey Kimel ziet het NIP juist als monument van academische vrijheid. Kimel heeft een Nederlands paspoort en woont hier al 25 jaar, maar groeide op in wat toen nog de Sovjet-Unie was. Hij benadrukt dat academische vrijheid los van politiek moet worden gezien. ‘Dat moet onze uitdaging voor de toekomst zijn. Hoe scheiden we de academische vrijheid van politieke inmenging.’ Kimel gebruikt het NIP voor zijn eigen vakgebied, in dit geval een in het Russisch uitgegeven boek over de natuurkundige Paul Ehrenfest dat nu naar het Nederlands wordt vertaald. ‘Via het NIP kunnen we op zoek naar auteursrechthebbenden. Ook als ik specialisten op andere gebieden zoek in Rusland, dan kan ik die via het NIP vinden.’

Blinde vlek

De Nijmeegse onderzoekster Yelyzaveta Markova hoorde voor het eerst van NIP toen ze in 2024 een mail kreeg over een taalcursus Russisch-Nederlands. ‘Hoe wisten ze dat ik Russisch sprak en waarom dachten ze dat ik behoefte had aan een cursus van een Russisch instituut? Mijn land wordt aangevallen, mijn familie en vrienden zijn in gevaar en dan krijg ik zo’n mail. Ik heb boos gereageerd en na een kort excuus heb ik niet meer van ze gehoord.’

Voor Markova hoort het voortbestaan van het NIP bij de blinde vlek die er in Nederland is voor Russische propaganda en het narratief van Groot-Rusland. Ze zag dit ook bij de vertoning van de film Russians at War op de universiteit Leiden. ‘Als er dan wordt gezegd dat beide kanten van het verhaal moeten worden gehoord, dan snap je echt niet wat er aan de hand is.’

Sint-PetersburgKlein eilandje

Evert van der Zweerde ziet juist een meerwaarde van het instituut. ‘Er zijn geen institutionele contacten. We kunnen via het NIP wel in contact blijven met individuele wetenschappers. Je moet dit zien als een vorm van soft power. Het geeft Russen de kans om vertaalde Nederlandse literatuur te lezen en andersom kun je vanuit Nederland in contact blijven met Russen.’

‘We hebben ook gewoon nog een Nederlands consulaat in Sint-Petersburg’, aldus Van der Zweerde. ‘Je moet het niet groter maken dan het is, NIP is maar een klein eilandje.’ Het is een argument dat Kimel herhaalt. ‘Dit instituut doet heel veel goed, dat compenseert het kleine bedrag dat naar de Russische staat gaat. We accepteren ook dat het CERN en HFML-FELIX een enorme ecologische footprint hebben, we accepteren ook dat een klein deel van het geld van ontwikkelingssamenwerking in verkeerde handen valt. Zo moet je deze bijdrage zien.’

‘NIP is de soft power van Rusland in Nederland’

Olga Burlyuk gaat fel in tegen deze argumenten. ‘Dit is gewoon een institutionele samenwerking, voor individuele contacten hoef je geen pand aan te houden. Met wetenschappelijke diplomatie heeft het ook niks te maken. Rectoren van Russische universiteiten hebben hun steun voor de inval uitgesproken, afwijkende stemmen worden de mond gesnoerd. Rusland kan naar dit instituut wijzen en laten zien dat ze steun krijgen uit het buitenland. En waarom zou je een bibliotheek in Rusland in stand houden, terwijl dat land opzettelijk bibliotheken en boekenopslag in Oekraïne bombardeert?’

Liliya Levandovska heeft soortgelijke bezwaren. ‘NIP is juist de soft power van Rusland in Nederland. We geven ze geld om een positief beeld van Rusland te schetsen via Russische taalcursussen en evenementen over Russische cultuur.’

Wetenschap aangevallen

Na het recente bombardement van de Oekraïense Academie der Wetenschappen roept dit instituut op om samenwerkingen met Russische wetenschappelijke instituten niet te hervatten. ‘Er kan geen ‘wetenschap voorbij politiek’ zijn wanneer wetenschap met wapens wordt aangevallen.’

Het openhouden van een instituut in Rusland kan volgens Niels Terpstra, universitair docent Conflict Studies, werken als een signaal. Terpstra kan niks zeggen over het NIP, maar stelt in het algemeen: ‘Het sluiten van een wetenschappelijk instituut is een diplomatiek signaal, zeker als dat definitief is. Het openhouden ervan vanzelfsprekend ook. Intentioneel of minder intentioneel zijn alle besluiten hierover een vorm van communicatie op het internationale toneel over de relatie tussen landen en/of instituten.’

Russisch kolonialisme

Markova vraagt zich af of het probleem er niet mee samenhangt dat de Slavische studies in Nederland te Russisch georiënteerd zijn. ‘De Slavische studies kunnen zich ook richten op het Russisch kolonialisme.’ Olga Burlyuk zegt dat Oekraïners nog weleens wordt verweten dat ze emotioneel zijn als het over Rusland gaat. ‘Maar dat geldt net zo goed voor westerse onderzoekers in de Slavische studies die vasthouden aan hun liefde voor Rusland en de Russische cultuur. Ze vinden het heel moeilijk een nieuwe positie te bepalen, omdat ze zulke goede herinneringen hebben aan het land. Hun emotie is nostalgie.’

De adviescommissie samenwerkingsverbanden van de Radboud Universiteit wil niet reageren op vragen van Vox over het voortbestaan van het instituut. Op vragen van Liliya Levandovska heeft de adviescommissie geantwoord dat ze geen bezwaren ziet in de financiering van het instituut.

De woordvoerder van de UvA stelt dat het NIP eraan bijdraagt ‘dat individuele contacten tussen wetenschappers in Nederland en Rusland in stand blijven, waardoor wetenschappelijke uitwisseling en dialoog door kunnen gaan.’

Ook zegt de woordvoerder: ‘Daarnaast vervullen de Nederlandse wetenschappelijke instituten in het buitenland een rol op het gebied van wetenschappelijke diplomatie: zij bevorderen kennisuitwisseling en wederzijds begrip tussen Nederland en het land waar zij gevestigd zijn, onder meer op het gebied van taal, cultuur, geschiedenis en wetenschap.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!