Rob Wijnberg: ‘Nieuws ís niet, nieuws wordt gemaakt’
Hij is filosoof, columnist en bepaalt als hoofd van een landelijk dagblad dagelijks wat wel of geen nieuws is. Donderdag is Rob Wijnberg, hoofdredacteur van NRC Next, aanwezig tijdens het debat dat ANS – samen met het Soeterbeeck Programma – organiseert op de campus om haar 25-jarig bestaan te vieren. Hij zal daar met onder anderen Liesbeth Hermans en Alexander Pleijter in discussie gaan over de stelling ‘Alles mag, als het maar nieuws is.’
‘Als het maar nieuws is’. Dat vind ik al een stelling op zich’, begint Rob Wijnberg voordat hij in gaat op de discussie over vervagende grenzen en moeilijke afwegingen in de journalistiek. ‘Nieuws ís niet, nieuws wordt gemaakt. Zet een redacteur van NRC Next naast een redacteur van de Telegraaf met de vraag of het nieuws is als Mark Rutte een vriendin heeft. Daar kunnen ze uren over discussiëren.’ Wijnberg zwaait sinds vorig jaar de scepter bij NRC Next en bekijkt als hoofdredacteur dagelijks wat nieuws is en hoe dat nieuws gebracht moet worden. ‘Wij zijn geen krant met een ideologische grondslag die zegt ‘alles over dit onderwerp is nieuws en dit onderwerp brengen we pertinent niet’, zegt hij. ‘We bekijken per onderwerp of we het belangrijk genoeg vinden om te brengen. Ik vind niet dat alles in Next moet kunnen, maar ik ben er wel van overtuigd dat er voor ieder wereldbeeld vrije ruimte moet zijn. Elk medium heeft zijn eigen grenzen. Voor GeenStijl liggen die ergens anders dan voor Next, maar dat wil niet zeggen dat ik dat een slecht medium vind. Daarom vind ik het ook een slecht idee om een objectieve instantie in het leven te roepen die bepaalt wat nieuws is, zoals de PvdA dat voorstelde.’ Wanneer stond je zelf voor het laatst voor het blok: nieuws wel of niet brengen? ‘We hebben op de redactie elke dag wel discussie over hoe we iets moeten brengen en of we het brengen. Zo herinner ik me dat we ooit foto’s van Ivoorkust op de voorpagina wilden plaatsen, waarop lijken te zien waren. Het punt is dat de kinderen van onze lezers die foto’s ook kunnen zien. Na lang discussiëren vonden we het belang van het nieuws te groot om het niet op die manier te plaatsen. Ik heb daar ook nog een uitleg bij gegeven. ‘Precies andersom was het nieuws na de dood van Antonie Kamerling. Op de fotopagina wilden we een foto uit zijn GTST-periode plaatsen, maar onze psychologieredacteur wees ons erop dat lezers dat beeld kunnen associëren met hun jeugdidool. Als zo iemand zelfmoord heeft gepleegd, zou dat mensen op ideeën kunnen brengen. Ook dat heb ik uitgelegd in een redactioneel stuk.’ Waarom heeft zo’n beslissing uitleg nodig in de krant? ‘Omdat ik denk dat het iets toevoegt aan het nieuws zelf. Het geeft nog meer context bij het nieuws. Overigens zijn er verschillende groepen aan te wijzen die daar anders over denken. Oudere lezers vinden vaak dat het nieuws voor zich spreekt en dat die reflectie en uitleg totaal overbodig is. Jongeren, onze doelgroep, zien die zelfreflectie als een logische aanvulling. Negen op de tien lezers vinden het goed dat we journalistieke verantwoording afleggen.’ Meediscussiëren? ANS & Soeterbeeck Programma ‘Alles kan, als het maar nieuws is’, donderdag 24 maart, 20-22 uur, CC2, entree: 7 euro.