‘Staar je niet blind op competitieve NWO- en EU-subsidies’

05 jan 2021

OPINIE – Het is zonde als jonge onderzoekers afzien van een wetenschappelijke carrière vanwege de lage honoreringskansen van extreem competitieve beurzen van NWO en de EU, zegt Frans Cremers, hoogleraar Moleculaire biologie van genetische oogaandoeningen. Er zijn ook andere manieren om aan onderzoeksgeld te komen. ‘Wees creatief.’

Onderzoekers besteden veel tijd aan het binnenhalen van subsidies omdat vrijwel al hun onderzoek wordt gefinancierd met niet-universitaire middelen. Er is de afgelopen jaren veel geschreven over het beperkte nationale wetenschapsbudget en de hoge competitie voor persoonsgebonden subsidies (o.a. NWO, ERC) en netwerksubsidies (o.a. EU Horizon). Misschien wel te veel. Ik hoor van jongere onderzoekers dat zij het daarom niet zien zitten om academisch onderzoek te gaan doen. Nog opmerkelijker is dat ik dit ook hoor van promovendi die zelf nog geen enkele aanvraag hebben ingediend. Mogelijk dat ik zelf heb bijgedragen aan deze negatieve beeldvorming, en daarom wil ik een positief signaal geven op grond van mijn ervaringen in de afgelopen jaren.

Er zijn namelijk nog tal van alternatieve manieren om aan financiering te komen, heb ik ervaren. In 2015 kon ik als 55-jarige onderzoeker niet meer meedingen naar persoonsgebonden NWO-subsidies, waarvoor men in aanmerking komt tot maximaal 15 jaar na de promotie (de Veni-, Vidi- en Vici-beurzen). ERC-subsidies (van de Europese Unie) zijn extreem competitief.

Het doel dat ik mij stelde was om binnen drie jaar subsidies binnen te halen die gelijk stonden aan ten minste tweemaal mijn brutosalaris voor die periode. Dat is meer dan gelukt. In de jaren 2017 tot en met 2020 lukte het om dertien (!) achtereenvolgende subsidies binnen te halen. Voor het onderzoek van mijn team betekende dit 3,6 miljoen euro.

Succesfactoren

De vier succesfactoren voor deze resultaten, die mijn eigen verwachtingen overtroffen, wil ik graag delen met jonge onderzoekers. Ik hoop dat zij hiermee aanknopingspunten vinden om wel te kiezen voor een academische carrière.

Frans Cremers. Foto: RU

De belangrijkste factor is onderzoeksfocus. Binnen mijn onderzoeksveld, de moleculaire genetica van alle erfelijke oogziektes, heb ik mij volledig geconcentreerd op één veel voorkomende erfelijke oogziekte, de ziekte van Stargardt. Die ontstaat door mutaties in een enkel gen, ABCA4. Door op zoek te gaan naar mutaties buiten de vijftig eiwit-coderende segmenten van dit gen, en door nieuwe methodes te ontwikkelen om het effect van deze nieuwe categorie mutaties te testen, werd mijn team wereldleider op dit thema.

Daarnaast zijn ook strategische samenwerkingen essentieel. Binnen het Radboudumc heb ik allianties gesloten met collega’s binnen mijn eigen afdeling en met andere vakgroepen zoals KNO, Oogheelkunde en het Center for Molecular and Biomolecular Informatics. Maar minstens zo belangrijk waren strategische samenwerkingen met internationale collega’s. Een samenwerking met onderzoekers in Gent resulteerde bijvoorbeeld in Europese netwerksubsidies. En dankzij een bilaterale samenwerking met Dublin kon ik samen met collega Susanne Roosing succesvol meedingen naar Ierse subsidies.

Atypische sponsoren

Ten derde kan het ook lonen om op zoek te gaan naar atypische sponsoren. Zo wordt het onderzoek naar de oorzaken en behandelingen van erfelijke oogziekten in veel landen gesteund door patiëntenstichtingen. Hierdoor was het mogelijk subsidies te verwerven bij o.a. de Foundation Fighting Blindness USA, RetinaUK, en Fighting Blindness Ireland. Het onderzoek naar de oorzaken van erfelijke blindheid sloot tevens aan bij de doelstellingen van de Zwitserse VELUX-stichting (verbonden aan de gelijknamige fabrikant van dakramen). Een farmaceutisch bedrijf dat in Europa als eerste gentherapie aanbiedt voor een erfelijke oogziekte ondersteunt een grote studie om personen te vinden met mutaties in het RPE65 gen.

‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd’

Ten slotte: wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Zogeheten Stepping stone-subsidies kunnen een vliegwieleffect hebben. Dit soort kleine subsidies vroeg ik aan om een start te maken met een nieuw thema. Aanvankelijk gebruikte ik heel beperkte subsidies (vanaf 1500 euro) van kleine patiëntenstichtingen voor het verzamelen en classificeren van alle gepubliceerde mutaties voor erfelijke oogziekten (circa 25.000 verschillende mutaties in 200 verschillende genen). Dat gaf voldoende resultaten om vorig jaar een grotere vervolgsubsidie binnen te halen, van 270.000 euro.

Het zal duidelijk zijn dat een groot netwerk belangrijk is om succesvol subsidies te verwerven. Jonge onderzoekers zullen dit nog moeten opbouwen, maar juist daarin ligt ook de charme van (internationaal) wetenschappelijk onderzoek. Mijn advies: kijk voorbij de lage honoreringskansen bij competitieve subsidievormen, wees creatief in het zoeken naar alternatieven, en kies wel voor een carrière in de wetenschap.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

6 reacties

  1. mark schreef op 5 januari 2021 om 16:05

    Ik vind dit leuk vanwege de boodschap om verder te kijken dan alleen de meeste competitieve subsidies maar het riekt flink naar survivorshipbias; niet alleen vanwege het netwerkeffect (dat onderkent wordt) maar vooral omdat het een cruciaal gegeven over het hoofd ziet: Cremers dient zijn voorstellen in vanuit een comfortabele vaste baan (zie de referentie naar het doel om 3x het bruto jaarsalaris binnen te halen), terwijl het voor jonge wetenschappers tegenwoordig simpelweg pompen of verzuipen is: zo’n competitieve beurs die voorziet in hun salaris is haast de enige manier om aan de uni te mogen blijven! Het is dat, of een tijdelijk UD-contract met hoge onderwijslast precies wanneer je dat mooie internationale netwerk op zou moeten bouwen. Geven die onmogelijke keus is het logisch dat zovelen niet de luxe hebben om te kiezen in de wetenschap te blijven.

  2. Jan Hein Furnee schreef op 5 januari 2021 om 22:08

    Binnenhalen, binnenhalen, binnenhalen, binnenhalen, binnenhalen
    Echt, het staat er vijf keer…
    Waarom gebruiken we toch steeds dit woord dat ons als wetenschappers reduceert tot veredelde croupiers?
    Laten we liever consequent spreken van bv. ‘subsidie verwerven’: dan krijgen we weer voor ogen dat subsidies een middel (zouden moeten) zijn, geen doel op zich

  3. Corjan Visser schreef op 6 januari 2021 om 09:25

    Cremers benoemt terecht 4 belangrijke factoren die hebben bijgedragen aan zijn subsidiesucces. Een belangrijk additionele factor is dat hij duidelijk een strategische aanpak heeft. Het indienen van 13 subsidieaanvragen in 3 jaar tijd zorgt er voor de iedere volgende aanvraag steeds efficiënter wordt (immers, veel heb je eerder al geschreven). Daarnaast zorgt samenwerking in een (gefocust) ecosysteem dat netwerkpartners ook significant bijdragen aan aanvragen (of dat je kunt ‘meeliften’ op aanvragen die zij grotendeeels schrijven!). Een strategische subsidieverwervingsaanpak waarbij focus en het bouwen van een ecosysteem centraal staan; is dan ook de meest efficiënte manier om daarin succesvol te worden. Met dat ecosysteem kan er vaak ook voldoende geld bij elkaar gebracht worden om professionele subsidieadviesorganisaties in te huren waarmee het capaciteitsprobleem opgelost wordt en bovendien neemt door hun ervaring ook de slaagkans vaak nog eens significant toe.

  4. Daan schreef op 6 januari 2021 om 14:50

    Met de laatste alinea ondergraaft Cremers de relevantie van zijn betoog voor jonge onderzoekers omdat hier een circulaire redenering aan het licht komt. Jonge onderzoekers kunnen vandaag de dag vrijwel enkel nog aan de slag door subsidiegeld, maar precies om dit subsidiegeld te verkrijgen is een netwerk binnen de academische gemeenschap nodig dat ze nog niet hebben kunnen opbouwen. Bovendien is het leuk en aardig als je er als jong onderzoeker desalniettemin in slaagt om een subsidie van €1500 te scoren, maar daar kun je natuurlijk helemaal niet van leven. Dan zul je toch echt eerst die NWO-beurs of vergelijkbaar moeten binnenslepen om überhaupt aan je positie als onderzoeker te komen alvorens het betoog van Cremers aan relevantie wint. Kortom: het artikel biedt enkel instructie om van geld meer geld te maken, niet als houvast om in de eerste plaats als jong onderzoeker aan de slag te kunnen. Eigenlijk is het feit dat hij zelf dergelijke kleine subsidies opstrijkt zelfs contraproductief voor jonge onderzoekers, want als zelfs gevestigde namen meedingen naar dergelijke subsidies verkleint dat de kans dat een jonge onderzoeker hiermee zijn carrière een kickstart kan geven. Om het maar even cru te benoemen leest het artikel vanuit het perspectief van een jonge onderzoeker dan ook weg als een standaard boomer-argument: ‘kijk eens wat jullie allemaal kunnen pakken – oh wacht – ik heb het zelf al gepakt!’

  5. Sven Meeder schreef op 7 januari 2021 om 10:38

    Creatieve uitdaging voor prof. Cremers: Doe dit nu eens voor niet-medisch/bèta-onderzoek…

  6. Saskia schreef op 11 januari 2021 om 14:41

    Ik voelde me aangesproken door dit artikel, want ik ben aan het einde van mijn postdoc en zie weinig kans mijn academische carrière verder voort te zetten. Ik kan nu kiezen of ik mijn laatste jaar ga besteden aan onderzoeksvoorstellen schrijven met een kleine kans dat deze gehonoreerd worden, of daadwerkelijk de projecten afmaken die ik nog wil afmaken en vervolgens een andere baan zoeken, en neig naar het laatste. Helaas heb ik zonder baan weinig aan een subsidie van 1500 euro en als letterenonderzoeker zullen patiëntenorganisaties mij ook niet verder helpen. Met de krapte op de arbeidsmarkt gaat mijn netwerk mij ook niet aan een vaste baan helpen. Ik zou natuurlijk een tijdelijke baan als docent kunnen aannemen en dan mijn vrije tijd besteden aan alle creatieve manieren om geld binnen te slepen. En vervolgens dat onderzoek in mijn vrije tijd doen totdat mijn contract weer afloopt. En dan over een paar jaar alsnog tot de conclusie komen dat ik beter ander werk kan gaan doen.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!