Studentenpsychologen: ‘Er moet ook ruimte zijn om níet te excelleren’

07-07-2017, 12:46

Studenten kunnen zich eenzaam voelen op de campus. Foto: Steven Huls

Een flink deel van de Nijmeegse studenten gaat gebukt onder stress en eenzaamheid, bleek deze week uit een grootschalige enquête. De studentenpsychologen spreken dagelijks studenten met deze problematiek. Zij hopen dat studenten beter leren hun grenzen te bewaken en zien dat de eenzijdige focus op excelleren risico's met zich meebrengt.

Je bent achttien en gewend hoge cijfers te halen. Op de basisschool was je al de beste van de klas en op het vwo scoorde je niet minder. Maar dan kom je terecht op de universiteit en is opeens iederéén goed. Hoe onderscheid je je dan? Hoe zorg je dat jij straks wordt geselecteerd voor die felbegeerde researchmaster of opvalt tussen alle afgestudeerden die de arbeidsmarkt bestormen?

Je gaat extra hard studeren en hebt nauwelijks nog tijd voor sociale contacten. Of je besluit een Honoursprogramma te doen, gaat naar het buitenland en doet een bestuursjaar. In het eerste geval heb je voor je het weet geen vrienden meer, in het tweede geval ligt overbelasting op de loer.

‘Soms willen ze eigenlijk helemaal niet naar het buitenland of een bestuursjaar doen’

Dit soort gevallen komt Radboud-studentenpsycholoog Marieke van der Burgh regelmatig tegen in haar spreekkamer. Veel studenten blijken niet te weten hoe ze hun eigen grenzen moeten aangeven en gaan gebukt onder grote druk. ‘Soms willen ze eigenlijk helemaal niet naar het buitenland of een bestuursjaar doen’, vertelt ze. ‘Ze hebben het idee dat het moet, omdat het goed staat op hun cv.’

‘Hotel papa en mama’

De resultaten uit de recente Radboud-enquête naar het welzijn van studenten hebben de psycholoog niet verbaasd: een op de vier ‘voelt leegte om zich heen’, een op de vijf ‘mist mensen om zich heen’ en 57 procent ervaart ‘veel’ of ‘zeer veel’ stressklachten. ‘Dat zijn grotendeels ook de thema’s waar studenten zich bij ons mee melden’, zegt ze. Met ‘ons’ bedoelt ze haarzelf en de andere drie studentenpsychologen op de universiteit.

Klachten over stress en eenzaamheid zijn niet nieuw. Wel nieuw is de stijging van het aantal studenten dat zich bij de studentenpsychologen meldt. In 2015 waren het er ruim 700, in 2016 al ruim 900. In drukke periodes kan de wachttijd voor een intake oplopen tot zes weken. Carla van Wely, hoofd afdeling studentenbegeleiding: ‘Wij zien natuurlijk maar een deel van de studenten, dus wij konden nooit met zekerheid zeggen of die problemen representatief waren voor een grotere populatie.’

Ja dus, bleek vorige week uit de enquête waar 4000 studenten aan meededen. Van Wely denkt dat er meer oorzaken aan te wijzen zijn behalve de toegenomen werkdruk. Probleem is ook dat voor sommige jongeren de overgang van ‘hotel papa en mama’ naar een zelfstandig bestaan in Nijmegen groot is. ‘Kinderen van nu worden heel beschermd opgevoed. Daarbij komen ze relatief vaak uit milieus waar de druk nog wel eens hoger kan liggen.’

Mislukken behoort dan niet tot de opties. De studenten willen het goed doen, ook al omdat vader en moeder steeds vaker de studie betalen. Ze groeien ook nog eens op in een maatschappij waar presteren de norm is. Psycholoog Van der Burgh: ‘Veel kansen krijgen, betekent ook veel druk. Als je het met die kansen nóg niet redt, nou dan heb je wel gefaald, is het idee.’ Op Facebook staart de overkokende student zich intussen blind op al die anderen die wél gelukkig en succesvol (lijken te) zijn.

Online vrienden

De oplossing van het probleem ligt niet in ‘meer studentenpsychologen’, zeggen de twee. Natuurlijk zien ze, met het oog op de wachtlijst, graag dat hun formatie wordt uitgebreid. Beter is echter te voorkomen dat zo veel studenten eindigen in de spreekkamer van de psycholoog. De focus moet liggen op preventie, en dat kan onder meer door ervoor te zorgen dat studenten een realistisch beeld hebben van wat studeren inhoudt. Volgens Van Wely begint het al bij werving en selectie. Introductiepapa’s en –mama’s zouden vervolgens getraind kunnen worden in hoe je omgaat met een mentorkindje dat buiten de groep valt. Of misschien kunnen de mentoren een rol krijgen in het natraject. ‘Dat ze later nog eens bellen’, zegt Van Wely: ‘Studenten gaven in de enquête aan dat er eigenlijk niemand is die vraagt hoe het met ze gaat.’ Psycholoog Van der Burgh komt in haar werk studenten tegen die alleen maar online vrienden hebben.

‘Studenten gaven aan dat er eigenlijk niemand is die vraagt hoe het met ze gaat’

De universiteit zelf zou de nadruk op excelleren moeten nuanceren, meent Van Wely. ‘Studenten die bijzonder goed zijn, worden vaak op een podium gezet. Wij weten uit ervaring dat dat voor een deel van de studenten contraproductief werkt. Er moet ook ruimte zijn om níet te excelleren.’

Zo lang de studenten op de campus rondlopen, heeft de universiteit de verantwoordelijkheid om om te zien naar hun welzijn, vinden de studentenpsychologen. De drempel om een cursus mindfulness of stressmanagement te volgen zou bijzonder laag moeten zijn.

‘Het goede van dit onderzoek is dat de kwestie nu op tafel ligt’, aldus Van Wely. ‘Het gaat iedereen aan. Van mentor tot docent tot beleidsmaker.’ Uit de focusgroepen, waarin studenten binnenkort doorpraten over de thematiek, hopen ze dat snel duidelijk wordt waar winst te behalen valt. ‘Goed in je vel zitten is een voorwaarde om goed te kunnen studeren.’ Van der Burgh: ‘Ook na je studie heb je er profijt van als je weet waar je grenzen liggen.’ Want de stress is niet voorbij zodra iemand afstudeert; dan wacht een arbeidsmarkt waar je opnieuw je plek moet bevechten.

Geef een reactie