Thomas Bayes: 250 jaar dood en springlevend
Op 17 april is het 250 jaar geleden dat Thomas Bayes, de grondlegger van de Bayesiaanse statistiek, stierf. Maar mooi dat het werk van de achttiende eeuwse wiskundige nog zéér leeft: statistici maken zelfs ruzie over wat de beste manier van kansberekenen is. Voor de Nijmeegse kenner Tom Heskes is wel duidelijk wie er gaat winnen: de Bayesianen.
Thomas Bayes rules – zo kun je de boodschap van Tom Heskes, hoogleraar Kunstmatige intelligentie aan de Radboud Universiteit, wel samenvatten. ‘Over honderd jaar is de Bayesiaanse aanpak gemeengoed. Het is een veel betere manier dan de frequentistische statistiek om te redeneren over oorzaak en gevolg.’
Slachtofferidentificatie
De formule van Bayes wordt in de statistiek gebruikt om kansen aan te passen in het licht van nieuwe gegevens. Binnen de kunstmatige intelligentie speelt de regel van Bayes een belangrijke rol in zogenaamde Bayesiaanse netwerken: kansmodellen die worden gespecificeerd van oorzaak naar gevolg, maar met de regel van Bayes dan terug kunnen rekenen van gevolg naar (de kans op een) oorzaak.
Met behulp van de formule van Bayes werden zo de slachtoffers van de vliegramp in Tripoli snel geïdentificeerd. Ook het zoeken naar de genetische oorsprong van zeldzame ziektes in kleine families is ermee geholpen. En de hersenwetenschap, de sterrenkunde, de taaltechnologie, de aanpak van malaria en de analyse van mammogrammen.
Stoere statistiek
‘Ik vind het stoer dat we vanuit een grote set data causale verbanden tussen variabelen kunnen trekken. Dit gold altijd als een onmogelijkheid in de statistiek: correlatie is nog geen causatie, ofwel: als twee dingen samenvallen wil dat nog niet zeggen dat het ene oorzaak is en het andere gevolg. Maar als je de correlaties tussen minimaal vier variabelen meet, kun je soms wel degelijk geldige uitspraken doen over oorzakelijke verbanden.’
Zodoende mogen wetenschappers komend weekend wel even stilstaan bij de sterfdag van de man die het allemaal mogelijk maakte: Thomas Bayes, 1702-1761./Iris Roggema, Anja van Kessel