Van postzegels tot Poetin: hoe filosoof Evert van der Zweerde Rusland leerde begrijpen
-
Evert van der Zweerde. Foto: Johannes Fiebig
Evert van der Zweerde reisde veertig keer naar Rusland. In de rol van Ruslandkenner probeert hij Nederlanders uit te leggen wat Poetin wil, waarom de oorlog in Oekraïne nog steeds gaande is en hoe belangrijk het voor het regime is om een vijand te hebben. Als hoogleraar Politieke filosofie gaat hij nu met emeritaat.
Hoe word je Ruslandkenner? Het kan beginnen met een postzegelverzameling. Dat je je als kleine jongen verbaast over die vreemde letters op die kleine zegeltjes. Ze zien er hetzelfde uit als de letters die je op school hebt geleerd, maar klinken anders. CCCP betekent SSSR, ofwel Sojoez Sovjetskich Sotsialistitsjeskich Respoeblik.
Naar Moskou
Zo ging het bij hoogleraar Evert van der Zweerde. Hij ontwikkelde een fascinatie voor het Russische schrift. Toen hij in 1977 filosofie ging studeren aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, kwam hij die letters weer tegen bij een cursus Russisch.
Ze trokken hem naar Moskou, waar hij als uitwisselingsstudent kon verblijven en de taal aantrof op winkelruiten, bij de tramhalte en in kranten. Hij verdiepte zich in de filosofische traditie van de communistische staat. Daarvoor vond hij het belangrijk de context te snappen, het land te doorgronden.
‘In die tijd kwam bijna niemand in Rusland’, vertelt hij. ‘Dus als je er een paar keer geweest was, was je al een kenner.’
‘Ik heb met Rusland nooit mijn brood kunnen verdienen’
In het land der blinden is eenoog koning. Nu, vijftig jaar en veertig reizen naar Rusland later, is hij een veelgevraagd duider bij de kwestie ‘wat wil Poetin met Oekraïne’. Hij deelt zijn kennis op zijn eigen beheerste wijze in praatprogramma’s en voor zaaltjes.
Vorige week sprak hij nog als deskundige bij een vertoning van de Oscarwinnende film Mr. Nobody Against Putin, over Russische propaganda.
‘Ik heb met Rusland nooit mijn brood kunnen verdienen, maar het is een tweede specialisme geworden’, vertelt hij in de Refter, waar hij over zijn loopbaan praat. Aan de wand achter hem hangen – toevallig – portretten van Russische schrijvers.
Superioriteitsdenken
Nu heeft hij alle tijd voor Vladimir Poetin en kornuiten, want hij heeft deze winter afscheid genomen als hoogleraar Politieke filosofie, zijn ‘hoofdbaan’ aan de universiteit. Van der Zweerde, 67 jaar, is met emeritaat.
Wat is het grootste misverstand dat bij ons Nederlanders leeft over de Russen? Welk beeld moet u altijd ontkrachten op een verjaardag?
‘De gedachte dat de Russen op de een of andere manier de pest aan ons hebben. Met ‘ons’ bedoel ik dan de Europeanen. De tragiek is juist dat zij heel gevoelig zijn voor het idee dat wij de pest hebben aan hén. Ze hebben snel een gevoel van achterlopen, van minderwaardigheid.
En zoals heel vaak bij een minderwaardigheidscomplex kan dat ook omslaan naar het tegenovergestelde, naar superioriteitsdenken. En die twee polen, daar beweegt het heel vaak tussen bij de Russen. Dat maakt het land zo fascinerend.’
Als ze niet de pest hebben aan Europeanen, waarom steunen ze dan toch Poetins oorlog in Oekraïne? Volgens schattingen zijn er aan Russische zijde alleen al een miljoen doden.
‘Nou, er zijn genoeg Russen die willen dat de oorlog stopt. In die film, Mr. Nobody Against Putin, zie je hoe mensen uit een klein dorp als contractsoldaat het leger ingaan. En hoe er lijken terugkomen. Die worden min of meer in het geniep begraven, want in Rusland is het een staatsgeheim wanneer jouw kind aan het front gestorven is.
Er mogen geen publieke begrafenissen worden georganiseerd voor de overledenen die terugkomen. Geleidelijk zie en hoor je steeds vaker dat mensen snakken naar vrede. Iedereen kent intussen wel iemand die is gesneuveld.
Maar tegelijkertijd denken veel Russen nog altijd dat Poetin een verdedigingsoorlog voert. Hij beschermt zijn land tegen een invasie van het westen. Dat is het narratief dat vanuit het Kremlin al heel lang wordt verspreid; het is begonnen met de uitbreiding van de NAVO in oostwaartse richting. Voor mensen die een nostalgie hebben naar de voormalige Sovjet-Unie betekende de onafhankelijkheid van Estland, Letland en Litouwen al het verlies van de Russische invloedsfeer in Centraal- en Oost-Europa. Dat Oekraïne zich wilde aansluiten bij de EU, was het grote keerpunt.

Een groot deel van de Russen vindt die afscheiding van Oekraïne onterecht en steunt het idee van hereniging, ook als ze het niet eens zijn met de manier waarop, omdat het de Oekraïners ziet als een broedervolk, als mensen die van nature – of van culture – bij Rusland horen. Ik denk dat de Russen niet zozeer achter Poetin als persoon staan, maar dat ze gevoelig zijn voor het verhaal: het heilige moederland wordt aangevallen en het is onze taak dat te verdedigen en daarvoor moeten mensen worden opgeofferd.’
Geheime dienst
Evert van der Zweerde ziet zichzelf niet als vijand van Rusland. Hij probeert vooral te begrijpen wat er in Rusland gaande is, en deelt die kennis vervolgens met Nederlanders. Hij heeft geen angst om uit een raam te ‘vallen’ – iets wat critici van het regime geregeld noodlottig wordt. ‘Ik ben voor Poetin niet interessant’, zegt hij stellig. ‘Er zijn veel grotere vissen te vangen.’
Wel weet hij dat hij door de geheime dienst in de gaten wordt gehouden wanneer hij in het land is. ‘De laatste keer, een paar jaar geleden, verbleef ik in een hotel. Zodra ik mijn kamer binnenkwam nadat ik met iemand in een café had zitten praten, ging de telefoon. Toen ik opnam, was er niemand. Zo laten ze me weten dat ze me controleren. Het is een speldenprikje: we weten wie je bent, dat je hier zit.’
‘Ik ben voor Poetin niet interessant. Er zijn veel grotere vissen te vangen’
Zijn moeder vond het vroeger wel spannend dat haar zoon langere periodes in Rusland verbleef. Rusland had in de jaren zeventig en tachtig ook al een slechte reputatie. De Koude Oorlog was nog de alledaagse actualiteit.
Rusland stond te boek als een staat die haar onderdanen onderdrukte, een hard land waar mensen zonder pardon in de gevangenis werden gegooid. Vrijwel niemand associeerde Rusland met het woord vriendelijk.
‘Dat klopte natuurlijk ook’, zegt Van der Zweerde. ‘Maar het wordt anders als je de mensen leert kennen. Dan gaan er deuren open en ontmoet je een ongekende hartelijkheid. Het is me overkomen dat ik spontaan bleef eten bij iemand met wie ik in gesprek raakte in de metro. Dan worden de beste dingen van de week voor je op tafel gezet, terwijl zo’n familie eigenlijk niks heeft. Want er is een gast!’
Enorme bureaucratie
Niet alleen de taal trok hem naar Rusland, maar ook de vraag wat voor soort samenleving er school achter het beruchte, rode gevaar. De eerste keer dat hij de grens overstak, in 1984, trof hij een maatschappij zonder zwervers of zichtbare armoede.
Dankzij het communistische systeem had iedereen een dak boven zijn hoofd, en een baan. ‘Maar de voorzieningen waren wel slecht’, herinnert Van der Zweerde zich. ‘Er heerste een enorme bureaucratie en er was een tekort aan van alles.’
Mensen stonden in de rij voor levensmiddelen, pantoffels of kunstschaatsen. Wat er precies te halen was, wisten ze vaak niet eens. Als er ergens een rij stond, sloten ze gewoon aan. Was het betreffende product voor henzelf niet interessant, dan wel voor een zus of een buurman.
‘De Russen konden gerust in drie of vier rijen tegelijk staan. Ze zeiden tegen degene voor zich: ik sta achter jou en liepen dan naar een andere rij. Daar deden ze hetzelfde. Ze hielden intussen in de gaten wanneer ze waar aan de beurt waren.’
‘De Russen konden gerust in drie of vier rijen tegelijk staan’
De filosofie waar Van der Zweerde zich in verdiepte, was een dogmatische. Het Marxisme vormde altijd de basis. Onder invloed van Lenin werd dat het Marxisme-Leninisme en toen Stalin aan de macht kwam, werd het de Stalinistische interpretatie van het Marxisme-Leninisme.
Boeken van westerse filosofen als Heidegger waren officieel niet in omloop in Rusland, maar werden door wetenschappers die bijvoorbeeld goed Duits spraken, eigenhandig vertaald en verspreid. Filosofieclubjes kwamen ondergronds bij elkaar en leerden zo toch hoe er buiten het Sovjetsysteem over politiek en de grote vragen des levens werd gedacht.
Wat is de ingrijpendste verandering die u in Rusland heeft waargenomen door de jaren heen?
‘Begin jaren tachtig zag ik een in naam communistisch systeem dat rammelde, maar wel dusdanig functioneerde dat de mensen het niet heel slecht hadden. Tien jaar later, toen de USSR uit elkaar viel, nam de ongelijkheid enorm toe en al heel snel was er diepe armoede. Hoogleraren van de universiteit die hun baan waren kwijtgeraakt, zaten op straat hun boeken te verkopen om aan geld te komen voor brood. De industrie die was geprivatiseerd, viel om. Fabrieken stortten letterlijk in elkaar.
Dat verklaart deels ook de populariteit van Poetin: sinds hij in 2000 president werd, is het land vele malen welvarender geworden, mede door heel goede olie- en gasopbrengsten. Poetin investeerde in infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg. Hij tilde de voorzieningen naar een hoger niveau. Als je nu in Rusland komt, is het in veel opzichten een zeer modern en perfect georganiseerd land. Al legt die oorlog met Oekraïne daar nu natuurlijk wel druk op.’
Waarom stopt Poetin niet met die oorlog?
‘Ik denk dat hij dat nu al wel zou kunnen. Hij kan met opgeheven hoofd uit de strijd stappen, want als er een vredesakkoord komt zal daar ongetwijfeld in staan dat zijn annexatie van de Krim internationaal wordt erkend, en waarschijnlijk ook dat hij een deel van de Donbass krijgt. Dus hij komt met een flinke oorlogsbuit thuis.
Maar hij is wel de leider van een regime dat altijd een oorlog nodig heeft om de samenleving onder de duim te houden. Het regime moet kunnen zeggen: we willen nu even geen interne discussie want er moet een vijand buiten de deur worden gehouden, dat heeft onze prioriteit. Sinds 1999 is Rusland vrijwel constant in conflict geweest met buurlanden: twee Tsjetsjeense oorlogen, de afscheiding van Abchazië, een oorlog met Georgië…’
Vladimir Poetin is 73. Wordt het niet eens tijd voor een machtswisseling?
‘Een paar jaar geleden werd wel gezegd dat hij er genoeg van had, maar op dit moment duidt niets daarop. Hij kán ook eigenlijk niet weg, alleen al omdat hij nog middenin een oorlog zit. Wat Poetin heel slim gedaan heeft, is zichzelf positioneren boven de partijen, op dezelfde plek die vroeger door tsaren werd ingenomen. Ministers kunnen dingen fout doen en worden ontslagen, maar vadertje tsaar zit altijd aan de goede kant.
Poetin staat daarbij ook aan de top van een piramide van oligarchen die de economie beheersen en ontzettend veel geld verdienen. Zelf is hij een van hen. Hij dient hun belangen, iemand als hij kun je niet zomaar vervangen. Een eventuele opvolger zou uit eigen kring moeten komen, net zoals Poetin ooit door Boris Jeltsin, de eerste president van de Russische Federatie, is aangewezen op voorwaarde dat hij de rijkdom van de vorige president ongemoeid zou laten, ook al was al dat geld verdiend door corruptie.’
Zware gevangenisstraf
De oorlog in Oekraïne is een onderwerp dat Van der Zweerde mijdt in zijn contacten met Russische wetenschappers. De ervaring leert dat ze er anders tegenaan kijken dan Europeanen. Of dat ze niet eerlijk durven zijn omdat ze bang zijn dat er iemand meeluistert. Wie het Russische leger in diskrediet brengt, kan rekenen op een zware gevangenisstraf.
Maar veel filosofen met wie Van der Zweerde contact had, hebben het land sinds Poetin de teugels aanhaalde, verlaten. Sommigen vonden hun weg binnen de academische wereld in het buitenland, anderen kozen een ander beroep. Triest, vindt de politiek filosoof.
‘Rusland heeft altijd een hoogstaand onderwijssysteem gehad. Er wordt nu op bezuinigd, omdat er zo veel geld nodig is voor defensie. De nadruk ligt sterk op patriottisme. Wat ook zonde is, is dat vakgroepen als genderstudies, die net als hier in het begin van deze eeuw erg populair werden, inmiddels allemaal gesloten zijn.’
Van der Zweerde zal het land blijven volgen, ook nu hij officieel niet meer op de universiteit werkt. Tegelijkertijd denkt hij na over hoe hij zijn tweede fascinatie, die voor de democratie, handen en voeten kan geven. Zijn hele academische loopbaan boog hij zich over dit systeem. Las er boeken over, sparde met collega’s en studenten, schreef artikelen. Hij geeft er nog altijd cursussen over en werkt aan een nieuw boek.
Liefst wil hij zijn kennis daarnaast inzetten om democratie toekomstbestendig te maken. Want die staat onder druk, zegt hij. Kijk naar hoe Trump en Orbán hun landen hebben veranderd; de kiezers die hen zelf in het zadel hadden geholpen, leverden steeds meer vrijheid in.
‘Als we democratie belangrijk vinden, moeten we openstaan voor aanpassingen. Experimenten. In Nederland denk ik dat we de eenzijdige fixatie op Den Haag zouden moeten doorbreken, bijvoorbeeld door de Tweede Kamer uit te breiden met 75 leden die regionaal verkozen zijn. Een beetje zoals het Duitse model met vertegenwoordigers uit alle Bundesländer. Er zijn nu te veel mensen in ons land voor wie Den Haag te veel op afstand staat.’
Lid van een partij
Voor zichzelf ziet hij ook een rol weggelegd in de democratie van de toekomst: de emeritus hoogleraar wil graag meedenken over creatieve vormen om het systeem opnieuw in te richten. Misschien is zitting nemen in een denktank iets voor hem, denkt hij hardop.

De gedachte die hij wil uitdragen is dat het zin heeft om mensen actiever te betrekken bij hun leefomgeving. Introduceer burgerraden op wijkniveau, laat de nieuwe initiatieven van onderaf komen. ‘Van de zittende, gekozen elite moeten we de vernieuwing niet hebben.’ Hij overweegt lid te worden van een politieke partij. Als hoogleraar vond hij dat dat niet kon, nu is daar wat hem betreft ruimte voor.
Met de postzegelverzameling houdt hij zich nog steeds bezig. Onlangs verhuisde de collectie mee naar zijn nieuwe woning. ‘De albums staan gewoon op een plank in de kast, niet in een kluis of zo. De verzameling die ik heb is zeker niet veel geld waard. Russische zegels verschenen in enorme oplagen, dus ze zijn vrijwel nooit zeldzaam.’

