Het verborgen geheugen van geadopteerde kinderen

18-01-2017, 16:07

Foto: Saul Mora.

Blijft er bij adoptiekinderen nog kennis over van hun moedertaal in hun onbewuste geheugen? Die vraag onderzocht Mirjam Broersma, taalwetenschapper aan de Radboud Universiteit, samen met collega’s. Het antwoord: ja, zelfs als de kinderen jonger dan zes maanden waren bij hun adoptie.

Mirjam Broersma groeide op met twee uit Zuid-Korea geadopteerde zussen. In haar jeugd vroeg ze zich al af hoe de tijd in Korea haar zussen had beïnvloed. Nu, jaren later, is Broersma taalwetenschapper en heeft ze het onderzocht. Samen met collega’s Anne Cutler en Jiyoun Choi deed ze de afgelopen jaren onderzoek naar het her-aanleren van Koreaanse klanken bij Koreaanse geadopteerden.

Volwassen
Adoptiekinderen zijn, aldus Broersma, heel interessant voor taalonderzoek, omdat bij hen de ontwikkeling van hun moedertaal plotseling wordt afgebroken. ‘Tot nu toe was al wel gevonden dat ze op latere leeftijd niet uit zichzelf beter de klanken van hun oorspronkelijke moedertaal beheersen,’ vertelt Broersma. ‘Maar het voelde tegen-intuïtief dat er helemaal geen herinneringen opgeslagen zouden zijn.’ Daarom keek Broersma wat er gebeurde wanneer ze de klanken opnieuw aan probeerden te leren.

De keuze voor Korea was daarbij niet helemaal toevallig. ‘Korea is het eerste land waar kinderen grootschalig werden uitgezonden voor adoptie,’ vertelt Broersma. ‘Die kinderen zijn dus nu allemaal volwassen. Dat is belangrijk, want we wilden dat ze geen bewuste herinneringen meer aan hun moedertaal hadden. Pas dan kunnen we testen wat er onbewust nog zit.’

‘De geadopteerden waren verheugd dat er onbewust iets van hun tijd in Korea is overgebleven.’

Emotioneel
Voor het onderzoek nam Broersma een groep met Koreaanse geadopteerden, inmiddels allemaal volwassen. Die kregen samen met een controlegroep twee weken les in Koreaanse klanken. Vervolgens werd de uitspraak van die klanken door Koreanen beoordeeld. Wat bleek: bij aanvang was de uitspraak van beide groepen even slecht, terwijl na twee weken de geadopteerde deelnemers significant meer vooruit waren gegaan dan de controlegroep. Daarbij maakte het niet uit op welk moment de volwassenen geadopteerd waren. De deelnemers die jonger dan zes maanden waren op moment van adoptie, deden het even goed als de deelnemers die al kleuter waren toen ze bij hun nieuwe familie kwamen wonen.

Dat resultaat is, volgens Broersma, heel belangrijk. ‘Tot nu toe wisten we wel dat kinderen tijdens hun eerste jaar al klanken aanleren, maar niemand wist of dat ook al voor zes maanden gebeurde. Dit onderzoek laat via een omweg zien dat dat wel het geval is.’

Daarnaast benadrukt Broersma het emotionele aspect voor adoptiekinderen. ‘Veel deelnemers vroegen zich af of zij onbewust gevormd zijn door ervaringen van voor de adoptie. Zij waren verheugd om te zien dat er wel degelijk onbewust iets van die tijd is overgebleven.’

Geef een reactie