Vrouwen de dupe van academisch wangedrag

06 mei 2019 ,

Wetenschappelijk wangedrag met vrouwen als slachtoffer kan allerlei vormen aannemen. Dat is een van de conclusies van een onderzoeksrapport van drie Radboud-onderzoekers in opdracht van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNHV) dat vandaag naar buiten kwam.

Het rapport beschrijft ruim vijftig casussen van vrouwen die op Nederlandse universiteiten te maken kregen met uiteenlopende vormen van wangedrag, van seksuele intimidatie tot het stelen van ideeën. De Nijmeegse gender-expert Marijke Naezer schreef het rapport, samen met hoogleraren Marieke van den Brink en Yvonne Benschop.

Marijke Naezer (eigen foto)

Volgens Naezer is er soms sprake van ‘wetenschappelijke sabotage’, waarmee mensen het werken onmogelijk wordt gemaakt. ‘De gevolgen voor de slachtoffers kunnen heel groot zijn’, zegt Naezer over de telefoon. ‘Ze kampen met slaap- en concentratieproblemen, worden letterlijk ziek. Soms worden ze zelfs de wetenschap uitgewerkt, of keren ze de universiteit zelf de rug toe. Dat komt de diversiteit niet ten goede.’ Ook mannen kunnen slachtoffer zijn van dergelijke misstanden, benadrukt Naezer. ‘Maar vrouwen ervaren meer obstakels in de wetenschap en zijn ondervertegenwoordigd. Daarom hebben we ons in eerste instantie op hen gericht.’

Naast een cultuurverandering pleiten de auteurs voor betere ondersteuning voor slachtoffers. Vertrouwenspersonen op de campus hebben vaak niet de macht om in te grijpen. ‘Maar het begint ook met bewustwording’, zegt Naezer. ‘Daarom willen we dat de kennis uit ons rapport wordt verankerd in bijvoorbeeld leiderschapscursussen.’

Opschudding

De bevindingen sluiten aan bij onderzoek begin dit jaar naar sociale veiligheid op de Nijmeegse campus. Het College van Bestuur besloot daartoe als vervolg op de personeelsenquête. Uit die resultaten bleek dat een op de zeven ondervraagden wel eens geconfronteerd is met ongewenst gedrag. Vrouwen hadden hier significant meer mee te maken dan mannen.

Op de wetenschappelijke carrièredag voor vrouwen afgelopen december – Pump your career – besprak Naezer de eerste bevindingen al in een paneldiscussie. In de aanloop daarnaartoe vertelde ze Vox dat ze hoopte dat het rapport flink wat opschudding zou veroorzaken. ‘De cultuur die wangedrag mogelijk maakt moet veranderen, niet de vrouwen.’

 

Vox sprak twee vrouwen die met scientific harassment geconfronteerd werden. Zij doen hieronder hun verhaal, onder pseudoniem, vanwege de gevoeligheid van het onderwerp.

Lisets proefschrift werd afgekeurd. Daarvóór had ze al geklaagd over ondermaatse begeleiding, maar haar promotor had niet thuis gegeven.

‘Mijn hele promotietraject had ik problemen met mijn promotor. Hij was mijn enige begeleider, maar inhoudelijk had ik niet veel aan hem. In plaats van een kritische discussie over de stukken die ik schreef, was zijn reactie vaak: ‘prima, stuur maar op naar een tijdschrift.’ Het commentaar dat hij gaf, bleef meestal vaag en niet concreet.

Het was lastig om dit met hem te bespreken. Hij was op zijn tenen getrapt toen ik aangaf dat ik iemand van een andere faculteit als inhoudelijk begeleider en co-promotor wilde, met hem meer op de achtergrond. Waarom vertrouw je niet op mijn expertise, vroeg hij verontwaardigd. Ook moest ik gewoon niet zo onzeker zijn, vond hij.

Dat het niet zozeer aan mijn onzekerheid lag, bleek toen ik mijn proefschrift inleverde bij de manuscriptcommissie. Die wees het af! Het voelde als een mokerslag. Mijn hoogleraar daarentegen deed er heel luchtig over. Alsof zo’n afkeuring de normaalste zaak van de wereld was. Ik hoefde alleen maar even een verbeterde versie te schrijven.

Ik had geen vertrouwen meer in een goede afloop en ben naar de universitaire vertrouwenspersoon gestapt. Een andere promotor leek mij de enige optie om dit traject tot een goed einde te kunnen brengen. Dat bleek een ingewikkelde en risicovolle route, het was immers zijn projectgeld. De kans was groot dat ik überhaupt nooit meer zou promoveren.

De vertrouwenspersoon stelde een pragmatischere aanpak voor, door als een soort mediator tussen mij en de promotor te fungeren. Maar dat wees mijn hoogleraar af. Bemiddelende gesprekken zouden hem in zijn autoriteit aantasten, vermoed ik. Kort daarop mailde hij mij zelfs een document ter ondertekening. Daarin stond dat ik niet met derden over mijn proefschrift mocht praten, maar alleen met hem, als promotor.

‘Ik besloot nooit meer in zo’n hiërarchische organisatie te gaan werken’

Uiteindelijk heb ik een verbeterde versie van mijn proefschrift geschreven, door achter zijn rug om informeel te overleggen met andere onderzoekers die wel de juiste expertise hadden. Dat nieuwe manuscript werd gelukkig goedgekeurd, waarna ik alsnog promoveerde. Ik besloot nooit meer in zo’n hiërarchische organisatie als een universiteit te gaan werken.

Het meest frustrerende vond ik dat mijn promotor kon wegkomen met dit gedrag. Ik was namelijk niet de enige promovenda die problemen met hem had. Niemand durfde die echter aan te kaarten, vanwege hun afhankelijkheidsrelatie met hem. De vertrouwenspersoon heeft mij zo goed mogelijk geholpen, maar heeft als puntje bij paaltje komt ook weinig macht in dit soort situaties. Blijkbaar kunnen disfunctionele hoogleraren gewoon in functie blijven, constateer ik dan.

Terugkijkend vermoed ik dat het grootste probleem was dat mijn hoogleraar niet in staat bleek om zich kwetsbaar op te stellen. Het was zijn intentie om mij zo goed mogelijk te begeleiden, maar hij wist niet hoe hij met kritiek moest omgaan. Als hij hand in eigen boezem had gestoken dan had ik me niet zo in de steek gelaten gevoeld. Dat vraagt natuurlijk wel een bepaalde mate van zelfreflecterend vermogen, en dat ontbreekt nogal eens bij mensen in leidinggevende posities, is mijn ervaring. Als hoogleraar ben je de baas over een afdeling, maar daarmee nog geen alwetende godheid.’

 

Evelien was een van de onderzoeksters die Naezer interviewde voor haar rapport.

‘Kun je even meekomen, vroeg mijn afdelingshoofd een paar jaar geleden, toen ik universitair docent was. Hij zei, helemaal van de kaart: de promotor van de promovendus die je begeleidt heeft een klacht over je ingediend wegens schending van de wetenschappelijke integriteit.

Ik stond perplex, helemaal toen ik hoorde om wat voor knulligs het ging. Ik had via de mail voorgesteld om een artikel over de onderzoeksopzet als bijlage in het proefschrift van die promovendus op te nemen, in plaats van als apart hoofdstuk. Die opzet omvatte namelijk veel meer studies dan die in het proefschrift stonden. Daardoor kon de promovendus tegenover de manuscriptcommissie moeilijk verantwoordelijkheid op zich nemen voor ál die studies, vond ik. De promotor, ook een vrouw, geloofde dat niet en dacht dat ik hiermee zaken wilde verdoezelen.

Al snel bleek dat dat artikel niet eens als hoofdstuk opgenomen kón worden volgens de proefschriftregels. De promovendus stond namelijk ergens achteraan in het rijtje auteurs op het artikel waar het om ging.

Maar toen was het kwaad al geschied. Sindsdien was het ‘over’ tussen de betreffende hoogleraar en mij, terwijl we eerder juist prima samenwerkten. Ook kreeg ik het gevoel dat onderzoekers uit een internationale vakvereniging die zij voorzat mij afstandelijker benaderden dan voorheen. Het duurde jaren voordat dat weer normaliseerde.

‘Excuses heb ik nooit gekregen’

Nee, ik heb het voorval nooit aangekaart bij een vertrouwenspersoon, omdat de angel er snel uit was, toen bleek dat ik niks oneerbaars gedaan had. Toch zat ik er wel mee en bracht het ter sprake in gesprekken met mijn coach. Hij stelde voor dat ik het een keer met die promotor besprak, maar het enige wat zij toen zei was: ‘Ben je daar nu nog niet overheen?’ Excuses heb ik nooit gekregen.

Deels ontstond die situatie omdat de promotor ook een vrouw was, denk ik. Met vrouwen worden gesprekken veel sneller persoonlijk dan met mannen is mijn ervaring. Dat je het over je kinderen hebt bijvoorbeeld. Het zorgt bij mij al snel voor een gevoel van vertrouwen en loyaliteit, waarvan ik vervolgens te snel aanneem dat het wederzijds is. Dan verwacht ik bijvoorbeeld bij zo’n discussie over dat proefschrift dat iemand niet meteen het slechtste denkt als een email vragen bij haar oproept.

Bij mannen blijft het contact vaak wat zakelijker. Zij stellen zich vaak minder kwetsbaar op, en in reactie doe ik dat ook. Daardoor formuleer ik dingen ook anders en ontstaat dit soort situaties met misplaatst vertrouwen misschien minder snel. Daar let ik in mijn contact met vrouwelijke collega’s nu meer op. Wel jammer, denk ik soms, het liefst blijf je toch zo dicht mogelijk bij jezelf.’

2 reacties

  1. Echtewetenschapper schreef op 6 mei 2019 om 14:52

    Grappig dat juist deze twee verhalen zo algemeen zijn dat ze iedereen hadden kunnen overkomen. En volgens het tweede verhaal moeten we misschien maar eens minder vrouwen in de wetenschap hebben.

    Dit soort ‘self-report’ studies kun je net als de rest van genderstudies met een hele grote korrel zout nemen. Maar als je dan kijkt naar de cijfers tussen mannen en vrouwen scheelt het maar 9procent.
    Nogal clickbait artikel dus.

  2. Promovendus schreef op 6 mei 2019 om 19:30

    De titel bij dit stuk is een beetje beperkt. Overmatige hiërarchie en slecht leiderschap treffen iedereen. Ik besef wel dat genderpatronen dit verergeren. Het tweede voorbeeld laat alleen ook zien dat dit geen probleem is van mannen tegen de vrouwen, maar een breder organisatorisch en cultureel probleem.

    Ik ben wel blij dat er aandacht is voor dit veelvoorkomende probleem en ik denk dat dit onderzoek samen met dat van de FNV/VAWO een goede aanzet vormt. Ik hoop dat op deze site ook meer stukken zullen verschijnen over mogelijke verbeteringen van de universiteit om academisch wangedrag te voorkomen.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands