Dit waren de grote doorbraken van 2000

20 okt 2017

Het is de droom van elke wetenschapper: je ontdekt een eiwit of gen, haalt er de publiciteit mee en je naam is gevestigd. Vier Nijmeegse onderzoekers vertellen hoe het ze verging na hun doorbraak in 2000. ‘Het was uitermate eenvoudig hierna steeds aan nieuwe banen te komen.’

‘De Nature-publicatie heeft mijn carrière flink geholpen’

Iwan Meij scoorde in 2000 als promovendus een prachtige publicatie in Nature Genetics. Nu heeft hij een leidinggevende functie aan het Berlin Institute of Health. ‘In 2000 ontdekte ik als wetenschapper voor het eerst iets wat nog nergens was gedaan.’

Eind jaren negentig stond Meij te zwoegen in een Berlijns lab. De promovendus aan de Radboud Universiteit was druk bezig om als eerste aan te tonen welk gen er verantwoordelijk was voor mysterieus magnesiumverlies uit het bloed van twee patiënten. Omdat alleen een onderzoeksinstituut in Berlijn de juiste machines had staan, werkte hij daar. In de nachtelijke uren welteverstaan, want overdag kregen de ‘eigen’ wetenschappers van het lab voorrang.

Het was Meij destijds menens. Als zijn plan lukte, lag er een wereldwijde primeur voor het oprapen, net als publicaties in The American Journal of Human Genetics en Nature Genetics. Er was wel haast geboden: een hoogleraar van Yale University zat met zijn enorme onderzoeksgroep op hetzelfde spoor. ‘Ik kan het gevoel van opwinding op het moment dat ik het definitieve bewijs had gevonden nog precies oproepen’, zegt Meij nu. ‘Voor het eerst in mijn leven had ik als wetenschapper iets ontdekt wat wereldwijd nog nergens was gedaan. Een echte primeur. Dat was geweldig.’

In het kort: Meij vond eerst in welk stuk van het DNA de fout zat die het magnesiumverlies veroorzaakte. Dit stuk DNA was echter nog zo groot, dat er ongeveer honderd kandidaatgenen lagen. Na nog meer speurwerk vond Meij welk gen het precies was – de zogeheten gamma-subunit van het Natrium-Kalium ATP-ase – én wist hij dat op drie manieren te bevestigen. De ronkende Nature-publicatie kwam er in 2000 inderdaad. ‘Die publicatie heeft me extreem geholpen in mijn carrière. Het was uitermate eenvoudig om hierna steeds aan nieuwe banen te komen. Inmiddels komt die publicatie nooit meer ter sprake, maar dat heeft wel jaren geduurd.’

Meij staat vrijwel nooit meer (als wetenschapper) in het lab. Nachtelijke onderzoeksuren zijn al helemaal verleden tijd. Inmiddels is hij coördinator van de biomedische innovatie-academie van het Berlin Institute of Health, die jonge onderzoekers helpt met onderzoekssubsidies en vervolgonderwijs. Hij schrijft tegenwoordig subsidieaanvragen in plaats van wetenschappelijke publicaties. En toch: die ene doorbraak helpt nog steeds. ‘Toen ik manager werd, merkte ik dat de wetenschappers me heel makkelijk accepteerden omdat ik goed gepubliceerd had. Dat maakte de verhoudingen direct heel anders: met mij konden de onderzoekers ook inhoudelijk over hun werk praten.’

De laatste jaren is er nog behoorlijk wat vervolgonderzoek gedaan dat voortborduurt op het werk van Meij. Er zijn nog vier genen ontdekt die magnesium uitruilen. ‘Het plaatje is veel completer’, zo beschrijft Meij het. Medicatie voor mensen die lijden aan magnesiumverlies leverde dat nog niet op. ‘Maar het is nu wel redelijk eenvoudig om mensen te testen op de erfelijke aanleg voor magnesiumverlies. Dat kunnen ze vroegtijdig compenseren met het slikken van magnesiumtabletten. En er zijn signalen dat dat in een later stadium complicaties zoals jicht kan voorkomen.’

‘Donders is een soort benchmark geworden’

In 2000 was Peter Hagoort al wetenschappelijk directeur van het F.C. Donders Centrum voor Cognitieve Neurowetenschap, een instituut dat eigenlijk alleen op papier bestond. Dat veranderde toen hij in dat jaar bij wetenschapsorganisatie NWO 9,5 miljoen gulden (zo’n 4 miljoen euro) aan subsidie lospeuterde. Inmiddels hoort het Donders Instituut bij de wereldtop.

‘Toen ik begon als directeur van Donders hield ik me – gekscherend gezegd – vooral bezig met de kleur van de vloerbedekking en de gordijnen’, zegt Hagoort. ‘Ik had een pand, een secretaresse en een technicus, meer was er nog niet.’

Het huidige Donders Instituut werd opgericht nadat de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in een verkenningsrapport had geconcludeerd dat Nederland voortreffelijke cognitie- en neurowetenschappers had, maar dat goede onderzoeksfaciliteiten voor het maken van hersenscans ontbraken. Dat moest veranderen. De Nijmeegse inzending voor zo’n faciliteit (die werd gesteund door drie andere universiteiten en de Max-Planck-Gesellschaft) kreeg de erkenning van het ministerie. Maar Hagoort kon pas echt aan de slag toen hij 9,5 miljoen gulden kreeg van NWO, en niet veel later nog eens 7 miljoen van de Max-Planck-Gesellschaft. Het geld van NWO is alleen gebruikt om apparatuur te kopen (MRI-scanners, een MEG-systeem en EEG-labs).

Dat is om meerdere redenen een uitstekende investering geweest, zegt Hagoort. Zeventien jaar na het verkrijgen van het NWO-geld zijn de machines voor een deel nog steeds operationeel. ‘Ze worden uiteraard continu geüpdatet, maar de enorme magneten uit de eerste scanners zijn bijvoorbeeld lange tijd meegegaan en pas de laatste jaren vervangen.’

Na de installatie van de hightech-apparatuur moest Hagoort écht aan het werk. ‘Nederland had nog geen ervaring met de cognitieve neurowetenschap, dus ik moest vrijwel al het wetenschappelijk personeel uit het buitenland rekruteren. Ik moest het hebben van redelijk jonge postdocs die stonden te trappelen om hier iets van de grond af aan op te bouwen.’

Hagoort bleek een neus voor talent te hebben: de eerste lichting postdocs is inmiddels vrijwel in zijn geheel benoemd tot hoogleraar – hetzij aan de Radboud Universiteit, hetzij elders. Het F.C. Donders Centrum uit 2000 heet inmiddels het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour en heeft een goede naam opgebouwd. ‘Ik werd laatst gevraagd om een vergelijkbaar instituut in Cambridge te evalueren. Ik merkte dat ze hun instituut in hun beleidsstukken voortdurend met ‘Donders’ vergeleken. We zijn een soort benchmark geworden.’

‘Daarnaast hebben we een vliegwieleffect gecreëerd in Nederland. Hersenonderzoekers aan andere universiteiten zeiden tegen hun baas: als jullie niet investeren in nieuwe apparatuur, ga ik naar Nijmegen, want daar hebben ze dat wel. Dat heeft ervoor gezorgd dat Nederland niet langer in de achterhoede zit, maar in de voorhoede meespeelt.’ ‘Het is allemaal een stuk groter en mooier geworden dan ik had durven dromen’, zegt Hagoort. ‘Toen we begonnen, waren er een virtuele tekening en een plan in m’n hoofd. Maar ik had slapeloze nachten, hoor: hoe krijgen we de juiste mensen bij elkaar? Gaat het allemaal wel lukken? Met wat handigheid, geluk en fingerspitzengefühl hebben we toch alle expertise bij elkaar gekregen waardoor we nu staan waar we staan. Gelukkig hoef ik daar niet meer van wakker te liggen.’

‘Studenten zijn nog steeds onder de indruk’

Theo Geijtenbeek deed als postdoc een enorm belangrijke ontdekking binnen het hiv-onderzoek. Hij is nu principal investigator en hoogleraar aan het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. ‘Pas later bleek wat voor gamechanger die vondst was.’

Op 3 maart 2000, om 23.05 uur, had NOS Teletekst de primeur – een paar minuten nadat het embargo was verlopen en het nieuws naar buiten mocht. Wetenschappers van de universiteit in Nijmegen hadden een lichaamseigen eiwit ontdekt dat een belangrijke rol speelt bij een hivinfectie, zo viel er te lezen. Het was direct groot nieuws – in de pers en onder vakgenoten. Op het tumorimmunologisch lab van de universiteit kwam de ene na de andere felicitatie binnen.

Het was direct duidelijk dat Theo Geijtenbeek iets belangrijks had gevonden. Hij ontdekte (en gaf een naam aan) het eiwit DC-SIGN. Dit molecuul, zo bewees Geijtenbeek, is belangrijk bij een hiv-infectie. Het hiv-virus kan zich namelijk vastklampen aan DC-SIGN en laat zich vervolgens door dit eiwit langs alle afweermechanismen van het lichaam loodsen. Eenmaal in het lichaam kan het virus vervolgens razendsnel toeslaan en zich vermenigvuldigen.

‘DC-SIGN komt voor op zogeheten dendritische cellen’, zegt Geijtenbeek. ‘Over de rol van deze cellen bij een hivbesmetting was volstrekt niets duidelijk. Wij konden aantonen dat deze cellen door DC-SIGN het virus als het ware konden vangen én overdragen. Dat was echt nieuws. Niet alleen omdat we beter begrepen hoe hiv ons lichaam binnendringt, maar we hadden ineens ook een heel nieuwe soort hiv-receptor ontdekt.’

De dendritische cellen hebben sinds 2000 de volle aandacht van hiv-onderzoekers. Geijtenbeek publiceerde zijn vondst in het toonaangevende blad Cell. Toen het nummer verscheen, wist hij al dat twee grote Amerikaanse onderzoeksgroepen ook op DC-SIGN waren gedoken. Daar bleef het niet bij. ‘Ik had toen nooit kunnen voorzien hoe dit zou groeien. Pas later bleek wat voor gamechanger dit was en hoe groot de gevolgen waren voor het onderzoek naar hiv. Er kwam als het ware een heel onderzoeksveld bij.’ De ontdekking zorgde vooral voor een enorme hoeveelheid nieuwe kennis, een medicijn is er vooralsnog niet.

Geijtenbeeks reputatie was in één keer gevestigd en hij verschafte zich met zijn publicatie veel nieuw werk. Hij doet nog steeds onderzoek naar DC-SIGN en verwante hiv-receptoren. Lachend: ‘Ik vertelde laatst tegen een student dat ik de ontdekker ben van DC-SIGN. Die was gelukkig nog steeds onder de indruk.’

‘Als ik niet zo optimistisch was, was ik gestopt’

Rik Berkelmans werkte aan het begin van de eeuw als junior onderzoeker op de afdeling Molecuul- en laserfysica van de Radboud Universiteit. In zijn eigen tijd bedacht hij een innovatieve Quad Trike, waarmee hij de ICT-Millenniumprijs (à 100.000 gulden, zo’n 45.000 euro) won. De Quad Trike heet inmiddels BerkelBike en is helemaal uitontwikkeld. ‘Maar het duurde echt tien keer langer dan verwacht.’

Lichaamsbeweging is voor iedereen belangrijk. Ook – of juist – voor mensen met een verlamming. Maar voor wie noodgedwongen de hele dag in een rolstoel zit, is het niet eenvoudig om voldoende te bewegen. Daar moet wat aan te doen zijn, dacht Rik Berkelmans als medewerker van de Radboud Universiteit. Zie hier het verhaal achter de geboorte van de driewieler die BerkelBike is gaan heten.

In 2000 was er niet veel meer dan een futuristisch ogende artist’s impression van zijn uitvinding en dus die gewonnen 100.000 gulden. Inmiddels heeft Berkelmans een volledige productenlijn opgetuigd met één doel: verlamde mensen weer laten fietsen. Een BerkelBike wordt met zowel armen als benen aangedreven. Bijzonder, want in veel gevallen zijn de benen verlamd. Berkelmans gebruikt functionele elektrostimulatie. ‘Gebruikers van een BerkelBike dragen een speciale broek die met elektronische stimulatie de zenuwen in de verlamde benen activeert. Dat zorgt er vervolgens voor dat de spieren samentrekken en dat je ondanks een verlamming toch kunt fietsen.’

De BerkelBike laat mensen met een verlamming spieren gebruiken die normaal gesproken niets meer doen. ‘De enige lichaamsbeweging die mensen met bijvoorbeeld een dwarslaesie soms hebben, is het aansturen van het knuppeltje van hun elektrische rolstoel. Hierdoor is hun levensverwachting vaak stukken lager dan normaal; ze krijgen sneller diabetes, hart- en vaatziekten, doorligplekken, noem maar op.’

De ontwikkeling van het eindproduct ging niet altijd van harte, zucht Berkelmans. ‘Ik ben van nature een optimistisch persoon en dat is maar goed ook, want anders was ik er waarschijnlijk mee gestopt. De mechanica, de elektronica, de klinische studies – het duurde echt tien keer langer dan ik had verwacht. En hoe langer het duurt, hoe meer het kost. Er waren tijden dat ik meer facturen had dan geld op de bank. Die tijden zijn gelukkig achter de rug. Op dit moment zijn we hard aan het werk om investeerders te zoeken om sneller te kunnen groeien. Dat zie ik als mijn plicht, want de levensvreugde van onze klanten stijgt enorm als ze sinds lange tijd weer eens kunnen fietsen.’

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands