Wat leer je als je elkaar twee minuten in de ogen kijkt?

29 aug 2019 ,

Krijg je een diepere band met iemand die je nog niet kent als je die persoon twee minuten aankijkt? Vox onderzocht het afgelopen weekend op het introfestival in Goch. Oogcontact lijkt inderdaad een beetje te helpen, en dat is wetenschappelijk nog prima te verklaren ook.

Vierduizend studenten liepen afgelopen weekend rond op het introductiefestival in Goch. Dé plek bij uitstek waar je als eerstejaars kunt doen waar de intro voor bedoeld is: nieuwe mensen leren kennen. Maar hoe snel krijg je een klik met iemand anders? En hoe belangrijk is oogcontact daarbij? Vox ging op onderzoek en zette eerstejaars tegenover elkaar in caravan Stanley.

Twee minuten keken de studenten elkaar zwijgend in de ogen, daarna moesten ze vragen over de afkomst, relatiestatus en het karakter van de ander beantwoorden. Het idee: intensief oogcontact helpt om een vreemde beter te leren kennen en zorgt misschien ook voor een diepere onderlinge band. Oogcontact is immers een van de sterkste signalen in sociaal gedrag. Welke relatie is er niet mee begonnen?

Gênant

Dat geldt misschien voor een snelle blikwisseling, maar twee minuten lang naar elkaar staren is van een heel andere orde, vertellen veel deelnemers achteraf. ‘Nogal ongemakkelijk’ en zelfs ‘een beetje gênant’ waren vaak terugkerende reacties. ‘Ik moest moeite doen om niet te gaan lachen’, vertelt bijvoorbeeld eerstejaars geneeskunde Caroline Haas (18). ‘En of het nu helpt om die ander te leren kennen weet ik niet, daarbij let je toch ook vooral op non-verbaal gedrag.’

Om te onderzoeken of dat echt zo was, beantwoordden alle deelnemers na de twee minuten stilte tien vragen over de ander. Is de ander single? Een huisje-boompje-beestje-type? Een serieuze student of juist een feestbeest? ‘Ik heb maar wat gegokt’, was de indruk van een van de deelnemers. ‘Volgens mij heb ik alles fout.’

Dat viel reuze mee, leert een nadere blik op de antwoorden. Ondanks de gêne blijkt elkaar lang aankijken wel degelijk een handje te helpen om de ander te leren kennen. Gemiddeld hadden de studenten 63 procent van de ja/nee-vragen goed: meer dan de 50 procent die je zou verwachten als mensen willekeurig zouden gokken.

Daarnaast gaven de staarders meer goede antwoorden dan een andere groep deelnemers die ook twee minuten zwegen, maar vrij rond mochten kijken. Zij hadden slechts 57 procent van de vragen goed.

Spiegel van de ziel

Leuk, zo’n testje, maar wat zegt de wetenschap eigenlijk over ons sociaal experiment? Met 28 deelnemers waren alle verschillen statistisch gezien te klein om harde conclusies te kunnen trekken. En van strak gecontroleerde wetenschappelijke omstandigheden kunnen we ook moeilijk spreken in een caravan op een luidruchtig festival. Maar met die slagen om de arm valt er best wat over de bevindingen te zeggen, vertelt hoogleraar cognitieve psychologie Harold Bekkering desgevraagd.

Harold Bekkering. Foto: RU

De resultaten passen bij moderne theorieën over sociaal gedrag, zegt hij. ‘Je hersenen zijn een voorspellingsmachine, denken we. Ze proberen zo goed mogelijk te voorspellen wat voor iemand tegenover je zit.’ Daarbij ga je standaard uit van hoe je zelf in elkaar zit, benadrukt hij, waardoor je soms verkeerde inschattingen maakt. ‘Maar als je lang je aandacht op iemand anders moet richten – zoals door elkaar in de ogen te kijken – wordt je brein steeds bewuster dat het om iemand anders gaat die misschien andere gedachten heeft dan jijzelf. Dan ga je andere voorspellingen maken.’

De twee minuten aandacht zouden daarmee kunnen verklaren dat de deelnemers het net iets beter deden dan wanneer ze de antwoorden gegokt zouden hebben. Dat ‘staarders’ het nog eens een stukje beter deden dan de vrije rondkijkers, is ook te verklaren, zegt Bekkering. ‘Aan ogen valt veel af te leiden. Je ziet meteen of iemand droevig of vrolijk, of juist serieus kijkt. Ogen worden niet voor niets de spiegel van de ziel genoemd.’

1 reactie

  1. Piet schreef op 5 september 2019 om 17:40

    ach ach..
    57 % tegen 63 % dat is dus 6 % verschil. Tsjonge!
    Het argument: 63 is meer dan 50. Ah, en 57 niet?
    En dan 28 deelnemers. 14 paren vermoed ik. In twee groepen van 7 paren?
    Het doet overigens nauwelijks ter zake of het significant is, wat belangrijker is of deze kleine steekproef een betrouwbare vertegenwoordiging is van de populatie. Dat lijkt mij niet.
    Verder is de grootte van het effect van belang, en die effect grootte is klein.
    Is dit een indruk van wetenschap voor de nieuwe studenten? Ik hoop dat ze erdoor heen kijken!

    Piet

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!