Welters’ weemoedige wereld: Aristotelische deugden

21 mrt 2011

Prikkelend, zo niet stekelig, de afgelopen column van Joep Bos-Coenraad op deze plek. De door docenten vaak gewraakte studentenvraag of bepaalde delen van de tijdens colleges behandelde stof al dan niet bij het tentamen aan bod kunnen komen, is volgens Joep wel degelijk legitiem. Immers, de huidige student moet hard werken en kan het zich helaas niet veroorloven om doodlopende zijpaden in te slaan.

Jaartallen, namen en citaten – ‘geschiedenis’ kortom – zijn weliswaar een onlosmakelijk onderdeel van de academische cultuur, maar kosten qua stampen veel tijd, en ‘is het in veel gevallen niet relevant details daarvan te toetsen ten koste van de inhoud’, riposteert Joep. Kortom, de moet-ik-dit-weten-vraag welt niet op uit desinteresse en baatzuchtige studentencalculatie, maar is de consequentie van een straf curriculum.

Dat van dat tjokvolle studieprogramma van veertig uur per week zal zeker kloppen voor Joeps biotoop: de scheikunde. Misschien zelfs voor bedrijfscommunicatie of religiewetenschappen, daar wil ik van af zijn. Maar de hamvraag is of historische context slechts parafernalia zijn die het vaardig aanleren van ‘de inhoud’ in de weg staan. Nee dus. Want dat wat in het onzalige nu doorgaat voor dé inhoud en de feitelijke stand van zaken, is slechts glazuur. Dat is suggereren dat de Eiffeltoren alleen maar gebouwd is ter ondersteuning van het laagje chroom op de top, om Mark Twain aan te halen. (Voor de historisch minder onderlegden: een morsdode Amerikaanse romancier.)

Hier in het Huygensgebouw zie ik studenten rekenen dat het een aard heeft. Lijkt me prima. Zonder calculeren geen doorbraak in de nanotechnologie of in het onderzoek naar het grote zuiverende potentieel van die wondere, piepkleine annamoxbacterie. Maar als een Cato de oude blijf ik onverkort van mening dat ook de context in het vizier moet blijven. Dat niet zozeer op de wijze van het jaartallen, namen en stelregels stampen, als wel als morele academische sensibilisering.

De vier voornaamste deugden uit de ethiek van Aristoteles (Griekse wijsgeer, 4e eeuw V.C.)  zouden wat mij betreft bij elk tentamen  op de loer moeten liggen – mondeling, open of gesloten schriftelijk of desnoods interactief via Blackboard. Elke wetenschappelijke onderafdeling toont wel eens een zekere vorm van andreia, moed. Van Newton naar kwantummechanica en van nurture naar nature, dat werk. Soms wordt er zelfs gerept over dikaiosynē, rechtvaardigheid. Toegang tot de zaligmakende social media voor allen bijvoorbeeld.

Maar, geachte student, hoe zit het in uw/jouw vak met phronēsis, voorzichtigheid en sōphrosynē, gematigdheid?  We kunnen wel kerncentrales gaan bouwen die bestand zijn tegen schokken 9.25 op de Schaal van Richter, om maar een dwarsstraat te noemen. Echter, een korte historische terugblik laat ook zien dat de in techniek verpakte menselijke aard doorgaans neigt richting meltdown.

Zoals de Grieken al wisten: het verleden ontrolt zich voor je voeten en de toekomst grijpt je van achter. Desalniettemin, hoe kunnen we met minder toe? En hoe boksen we dat voor elkaar? Historisch geïnformeerd op zoek naar de juiste maat. Daar mogen studenten wat mij betreft zwetend wakker van worden.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!