Welters’ weemoedige wereld: High impact
Afgelopen week hadden we een mooie discussie hier op de afdeling Filosofie en wetenschapsstudies bij NWI. We geven veel (reflectie-)onderwijs aan de natuurwetenschappertjes in de dop. Maar wat we ook moeten doen is: publiceren. Als wijsgeren vragen we ons natuurlijk af: wat is dat precies, publiceren? En waarin zouden we dan moeten ‘publiceren’?
Voor harde collegae aan onze faculty of science is dat zonneklaar: Nature, Science, The Lancet en andere top of the bill-journals waarin je heel veel punten scoort. Maar het spreekt voor zich dat dit soort periodieken doorgaans niet zit te wachten op verbale afscheiding van luizen in de pels van de BV wetenschap. Nee, wij hebben onze eigen clubblaadjes: Environmental Ethics, Filosofie en Praktijk, en wat bovengetekende betreft het in kleine kring zeer hooggeprezen Journal of the Philosophy of Sport. Probleem: dit soort tijdschriften levert veel minder punten op. Bovendien worden ze niet door vreselijk veel mensen gelezen.
Hyperspecialistische tijdschriften als The Journal of Neuroendocrinology worden wellicht door nog minder mensen gelezen als de sportfilosofenperiodieken waarvoor ik me het vuur uit de sloffen loop. Dat is waar. Maar de vijf specialisten die dat artikel over Discovery and Evolutionary History of Gonadotrophin-Inhibitory Hormone and Kisspeptin: New Key Neuropeptides Controlling Reproduction lezen maken daar misschien iemand beter mee. Wat ik met mijn From poion to poson – Two metabletical attempts to capture the metamorphosis from sport as being in the world to perfection of the self wellicht niet voor elkaar krijg.
Mijn baas Hub Zwart wijdde tien jaar geleden zijn oratie aan het thema Publish or Perish – De wetenschapper als auteur. De oude Grieken wandelden, praatten wat en schreven zo nu en dan iets op. De middeleeuwer boog zich over de heilige schrift. En sinds de uitvinding van het wetenschappelijk tijdschrift in de 17e eeuw, wordt er geschreven dat het een aard heeft. Zoals sciëntometrist De Solla Price becijferde: zijn er meer dan honderd auteurs aangewezen op een en hetzelfde tijdschrift, dan ligt de oprichting van een nieuw in de lijn de verwachting.
Bleef de vraag: welke kant moeten wij praktijkgerichte wijsgeren op? Collega Dankbaar sprak het verlossende woord: misschien moeten we niet streven naar publicaties in high-impact journals, maar domweg zorgen dat we op enigerlei wijze een high impact hebben.
Zoals Vergilius al wist: Flectere si nequeo Superos acheronta movebo. Of in de taal der wetenschap: If I cannot move heaven, I will raise hell.