‘Wetenschap stagneert door ouderwetse organisatie’

10-02-2017, 17:33

Illustratie: emde

OPINIE Geef meer aandacht aan groepen wetenschappers, en niet aan individuen. Volgens Guillén Fernandez en Christian Utzerath van het Donders Instituut doen de universiteiten, journals en financiers te veel alsof onderzoekers kunstenaars zijn. Deze individuele benadering belemmert baanbrekend onderzoek.

De wetenschapsgemeenschap lijkt een gouden eeuw te hebben bereikt, kijkend naar het almaar toenemend aantal publicaties, met sinds 2011 elk jaar een miljoen publicaties meer. Maar toch blijven baanbrekende resultaten uit, bijvoorbeeld in het onderzoek naar alzheimer. Hoe komt dat? Mogelijk doordat de wetenschap de eenvoudige uitdagingen heeft opgelost en zich nu gesteld ziet voor de echt grote problemen. Wij denken van niet: het klopt dat wetenschappelijke uitdagingen complexer zijn geworden. Maar om juist dan voortgang te boeken moeten we een einde maken aan de klassieke manier van onderzoek, die is gebaseerd op het naast elkaar in plaats van met elkaar werken.

‘De publicatiedruk eist van wetenschappers een persoonlijke tol’

In ons eigen vakgebied, de neuroscience, begeeft een groeiend aantal wetenschappers zich binnen steeds specialistischer subgebieden. Dat maakt samenwerking onontbeerlijk, wat ook blijkt uit het toenemend gewicht van een subsidieprogramma als Zwaartekracht, waarin grote aantallen onderzoekers zijn samengebracht. Dat wetenschap steeds vaker een zaak is van groepswerk blijkt ook uit het stijgend aantal coauteurs per artikel, zoals valt op te maken uit de databases van wetenschappelijke publicaties.

Individualisme
Maar toch viert het individualisme binnen de wetenschappen nog steeds hoogtij. Promovendi worden immers op hun persoonlijke prestaties beoordeeld om al dan niet een stapje hoger te zetten in de academie, laat staan om hoogleraar te worden. De hiermee gepaard gaande publicatiedruk is niet alleen in veel gevallen vruchteloos, maar eist van wetenschappers ook een persoonlijke tol.

We zien ons vandaag geplaatst tegenover een massaproductie van artikelen, met afnemende relevantie. Analyses wijzen uit dat van de artikelen uit 2009 een op elke drie publicaties in de vijf jaar na verschijning nooit is geciteerd. In het cohort artikelen uit 2004 was een veel kleiner aandeel publicaties ‘vergeefse moeite’. Terwijl wetenschappers dus voor uitdagingen staan die alleen door samenwerking zijn aan te pakken, moeten ze vooral met individuele prestaties zien uit te blinken. Dit rolconflict staat echte samenwerking en innovatie in de weg.

Niet repliceerbaar
Dankzij groepswerk zal het aandeel tamelijk nutteloze en slecht repliceerbare studies verminderen, omdat in grotere groepen ook de methodologie beter kan worden geborgd. Vandaag de dag is onderzoek veelal versnipperd, met veel resultaten die onzeker of niet repliceerbaar zijn. Alleen al in de biomedische wetenschappen gaan jaarlijks miljarden dollars verloren door slecht uitgevoerd onderzoek.

Naast een betere besteding van de financiën, bevorderen grotere eenheden bovendien het onderzoekklimaat voor ambitieuze wetenschappers. Binnen grote eenheden vinden ze baat bij onderlinge kruisbestuiving, niet gehinderd door tijdrovende subsidievoorstellen, prestatienormen en scoringsdrang. Ook is samenwerking bevorderlijk voor het behoud, de ontwikkeling en het doorgeven van de kennis van specialistische wetenschappers.

‘Individuen in het zonnetje zetten is goed voor de kunsten, niet voor de wetenschap.’

Gunstig is bovendien de taakverdeling in grotere eenheden, met onderzoekers die de hypotheses opstellen, naast collega’s die ze toetsen. Wie niet zijn eigen hypotheses toetst, is onafhankelijk van het resultaat. In een publicatie vorig jaar is aangetoond hoe in een dergelijke omgeving, in dit geval de Allen Brain Observatory, onderzoekers op basis van ogenschijnlijk onafzienbare data toch tot spectaculaire resultaten weten te komen. Kleine groepen zouden dergelijke resultaten nooit kunnen behalen, laat staan individuele onderzoekers.

Zie ook de drie pagina’s tellende lijst met auteursnamen bij de doorbraak vorig jaar betreffende de zwaartekrachtgolven. De onderzoekers weten elkaar in toenemende mate te vinden, genoodzaakt door steeds complexere vraagstukken. Maar nu is het zaak dat ook tijdschriften, universiteiten en financiers meer aandacht en erkenning geven aan groepsprestaties en hun beleid daarop afstemmen. Individuen met subsidies en prijzen in het zonnetje zetten is goed voor de kunsten, niet voor de wetenschap.

Prof. dr Guillén Fernandez is principal investigator bij het Donders Instituut en hoogleraar Cognitive neurology. Christian Utzerath is promovendus bij het Donders Instituut en het Radboudumc. Deze opinie is een ingekorte versie van een Engelstalige publicatie deze maand in Trends in Neuroscience.

2 reacties

  1. Stijn schreef op 10 februari 2017 om 17:43

    Het bovenstaande artikel staat vol drogredenen. Regelmatig wordt de volgende stelling herhaald: ‘in groepen werken is effectiever dan individueel werken’. Een onderbouwing voor die stelling ontbreekt echter. Het enige argument, dat overigens onnodig meerdere keren genoemd wordt, is dat in (bepaalde) wetenschapsgebieden al in groepen gewerkt wordt. Ik vraag mij af of de volledige versie wél steekhoudende argumenten bevat, en als dat zo is, vraag ik mij af waarom er is gekozen om dat artikel in te korten.

Geef een reactie