‘Wetenschappelijk doe ik er nog toe’

16 okt 2019

Officieel gaat Carl Figdor binnenkort met pensioen, maar in de praktijk werkt de hoogleraar Tumorimmunologie de komende vijf jaar gewoon door, onder andere dankzij een recente Europese beurs. ‘Het is toch onzin dat je maar op één leeftijd met pensioen zou mogen gaan?’

‘Nee, het is geen afscheidscollege’, zegt Carl Figdor (66). ‘Op 25 oktober geef ik een jubileumcollege.’ De hoogleraar immunologie mag eind deze maand dan wel de pensioengerechtigde leeftijd bereiken en officieel met emeritaat gaan, van een afscheid van universiteit en ziekenhuis is voorlopig geen sprake.

ERC-beurs

Nog zeker vijf jaar werkt Figdor door. Stellig: ‘Het is toch onzin dat je maar op één leeftijd met pensioen zou mogen gaan? Ik heb een hoop ervaring die ik door wil geven, bijvoorbeeld met het schrijven van onderzoeksvoorstellen. Het is toch zonde om dat allemaal door de gootsteen te spoelen? Ik vind het heerlijk om met jonge, enthousiaste onderzoekers te werken.’

Ook niet onbelangrijk: dit jaar ontving de immunoloog nog een persoonsgebonden ERC Advanced Grant van 2,5 miljoen euro. Het was zijn tweede. Met dat geld kan hij zichzelf bedruipen en een nieuwe lichting promovendi aanstellen. De Europese subsidie was een van de redenen waarom de faculteit groen licht gaf voor de continuering van zijn carrière. ‘Ze moesten er wel even over nadenken’, bekent hij, ‘maar zo’n beurs laat zien dat ik er wetenschappelijk nog toe doe.’

Ter geruststelling voor de generatie onder hem: Figdor wil niet over zijn graf heen regeren. ‘Ik stop als afdelingshoofd en ga uit het management team. Dat is ook goed, anders ga ik me toch weer overal mee bemoeien.’

Sceptisch

Figdors onconventionele invulling van het emeritaat is tekenend voor zijn carrière– die heeft altijd al in het teken gestaan van tegen de stroom in roeien. Zo stond de immunoloog mee aan de wieg van de immuuntherapie, de behandeling van kanker met antilichamen die de afgelopen jaren een vlucht heeft genomen. ‘Je moet verre doelen stellen, niet bang te zijn om dingen te doen waar mensen niet in geloven. Dat probeer ik ook promovendi mee te geven.’

‘Ik weet nog goed hoe genetici bij het NKI zeiden: kanker heeft niets met immunologie van doen’

Het afweersysteem van de patiënt een boost geven zodat het zelf de kanker te lijf gaat? In de jaren tachtig van de vorige eeuw – toen Figdor begon met zijn onderzoek, als promovendus bij het Nederlands kankerinstituut (NKI) – stond men nogal sceptisch tegenover dat idee. ‘Ik weet nog goed dat de genetici bij het NKI zeiden: kanker is een genetisch probleem, dat heeft niks met immunologie van doen.’

Sindsdien is er, zacht gezegd, aardig wat veranderd. Immuuntherapie is niet meer weg te denken binnen de oncologie, van longtumoren tot huidkanker. Voor sommige vormen, zoals uitgezaaide melanomen, is het zelfs de eerste behandeloptie. En de ontwikkelingen gaan hard door. Wereldwijd lopen er tientallen klinische studies naar nieuwe behandelmogelijkheden op dit terrein.

Figdors bijdrage aan de tumorimmunologie zit vooral in het beter begrijpen van de zogeheten dendritische cellen. Die afweercellen werken als een soort generaal bij de aanval op een tumor of lichaamsvreemde cellen zoals bacteriën, legt hij uit. ‘Zij hebben een sleutelrol in de immuunrespons; ze bepalen welke cellen aangevallen en opgeruimd moeten worden.’

Researchtoren

Veertig jaar onderzoek leidde tot een indrukwekkend cv. Een kleine greep: wetenschappelijke artikelen die in totaal meer dan 50.000 keer door collega’s aangehaald zijn, een Spinozaprijs (2006), twee grote ERC Advanced Grants, en een lidmaatschap van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen KNAW.

Terugkijkend is hij zelf vooral trots op wat in de volksmond de ‘researchtoren’ heet, het onderzoeksgebouw van het Radboud Institute for Molecular Life Sciences (RIMLS), dat sinds 2001 aan het Geert Grooteplein Zuid prijkt. De eerste tien jaar was Figdor er directeur. Met medeoprichters Henk Stunnenberg (moleculaire biologie) en Bé Wieringa (celbiologie) vloog hij de hele wereld over om bij collega-instituten inspiratie op te doen voor een optimale inrichting.

‘De keukentjes in de researchtoren vond men aanvankelijk een belachelijk idee’

Met succes. ‘Het gebouw voldoet nog steeds! Ik heb er destijds voor geijverd dat er een dubbele wenteltrap kwam, die het midden van alle verdiepingsvloeren verbindt.’ Die trap, een verwijzing naar de spiraalstructuur van DNA, zorgt voor meer onderlinge communicatie tussen afdelingen, was zijn overtuiging. Ook kwamen er keukentjes, zodat onderzoekers zelf eten konden maken als ze langer door wilden werken. ‘Dat vond men aanvankelijk een belachelijk idee.’

Behalve het RIMLS-gebouw, zegt Figdor, is het fijne aan werken in Nijmegen dat de lijnen naar de kliniek kort zijn, zoals de afdeling Medische Oncologie waar hij veel mee samenwerkt. Het is een van de redenen dat de hoogleraar een kwart eeuw aan het RadboudUMC verbonden is gebleven. ‘Daardoor heb ik de kans gehad om medicijnen op maat te maken, die ook echt patiënten helpen. Dat wilde ik graag.’

Valoriseren

Die medische toepassingen, daar doe je het uiteindelijk allemaal voor, aldus de hoogleraar. Toch begint alles met goed fundamenteel onderzoek, benadrukt Figdor meermaals. ‘Dat geeft het noodzakelijke inzicht, bijvoorbeeld in hoe de moleculaire mechanismes werken in een dendritische cel. Maar van tevoren weet je niet waar fundamenteel onderzoek toe gaat leiden.’

De hoogleraar maakt zich zorgen dat er steeds minder ruimte is voor dit soort ongebonden, niet-toepassingsgericht onderzoek. ‘We moeten oppassen dat we niet alles moeten gaan ‘valoriseren’. Van de meeste grote wetenschappelijke ontdekkingen konden we de toepassingen van tevoren ook niet voorspellen, denk aan grafeen.’ Dat tweedimensionale, kippengaasvormige koolstofmolecuul – waarvoor onder anderen de Nijmeegse bijzonder hoogleraar Andre Geim in 2010 de Nobelprijs kreeg – heeft onvermoede toepassingen. Van alternatief voor siliciumchips tot mogelijk vervoerder van medicijnen.

Het zou dan ook goed zijn als er in Nederland meer geld gaat naar vrij onderzoek, stelt Figdor. Hier heb je alleen de veni-vidi-vici-beurzen van NWO. Bovendien kom je daarvoor al snel in je carrière niet meer in aanraking: een vici-aanvraag moet binnen vijftien jaar na de promotie aangevraagd worden. ‘Daarna is er niks meer aan persoonsgebonden beurzen. Wat mij betreft gaat NWO naar het Europese subsidiesysteem over. ERC Advanced Grants kun je langer aanvragen en ook nog eens meerdere keren krijgen, zoals ikzelf dus.’

Of kijk naar Duitsland, vervolgt hij, daar besteden ze bijna twee keer zoveel geld aan wetenschap. ‘Onderzoekers en universiteitsbestuurders in Nederland moeten de politiek nog veel meer duidelijk maken hoe essentieel fundamenteel onderzoek is voor de maatschappij.’

Kunstmatige lymfeklier

Figdor komt zelf ook graag de ivoren toren uit om het belang van wetenschap uit te dragen. Zo richtte hij tien jaar geleden het Wetenschapsknooppunt van de Radboud Universiteit op (WKRU). Dat brengt wetenschap onder de aandacht van basisschoolleerlingen, bijvoorbeeld door lesmateriaal waarin kinderen op wetenschappelijk verantwoorde wijze zelf proefjes kunnen doen. ‘We laten ze nadenken over wat een goede, eenduidige onderzoeksvraag is. En een raket in de ruimte schieten is leuk, maar waaróm gaat zo’n ding nu omhoog? Onderzoekend leren, daar gaat het om. Je hoopt dat het wetenschappelijke vlammetje bij een paar kinderen blijft branden.’

De komende vijf jaar, binnen zijn ERC-project, hoopt Figdor een soort kunstmatige lymfeklier te ontwikkelen. Dat kliertje, met op maat gemaakte immuunactiverende stoffen, zouden artsen vervolgens kunnen inspuiten op de plek waar ze nodig zijn, bijvoorbeeld rond een tumor. ‘Zo krijg je een heel lokaal effect. Dat zou veel effectiever kunnen zijn dan de medicijnen die we nu inspuiten. Die komen nu ook nog in de rest van het lichaam terecht, met alle bijwerkingen van dien.’

Zijn ideaalbeeld? Persoonsgerichte medicijnen die ook nog eens kosteneffectief zijn, omdat ze samengesteld worden uit geprefabriceerde onderdelen – ‘pro-drugs’, net zoals een auto in een fabriek. Bovendien zijn analyses in de toekomst ook goedkoper, omdat ze gestandaardiseerd worden. ‘Denk aan het sequensen van iemands gehele DNA, zijn microbioom (darmflora, red.) en epigenoom (welke genen ‘aan’ staan, red.). Op basis van die informatie kun je dan heel specifieke behandelingen en medicatie op maat maken door verschillende van die prodrugs te combineren. Die worden vervolgens gericht naar een plek gestuurd via slimme pillen die reageren op bijvoorbeeld magneetvelden of ultrasound, en alleen daar hun werk doen.’ Toekomstmuziek, waar we nog wel zeker een jaar of tien, op moeten wachten. ‘Maar we gaan hier naartoe, daar ben ik van overtuigd.’

‘Zolang je maar blijft zwemmen is het niet erg dat je geen richting hebt’

Jonge onderzoekers die nu pas aan het begin van hun wetenschappelijke loopbaan staan wil de hoogleraar ten slotte nog wel een tip meegeven: wees niet bevreesd om in het diepe te springen en ga ervoor. Zelf liet hij zijn promovendi vaak ook behoorlijk zwemmen. Lachend: ‘Ik ben niet zo’n goede begeleider. Maar zolang je maar blijft zwemmen is het niet erg dat je nog geen richting hebt. Die komt vanzelf.’ Dat is in het verleden ook bij Figdors oud-promovendi gebleken: zeven van hen zijn zelf inmiddels ook hoogleraar.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!