Je zal maar Van der Aa heten in publicatieland

, 06-12-2017, 07:44

Foto: Martin, Creative Commons

Bij veel bèta’s is het de normaalste zaak van de wereld dat auteurs boven wetenschappelijke artikelen op alfabetische volgorde staan. Fijn als je dan Van der Aa heet. Toch?

In veel wetenschapsgebieden is het een terugkerend probleem: wie komt op welke plaats te staan op wetenschappelijke publicaties? Mathematici zijn onbekend met deze discussies, daar staan de auteurs al sinds jaar en dag op alfabetische volgorde. Voordelig als je naam bijvoorbeeld Van der Aa is, zou je kunnen denken. Onderzoekers die naar elkaars werk verwijzen noemen namelijk vaak alleen de eerste auteur (gevolgd door “et al.” – en de anderen). Goed dus voor je zichtbaarheid als je achternaam met een A begint, en jammer voor de anderen?

We vroegen het de man met de beste achternaam ever: Nico van der Aa. Van der Aa is docent Wiskunde bij Fontys Hogescholen en promoveerde in de numerieke wiskunde aan de Technische Universiteit Eindhoven. ‘Helaas, ik had er niets aan’, zegt hij. ‘Ik publiceerde in natuurkundetijdschriften, en daar doen ze juist weer niet aan een alfabetische volgorde.’ Vaak was zijn naam zelfs nadelig. ‘Bij internationale conferenties stond ik juist achteraan, bij de “V” van Van der Aa. En dus stond mijn werk ook pas helemaal achteraan in de conferentieverslagen.’

Citaten

Ook als je wél in wiskundige tijdschriften publiceert heb je niet veel voordeel van een achternaam met een ‘A’, legt Francesca Arici uit. Arici is postdoc in mathematische fysica bij het Onderzoekinstituut voor Wiskunde, Sterrenkunde en Deeltjesfysica op de Radboud Universiteit. Ze vertelt dat in de wiskunde niemand zich druk maakt om auteursvolgorde. ‘Wij citeren namelijk gewoon alle auteurs van een artikel.’ Geen “Arici et al.” dus in haar vakgebied. ‘Het aantal auteurs is meestal ook maar klein, vaak zijn het er twee of drie. Vijf of meer auteurs boven een artikel komt wel voor, maar is ongebruikelijk.’

‘Alle auteurs tellen gewoon even zwaar mee’

Bovendien is het onder wiskundigen gewoonte om in de tekst cijfers te gebruiken om aan andermans werk te refereren. ‘Dus dan maakt al het helemaal niets uit.’ In de genummerde referentielijst staan deze artikelen vervolgens volledig uitgeschreven, inclusief alle auteursnamen. ‘Alle auteurs tellen gewoon even zwaar mee.’

Grapje

In de vakgebieden waarover bètahoogleraar Uli Zeitler publiceert – de vastestoffysica – is vaak juist de laatst genoemde auteur de meest belangrijke. Soms houdt men ook de alfabetische volgorde aan. ‘Dus ik maakte altijd het grapje dat ik weigerde te publiceren met mijn collega in Dresden, hij heet Serge Zvyagin.’  In andere vakgebieden, in elk geval bij hoge energiefysica, staan in wetenschappelijke tijdschriften de auteurs standaard in alfabetische volgorde. Een plek vooraan of juist achteraan zegt dan niets meer over de geleverde bijdrage aan het artikel. Zeitler vindt dat wel zo eerlijk. ‘Een wetenschappelijk artikel is meestal een gemeenschapsproductie en niet het werk van een enkel persoon. Het draait niet alleen om persoonlijke excellentie. Ik denk dat het werk ondergeschikt moet zijn aan het algemene doel: de kennis van de mensheid verder brengen.’

Het thema auteurschap staat vanmiddag centraal tijdens de Middag van de Wetenschappelijke Integriteit vanaf 12.30 in het Trigongebouw. De bijeenkomst is bedoeld voor iedereen die zich met onderzoek en publicaties bezighoudt. Ga voor het programma naar de website.

 

Geef een reactie