Zomerinterview (5): pastafariër Mienke de Wilde

09-08-2017, 07:08

Rechtenstudent Mienke de Wilde (31) mag al negen maanden geen auto meer rijden omdat ze per se met een vergiet op haar hoofd op de pasfoto wil. Mag niet van de gemeente. Zij zegt: mijn religie schrijft het voor. Wat drijft deze halsstarrige pastafariër?

 Je kunt hem natuurlijk ook afzetten, zo’n vergiet. Heb je geen last meer van mensen die je naroepen op straat of van de gemeente die je rijbewijs niet wil verlengen, omdat een pasfoto met dat ding op je kop niet wordt goedgekeurd. Maar hoeveel hinder rechtenstudent Mienke de Wilde in het dagelijks leven ook ondervindt van haar aparte hoofddeksel – de meeste mensen gebruiken het om broccoli of pasta in af te gieten – ze weigert haar vergiet van haar hoofd te halen. Dit is een verhaal over principes, anders zijn en spaghetti.

‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik er niet helemaal bij hoorde’

Waar te beginnen? Misschien midden jaren negentig, in Epe. Mienke de Wilde gaat als kind naar een basisschool waar veel kinderen op sokken in de klas zitten. De klompjes die hun afkomst verraden, staan netjes op een rij op de gang. Mienke komt zelf niet van een boerderij – zij woont met haar twee zusjes, papa en mama in een rijtjeshuis. Ze wil vrachtwagenchauffeur worden, omdat ze haar vader die in een werkplaats werkt, vaak in een vrachtwagen ziet rijden. Helaas voor Mienke lijkt die toekomst er niet in te zitten; ze is net iets te slim om haar wereld te beperken tot de cabine van een truck met oplegger. Gymnasium wordt het. Haar vrije tijd brengt ze het liefst door op het platteland, bij opa die nog een echte boer is.

Boerentrien

‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik er niet helemaal bij hoorde’, vertelt ze. ‘Aan de ene kant was ik een boerentrien, aan de andere kant verloor ik me op school in de klassieke talen.’ Die boerentrien is ze dus niet eens, maar ze praat wel met een accent. Daardoor voelt ze zich niet op haar plek tussen de ‘intellectuelen’ op het gym. ‘Al vroeg heb ik geprobeerd te leren hoe groepsdruk werkte. Zo kwam ik erachter dat mensen helemaal niet op een antwoord zitten te wachten als ze vragen ‘hoe gaat het met je’. Ze vragen het omdat de rest dat ook doet, het is een groepsding. Ik vond dat fascinerend en raar. Was er niet goed in – ik begreep de codes niet.’

Foto: Duncan de Fey

Het onbegrip leidt ertoe dat ze na een paar jaar, als het ook thuis niet lekker gaat, door haar hoeven zakt. De onzekere puber raakt in een depressie en er volgt een opname. Over die duistere periode wil ze niet al te veel kwijt, maar de worsteling met het leven kost haar een paar jaar. Als ze zich weer vertoont op de middelbare school wordt ze in de richting van de havo gemasseerd. Dan heeft ze tenminste wat, is de redenatie. De docent klassieke talen van het gymnasium blijft ze echter zien. ‘Ik kwam vaak op de thee. Zij heeft een heel belangrijke rol gespeeld. Zij zag dat ik potentie had en vertelde me dat ik er mocht zijn. Zij is me altijd blijven stimuleren.’

Thuis wonen gaat niet meer en al voor haar achttiende gaat Mienke op kamers. Op eigen houtje werkt ze zich na haar havo-examen via volwassenenonderwijs op naar academisch niveau, zodat ze kan gaan studeren aan een universiteit. ‘Ik heb bouwkunde en diergeneeskunde geprobeerd. Nee, geen klassieke talen helaas. Ik had een B-profiel en vond in eerste instantie dat ik daar iets mee moest doen.’

 

Via wat omzwervingen komt ze terecht in Nijmegen. Rechten. Waarom? Vanuit idealisme, vooral. Mienke de Wilde is uitgegroeid tot iemand die dingen aan de kaak stelt. Zich inzet voor vluchtelingen (wat kunnen zij eraan doen dat hun regimes in een oorlog verzeild raken), vecht tegen discriminatie en een bus regelt zodat studenten in Den Haag kunnen protesteren tegen een wereldleider die mensen uitsluit (Trumps muslim ban).

Op de tractor

Dat van die bus kwam pas later, eind 2016. Op het moment dat ze zich inschrijft aan de Radboud Universiteit is het 2014 en woont ze in het Achterhoekse Vorden. Jawel, op het platteland waar ze zo van houdt. Niets lekkerder dan na college de tractor pakken en met de mannen mee het land op. Haar vriend, die ze via internet heeft leren kennen, heeft er een loonwerkersbedrijf. Dat betekent dat hij en zijn personeel voor de boeren in de regio het land bemesten, gras zaaien en mais hakselen. In de kantine praten ze lekker plat.

Op deze plek, op een prachtige junidag onder een strakblauwe hemel, houden we dit interview. ‘Nu ik geen rijbewijs meer heb, is het wel onhandig om hier te wonen’, zegt ze terwijl ze een rondleiding geeft over het terrein. Ze lijkt een dwergje tegen de achtergrond van de huizenhoge landbouwmachines.

‘Het is een religie met veel humor’

O ja, dat rijbewijs. Daar voert ze dus hardnekkig rechtszaken over. Hoe meer weerstand, hoe principiëler ze wordt. Ze wil dat de gemeente toestaat dat ze op de verplichte pasfoto haar niet weg te denken vergiet draagt. Reden: het is een uiting van haar religie, van het pastafarisme. Mienke gelooft dat het Vliegend Spaghettimonster de wereld geschapen heeft. Een jaar geleden heeft ze zich bekeerd tot dit geloof (zie kader). Het is niet aan een gemeente of overheid om te bepalen of een religie een echte religie is of een parodie, luidt haar argumentatie. Zij draagt dagelijks een vergiet om haar toewijding aan het Vliegend Spaghettimonster te tonen, zoals moslima’s uit religieuze overtuiging een hoofddoek dragen en joden een keppeltje.

Het Vliegend Spaghettimonster is misschien wel haar redding geweest. Anders gezegd: heeft er in elk geval voor gezorgd dat ze nog steeds in Nijmegen rechten studeert. Eigenlijk raakte ze in het tweede jaar behoorlijk gedesillusioneerd. ‘Mijn keuze voor rechten was sterk gebaseerd op mijn rechtvaardigheidsgevoel. Bleek het tijdens de colleges toch weer vooral over regeltjes te gaan. Maar op een universiteit wil ik dingen bevragen! Waarom is dat zo? Alsof wetboeken een soort Heilige Schrift zijn: het staat nu eenmaal zo geschreven.’

Gamma

Godzijdank had ze het derdejaarsvak rechtsfilosofie erbij gekozen. En daar bleek wel ruimte voor bevraging. Tijdens een van de bijeenkomsten kwam een rechtszaak van een Nederlandse pastafariër ter sprake. ‘Zullen we als schoolreisje naar die bezwaarzitting gaan’, stelde Mienke voor. En zo geschiedde.

Het pastafarisme greep haar. Hier wilde ze wel bij horen. Vooral omdat je er niet bij hoefde te horen om erbij te horen. ‘Het verbindende is juist dat je anders mag zijn.’ Dat sluit dan weer heerlijk aan bij haar aversie tegen het eenheidsworstisme. Anno 2017 zijn we geneigd al snel mensen uit het nest te stoten die anders zijn. Lijkt intolerantie de norm, constateert Mienke. ‘Niet alleen moslims, maar alle andersdenkenden moeten het ontgelden.’

Foto: Duncan de Fey

Er is nog iets. Het dragen van een opzichtig vergiet in openbare ruimtes – in de Gamma, bij de dorpsbakker, in de bioscoop – ervaart ze meer en meer als een soort training in het van je af laten glijden van commentaar. Zo was het niet bedoeld, maar zo werkt het wel. Als iemand die altijd gevoelig was voor opmerkingen, denkt ze nu steeds vaker “ach lul maar”. ‘Je moet je afvragen wat je nu eigenlijk belangrijk vindt: de mening die anderen over jou hebben of wat je zelf denkt. Philip Zimbardo (die van het Stanford Prison Experiment, red.) zegt dat als je wilt oefenen in het weren van groepsdruk, je een hele dag met een stip op je voorhoofd moet gaan rondlopen. Lak hebben aan wat mensen er allemaal over zeggen.’

‘In de Achterhoek zijn ze misschien meer gewend’

Het vergiet is haar zwarte stip. Zo kan zo’n ding, te koop bij elke noodlijdende Blokker, van therapeutische waarde zijn. De symboliek is ook interessant: slierten spaghetti staan voor chaos en door het paraderen met een vergiet kan de drager leren hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden. Het Vliegend Spaghettimonster is niet een Almachtige zoals die in andere religies wel wordt voorgesteld – een soort perfecte versie van de mens – maar een monster van spaghetti en gehaktballen dat in een dronken bui de mensheid schiep. Hij zal nooit neerkijken op gewone stervelingen.

‘Het is een religie met veel humor’, erkent Mienke de Wilde. ‘Juist die humor helpt je relativeren. Religies die zichzelf te serieus nemen, kunnen met elkaar in conflict komen, de voorbeelden zie je over de hele wereld. Wij kennen geen tien geboden, maar acht Liever Nietjes. Een daarvan komt neer op: respecteer andere meningen en overtuigingen.’

Gek genoeg krijgt ze hier in de Achterhoek minder commentaar op haar vergiet dan in het hoogopgeleide Nijmegen. ‘Had ik niet verwacht. De eerste keer in de supermarkt hier vond ik doodeng. Maar misschien zijn ze gewoon meer gewend, met bands als Normaal en Jovink – die hebben ook allemaal van die rare fratsen.’ In Nijmegen kreeg ze laatst nog naar het hoofd geslingerd dat ze stonk naar spaghetti – door een vader met een kindje aan de hand nog wel.

Trouwen

Op de universiteit gaat het trouwens prima, haast ze zich te zeggen. Tijdens colleges en tentamens houdt ze haar hoofddeksel gewoon op en ‘als zichzelf’ schuift ze aan bij de uiterst serieuze vergaderingen van de opleidingscommissie van Rechtsgeleerdheid. Sinds een tijdje is ze ook student-assistent, mét vergiet. In de toekomst wil ze misschien promoveren.

Ook als gediplomeerd wetenschapper zal ze blijven wonen op het platteland, dat doet haar goed. De rust, de ruimte … en natuurlijk de liefde. Twee maanden geleden vroeg haar vriend haar ten huwelijk. Op geheel eigen wijze. Met een cultivator (grondbewerkingsmachine, red.) had hij in het boerenland drie woorden geschreven met een vraagteken erachter: ‘Mienke marry me?’

Dat ze misschien met een vergiet op het hoofd voor het altaar verschijnt, is voor hem geen issue. Hij houdt van haar, al droeg ze een oranje beslagkom.

Dit interview stond in de zomerspecial van Vox, die je hier online leest. 

6 reacties

  1. karin schreef op 9 augustus 2017 om 10:59

    Volgens mij is in de achterhiek juist het motto: Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg?

  2. change wanted schreef op 9 augustus 2017 om 12:39

    This article is overshadowed by the use stereotypes by a biased writer of which I want to highlight two. I would urge Vox and/or the writer to make changes to the article as to be more respectful against those offended by these generalisations. Judge yourself:

    First fragment:

    ” On the one hand I was a real country girl, on the other hand at school I would lose myself in classical languages.’ Not a real country girl at all, really, although she does speak with an accent. ”

    Stereotype: Girls from the country side cannot have an interest in classical languages.

    Second fragment:

    “She wants to be a truck driver, because she often sees her father, who works in a workshop, at the wheel of one. Unfortunately for Mienke, the future has other things in store for her: she is too clever to limit her world to the cabin of a truck and trailer.”

    Stereotype: Truckers are not as clever as people who go to university.

    • Piet schreef op 10 augustus 2017 om 13:32

      I agree!!!

  3. Piet schreef op 10 augustus 2017 om 13:44

    Een prachtig hoopgevend levensverhaal. Dank.
    Ontroerend ook:”al droeg ze een oranje beslagkom”.

    Mienke, over (oa):”‘hoe gaat het met je’.”. Een voorbeeld van (de) vervlakking vind ik. Vreselijk hoe een vraag, ooit gemotiveerd door empatie, een beleefdheidsritueel geworden is. Ik begrijp de codes (inmiddels en deels) wel, maar blijf me verzetten tegen zo’n onzin.

    Ik wens je veel goeds, Mienke! Blijf je verzetten als nodig, kies je eigen weg!!

  4. Peter schreef op 10 augustus 2017 om 20:17

    “ze is net iets te slim om haar wereld te beperken tot de cabine van een truck met oplegger.”

    Belachelijk dit. Kom eens uit die ivoren toren van de universiteit. Ik zie jullie graag een poging doen tot vrachtwagen rijden.

  5. Pim schreef op 15 augustus 2017 om 15:51

    “Het pastafarisme greep haar. Hier wilde ze wel bij horen. Vooral omdat je er niet bij hoefde te horen om erbij te horen. ‘Het verbindende is juist dat je anders mag zijn.” Maar als je met zijn allen anders bent, dan krijg je toch juist weer de door Mienke verafschuwde eenheidsworst? Als je in de verte een groepje mensen met vergieten op hun hoofd ziet lopen, dan weet je gelijk dat het pastafarians zijn.

    Verder vind ik het wel heel prettig voor Mienke dat ze steun vind in haar geloof. En als moslims en christenen met respectievelijk hun hoofddoek en kruisje op de foto mogen, dan zie ik geen reden om het vergiet als hoofddeksel te weigeren.

Geef een reactie