‘Aandacht voor duurzaamheid is mooi, maar nu moeten we aan de bak’

08 okt 2019

OPINIE - Het is de Week van de Duurzaamheid. Alle aandacht voor het klimaat en de voedsel- en de energietransitie is een goede zaak, vindt hoogleraar Duurzaam Ondernemen Jan Jonker. Maar we investeren nog veel te weinig in transitie, meent hij.

De Week van de Duurzaamheid is geen exclusieve week meer. Wie even surft, komt al snel tot de observatie dat het ritselt van de weken, dagen, momenten, marsen, stakingen, protesten, events, nachten, festivals, congressen, seminars en nog een heleboel andere zaken. Allemaal met het oog op aandacht voor, agendering en vooral ‘doen’ als het gaat om duurzaamheid.

Die aandacht wordt niet zelden overstemd door de actualiteit van opeenvolgende crisissen. Eerst de CO2– of klimaatopgave, daarna de stikstofcrisis waarin 18.000 projecten zijn stilgelegd, en tussendoor de boeren die zich zwaar miskend voelen en als wapenfeit de langste file in Nederland veroorzaken – om maar een paar recente gebeurtenissen aan te halen. Ze overschaduwen volledig een minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die op het Malieveldpodium loze beloftes doet, of een Kamerlid dat probeert om wél te zeggen waar het op staat maar na enkele zinnen het woord wordt ontnomen. Ondertussen het verloren geraakte bericht dat de elektriciteitsnetten overbelast raken en dus op slot moeten voor nieuwe duurzame stroom. En dat is zeker nog niet alles.

Mocht u nu denken dat na de aandacht in de actualiteit een van deze grote vraagstukken is opgelost, dan heeft u het mis. Ze zijn er nog, springlevend.

Wat we eraan doen? De standaard riedel is opnieuw onderzoek doen, een rapport schrijven, advies uitbrengen, een persconferentie, een optreden in Nieuwsuur en dan weer ‘schluss’. Maar daarmee lossen we de voedseltransitie, de grondstoffentransitie, de klimaatopgave of de energietransitie niet op.

Veel woorden, weinig daden

Naar ik hoop heeft u na Prinsjesdag met een schuin oog naar de rijksbegroting 2020 gekeken naar deze transitie-onderwerpen. Of, als u dieper in de materie zit, heeft u gekeken naar de begrote steun voor de Kennis en Innovatie Agenda’s (KIA’s) en de Meerjarige Missiegedreven Innovatie Programma’s (MMIP’s).

En, iets gevonden? Nou, nee, eigenlijk niet echt. Er wordt een aalmoes voor de Circulaire Economie voor de staatssecretaris van I&W opgebakken en opnieuw opgediend. Maar net als Hans Stegeman van de Triodosbank mis ik transitie-ambitie en beleidsvoornemens die bijdragen aan noodzakelijke veranderingen.

En nee, ik ben de gepolderde transitieagenda’s uit 2018 en het op dezelfde leest gemaakte klimaatakkoord ondertussen echt niet vergeten. Veel woorden, maar weinig daden.

‘De vraag is natuurlijk waarom we niet meer doen’

De geschetste transitie-opgaven lossen we niet op door weg te kijken. Ze zijn een in-en-in maatschappelijke en economische organisatieopgave. Een transitie vraagt immers om fundamenteel anders organiseren. Maar eigenlijk hebben we daar als maatschappij, en dus ook als regering, geen goed antwoord op. Dus vallen we onbewust terug op een ‘verbeter- en verminder-antwoord’. Het lijkt alsof de oplossing bestaat uit minder koeien en minder snel. Maar het is niet zo moeilijk om de klok erop gelijk te zetten dat we volgende week de volgende crisis krijgen. Daar praten we dan een dag of wat op hoge toon over en dan worden we ingehaald door de volgende crisis.

Maar de vraag is natuurlijk waarom we niet meer doen?

Investeren

Het Kabinet Rutte III zegt regelmatig dat zij willen investeren in een houdbare, een toekomstige economie. Maar gebeurt dat ook echt? Er is een nogal vage belofte over een mogelijk toekomstig fonds van 50 miljard euro en een potje over vijf jaar gespreid van 2,5 miljard euro voor Invest NL. Zeker, er is ook nog de Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie en Opslag Duurzame Energie, samen goed voor naar schatting 12 à 15 miljard euro, maar daar is al een bestemming voor.

Investeren we eigenlijk wel voldoende in transitie, met het oog op de toekomstige economie? Een die niet alleen gaat over de economie maar ook over lastige, uiteenlopende en daardoor niet zelden conflicterende zaken als biodiversiteit, energie, zorg, boeren, onderwijs, economie, om maar wat incompatibele zaken bij elkaar te zetten?

Al het gepraat, alle aandacht van de afgelopen twee, drie jaar voor duurzaamheid, het klimaat en circulariteit maken één ding duidelijk: we moeten aan de bak. Er is onmiskenbaar sprake van transitie-urgentie. Een urgentie die zich op korte en op lange termijn moet vertalen in een Transitie Investeringsagenda.

‘Investeren we wel voldoende in transitie?’

De aanzet van de minister van financiën, Wobke Hoekstra, om een fonds op te richten is zo gek nog niet, maar dan wel graag binnen de rijksbegroting. Zo’n fonds zou echter op jaarbasis moeten uitgaan van zo’n vijftig miljard euro. Immers, de energietransitie vraagt om het updaten van de elektra- en gasinfrastructuur voor zo’n 10 miljard euro per jaar.

Het systematisch toewerken naar biodiversiteit, een landbouw geschoeid op andere principes, is een 100 procent draai van de landbouw die we nu kennen en komt er ook niet zonder 10 miljard per jaar. Willen we echt haast maken met de verduurzaming van de woning-of gebouwenvoorraad (en ze tegelijkertijd inzetten als energie-opwekkers), dan lijkt 10 miljard gedurende een aantal jaar strikt noodzakelijk. Aanpakken van de grote CO2-producenten, dus elektrificatie van onze chemische industrie, vraagt om omvangrijke investeringen. Reken ook hier op 10 miljard.

Tot slot, maar zeker niet in de laatste plaats, moeten we structureel werken aan de arbeidsmarktvraagstukken. Want waar komen de ‘handen en hoofden’ vandaan die nodig zijn om de transitie vorm en inhoud te geven, in het hele onderwijs (LBO, MBO, HBO en WO)? Nu al hebben alle mogelijke sectoren te maken met substantiële en onoplosbare mens-tekorten. Dus ook dat vraagt een substantiële investering.

Lef tonen

Alles bij elkaar is 50 miljard euro op jaarbasis heel redelijk. Een mooi bedrag waar we, zeg vanaf de begroting van 2021, tien jaar lang rekening mee moeten houden. Niet al dat geld is nieuw of extra, het vraagt ook om het ombuigen van bestaande posten. We zien een voorzichtig begin bij duurzaam en circulair inkopen van de overheid, maar het blijft exemplarisch. Daarom moeten we met elkaar plannen durven maken voor na Rutte III. Plannen die meer zijn dan praten, onderzoek en beleid. Plannen die stap voor stap en gelijk op schaal de transitie waar we voor staan vormgeven. Gelet op de urgentie vraagt dat vooral om maatschappijbreed lef. Het is tijd dat we dat tonen.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!