Opinie

‘Defensie hoeft niet zichtbaar te worden op de campus’

30 apr 2026

OPINIE - Samenwerken met Defensie past niet bij een universiteit, vindt studente en neerlandica Aya Ahlalouch. ‘De universiteit wordt een medespeler in een militair netwerk en ontwikkelt daarmee belangen die niet samenvallen met onbelemmerde kritiek op datzelfde netwerk.’

Dat Defensie inmiddels een vanzelfsprekende aanwezigheid is op universiteiten, van carrièrebeurzen tot onderzoeksconsortia, zegt iets over hoe snel het ondenkbare normaal wordt. Al wordt het aan universiteiten gepresenteerd als realistisch en noodzakelijk om samen te werken met Defensie, in feite is het een politieke keuze over de richting van kennis, over welke politieke agenda legitimiteit en middelen krijgt, en welke studenten en wetenschappers in dienst worden gesteld van een sector die draait om georganiseerd geweld.

Die keuze is te fundamenteel om als pragmatische samenwerking te worden afgedaan. Defensie hoeft niet zichtbaar te worden op de campus. Wat zichtbaar moet worden, is een weigering om daaraan mee te doen.

Terwijl Nederland het defensiebudget verhoogt naar de NAVO-norm van 5 procent, wordt er tegelijk bezuinigd op publieke sectoren als onderwijs. Waar universiteiten al jaren te maken hebben met oplopende werkdruk en groeiende studentenaantallen, gaan er nu miljarden extra naar militaire uitgaven. Onder deze druk worden universiteiten aangemoedigd nauwer samen te werken met Defensie.

Geen oorlogsretoriek

Tegelijkertijd ervaren kritische medewerkers en studenten dat de ruimte voor fatsoenlijk debat over militarisering kleiner wordt, en worden carrièremogelijkheden en onderzoeksbudgetten steeds vaker gekoppeld aan de militaire sector. Dit is het resultaat van bewuste politieke keuzes en structurele veranderingen in de manier waarop wetenschap wordt gefinancierd. Maar deze koers is niet in het belang van de academische gemeenschap. Universiteiten horen plekken te zijn waar macht wordt geanalyseerd, en waar kritische discussie mogelijk is. Oorlogsretoriek hoort daar niet thuis.

De druk op universiteiten om samen te werken met Defensie komt niet uit het niets. Sinds de jaren 2000 is het aandeel derde geldstromen (financiering vanuit samenwerking met externe partijen zoals bedrijven, ministeries, EU-onderzoeksprogramma’s) substantieel gegroeid. De basisfinanciering is relatief achtergebleven bij de groei van studentenaantallen en onderzoekstaken.

Universiteit als onderneming

Universiteiten zijn daardoor steeds afhankelijker geworden van externe contractfinanciering. Het gevolg is dat universiteiten zich steeds meer als ondernemingen gaan gedragen. Ze moeten projecten binnenhalen en partners zoeken. In veel sectoren is dit al realiteit, en die logica wordt nu uitgebreid richting de oorlogsindustrie.

‘Het klinkt pragmatisch: Defensie heeft geld, universiteiten hebben het nodig’

Dat klinkt pragmatisch: Defensie heeft geld, universiteiten hebben het nodig. Dus wanneer de defensiesector plotseling over veel meer extra middelen beschikt, is het bijna onvermijdelijk dat onderzoeksbudget en publiek-private samenwerkingen mee gaan verschuiven. Universiteiten krijgen bovendien signalen dat hier ‘kansen’ liggen.

Een van die signalen kwam enkele jaren geleden van de AWTI. Formeel is dat een onafhankelijk adviesorgaan dat adviseert over de koers van wetenschap, technologie en innovatie. In de praktijk mogen er enorme vraagtekens worden gezet bij die onafhankelijkheid, gezien de raad is samengesteld uit vertegenwoordigers van onder andere het Ministerie van Defensie, de Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV) en bestuurders van wapenbedrijven als Thales. Het zou zorgwekkend moeten zijn dat degenen die adviseren over de strategische richting van onze universiteiten zelf structureel verbonden zijn aan de defensie-industrie.

Defensie was aanwezig bij een netwerkevenement in het Elinor Ostromgebouw eerder dit jaar. Foto: Vox
Defensie stond ook op een netwerkevenement voor bedrijven in het EOS, eerder dit jaar. Foto: Vox

Het gevolg is in ieder geval een adviesstructuur die universiteiten richting de prioriteiten van Defensie duwt. De universiteit wordt niet meer gezien als autonoom of onafhankelijk, maar wordt eerder gebruikt als instrument binnen een bredere geopolitieke strategie. Studenten en wetenschappers worden ingezet als menselijk kapitaal: inzetbare expertise binnen een militair industriecomplex.

‘Het Ministerie van Defensie huppelt iedere carrièrebeurs binnen met banners over innovatie en carrièremogelijkheden’

Universiteiten rechtvaardigen samenwerking met Defensie vaak met het argument dat het ‘kansen’ creëert voor studenten. En dus huppelt het Ministerie van Defensie iedere carrièrebeurs binnen met banners over innovatie en carrièremogelijkheden. Maar wat hier gebeurt, is actieve institutionele normalisering van militaire arbeid binnen wat een publieke onderwijsruimte hoort te zijn.

Toch valt het niet op, want Defensie presenteert zichzelf niet als oorlog; eerder als veiligheid, innovatie, technologie. Universiteiten nemen die taal over. Maar veiligheid voor wie? Technologie met welk doel? Universiteiten zijn zich zonder fundamenteel debat aan het inbedden in de structuren van oorlog. Daarmee wordt de gedachte genormaliseerd dat veiligheid primair militair is, dat dreiging totaliserend is, en door die normalisatie wordt elke oppositie als naïef bestempeld.

Belangenverstrengeling

In het aangaan van samenwerkingen met Defensie is belangenverstrengeling tevens onvermijdelijk. Dat hoeft niet spectaculair te zijn, zijn, en we hoeven niet te zoeken in geheime contracten of expliciete verboden. Het zit hem vooral in het principe van afhankelijkheid in de voor de universiteit strategische samenwerkingsbanden.

‘Zelfcensuur ontstaat subtieler’

Onderzoekers die bijvoorbeeld militaire interventies onderzoeken of de problematiek van de wapenindustrie aan de kaak stellen, gaan dat doen in een context waarin hun eigen instelling financieel en institutioneel verbonden is met datzelfde militaire netwerk. Niemand hoeft hen expliciet het zwijgen op te leggen; zelfcensuur ontstaat subtieler. De universiteit wordt een medespeler in een militair netwerk, en ontwikkelt daarmee belangen die niet samenvallen met onbelemmerde kritiek op datzelfde netwerk.

Ongemak

We moeten niet vergeten dat Defensie niet zomaar een samenwerkingspartner is. Het is een staatsinstituut dat zich bezighoudt met het organiseren en toepassen van geweld. Een universiteit daarentegen hoort een plek te zijn waar macht wordt onderzocht en bevraagd. En precies daarom moeten universiteiten niet pretenderen dat een geweldsorganisatie een gewone maatschappelijke sector is.

Een aan de universiteit ontwikkeld algoritme kan medische diagnoses verbeteren. Maar hetzelfde algoritme kan doelwitten selecteren. Wanneer Defensie opdrachtgever is, is die tweede mogelijkheid geen abstracte gedachte meer. Daarom zouden universiteiten uiterst terughoudend moeten zijn op dit gebied. Niet alles wat financieel aantrekkelijk is, is institutioneel verdedigbaar.

Misschien is het probleem niet dat Defensie op de campus verschijnt, maar dat het bijna niemand nog verbaast. Het feit dat universiteitskranten hele magazines wijden aan Defensie zou op zijn minst ongemak moeten oproepen. In plaats daarvan wordt samenwerken door sommige hoogleraren en bestuurders gepresenteerd als vooruitgang en relevant.

Maar we kunnen niet ‘investeren in Defensie’, want er bestaat geen investering in vernietiging. Er bestaat alleen de keuze om kennis, publiek geld en academisch talent beschikbaar te maken voor de organisatie van staatsgeweld. Universiteiten zouden die keuze, die allesbehalve in het belang is van de academische gemeenschap, nooit moeten maken.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!