‘Waarom kritische theorie allesbehalve kritisch is’

20 jun 2020

OPINIE – De bacheloropleiding politicologie wil in de toekomst meer aandacht geven aan theorieën die niet uit de Westerse wereld komen. Een slecht idee, vindt filosoof en masterstudent kunstgeschiedenis Niek Steenhuis. ‘Het streven naar waarheid – het principe van de universiteit – dreigt te verschuiven naar de politieke betrokkenheid van docenten en studenten.’

Wanneer ik als jonge filosoof het woord ‘kritisch’ zie staan dan moet ik altijd gelijk denken aan de drie ‘Kritieken’ van Immanuel Kant. Kant heeft de progressieve ontwikkeling van het Westerse denken in een stroomversnelling gebracht en volgens sommigen ‘God uit de boeken geschreven’. Hedendaagse kritische theorieën – door sommigen ook wel ‘grievance studies’ genoemd – zijn echter geneigd grootheden als Kant, niet alleen vanwege hun geslacht of ras, maar vooral vanwege zijn universalistische denken en het streven naar ware kennis weg te zetten.

Niek Steenhuis. Foto: Tom Hessels

Deze week bleek in het artikel ‘Bij politicologie willen ze méér dan alleen theorieën van westerse mannen’ dat er academici zijn aan onze universiteit die met alle graagte dit hedendaagse “kritische” perspectief willen laten prevaleren over het aloude fundament van de universiteit, namelijk het najagen van ‘zuivere’ kennis.

Om even correct te zijn: ik richt mij hier primair op enkele uitspraken uit bovengenoemd artikel van professor Carolien van Ham en UHD Angela Wigger. Enkele van de door hen gedane uitspraken zijn belangwekkend en verdienen een veel grondigere discussie op onze universiteit dan er tot op heden heeft plaatsgevonden. Dit is niet alleen relevant voor de studie politicologie. Wanneer een enkele studie de fundamenten van de universiteit met voeten dreigt te treden, dan gaat dat ons als hele universiteit iets aan.

Kritische theorie

Om te beginnen is het duidelijk dat het hen niet louter gaat om meer aandacht voor bepaalde perspectieven in het curriculum van politicologie. Dat is een legitiem punt. Maar het implementeren van kritische theorie blijkt veel meer voeten in de aarde te hebben dan alleen dat. Kritische theorie bekritiseert wetenschapsfilosofische fundamenten niet zozeer, maar ondermijnt die juist. Er vindt hier een expliciet verzet plaats tegen het behoud van ‘impliciete machtsstructuren’ die onder andere waargenomen worden in het streven naar objectiviteit. Dat streven naar objectiviteit is echter de kerntaak van universitair onderzoek.

Bovendien strookt de stelling dat kritische theorie voornamelijk bestaat uit niet-Westerse perspectieven niet volledig met de genealogie van veel van de theorieën die als ‘kritisch’ gezien worden. Veel van de kritische theorieën en representanten ervan, zoals Frantz Fanon of Edward Saïd, staan ten minste met één been in de traditie van het Westerse denken.

Daarbij bestaat er ook nog een heel segment van kritische theorieën die louter gebaseerd zijn op subjectieve ervaringen. Het gaat hier niet om peilingen of psychologisch onderzoek, neen, het gaat hier bijvoorbeeld om de theoretisering van iemands eigen gevoelens rondom racisme en privilege. Een exemplarische ‘studie’ is bijvoorbeeld White Privilege van Peggy McIntosh, waarin zij haar eigen ervaring van haar alledaagse ‘witte privilege’ deelt. Dat iemand iets op een bepaalde manier ervaart, betekent nog niet dat die ervaringen onderhavig zijn aan wetenschappelijke wetmatigheden.

“Normatieve” wetenschap

Het doorvoeren van de kerngedachte van kritische theorieën in de gehele opleiding is dat echter niet. De gedachte dat alle wetenschap normatief en daarmee in wezen machtsuitingen van geprivilegieerde groepen over minder geprivilegieerden zijn, zet de wetenschap op een uitzonderlijk glijdende schaal. De wetenschap zelf zal daar onherroepelijk vanaf glijden. Het streven naar waarheidsvinding omwille van de waarheid – het principe van de universiteit – verschuift zo naar politieke betrokkenheid van docenten en studenten.

Westerse wetenschap is allesbehalve zo universeel geldend als Van Ham en Wigger suggereren. Iedere theorie ziet zichzelf als objectief. We hebben het dan ook wel over een paradigma, waarvan wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn al heeft laten zien dat die ‘objectiviteit’ relatief is ten aanzien van het algemene streven naar waarheid. Eenmaal gefalsifieerd is reeds een nieuw paradigma gearriveerd dat zich op progressieve wijze tot de realiteit en waarheid verhoudt. Dat kritische theorieën politieke en geen wetenschappelijke middelen bezigen om hun paradigma door te duwen, is een teken aan de wand dat deze niet overtuigend genoeg zijn om als deugdelijke wetenschap te gelden.

De voornaamste vraag is dus of er twee vijandige paradigma’s naast elkaar kunnen bestaan op één universiteit. Wat mij betreft is het antwoord daarop negatief. Kritische theorie lijkt weliswaar het huidige paradigma uit te dagen, maar kan daar vanuit wetenschappelijk perspectief geenszins aan tippen. Als alle voorgaande wetenschapsfilosofische fundamenten reuzen waren, zoals Newton die verwoordt, dan kan, noch wil de kritische methode op de schouders van die reuzen staan. Wat dat betreft wil men terug naar de pre-historie die zich situeert bij de hielen van die reuzen.

Activistische docenten en studenten

Er lijkt dus een fundamenteel verschil te zitten in het onderwijs dat voortkomt uit deze theorieën. Het streven naar een breder palet van theorieën is gerechtvaardigd, ook in het eerste jaar. Maar het opdringen van een politiek programma is iets heel anders. Bovendien tuimelen veel richtingloze eerstejaarsstudenten die opgegroeid zijn in een nihilistische en consumentistische samenleving maar wat graag in het moreel appel dat impliciet verwerkt zit in de kritische theorie: wij bestrijden onrecht en onderdrukking, hier en nu. “Wij doen iets!” De wereld is opeens ingedeeld in goed en kwaad en er is voor ieder individu een duidelijke richting.

Als je als universitaire opleiding als doel hebt ‘studenten op te leveren die de wereld niet accepteren zoals hij is’ dan moet je er niet raar van opkijken wanneer conservatieve politici moord en brand schreeuwen over linkse indoctrinatie. Er is een veelvoud aan politieke benaderingen voor het oplossen voor racisme en culturele conflicten. Het door de strot duwen van ‘diversiteit’ en ‘inclusiviteit’ bij een enkele generatie is daar één van. Het prediken van ‘culturele diversiteit’ bijvoorbeeld, wekt bij de gemiddelde conservatief veel weerstand op. Zijn er überhaupt conservatieve kritische theorieën/theoretici? Dat lijkt een contradictio in terminis.

Gespleten instituut

Geëngageerde docenten zijn voor mij allesbehalve een probleem. Maar wanneer zij de theorieën die zij doceren erop uit kunnen kiezen om zo hun politieke opvattingen aan studenten over te kunnen dragen dan gaan zij te ver. En de aantrekkelijkheid van de studie voor aankomend studenten doet een dergelijke politisering van een universitaire opleiding geen goed. Kijk bijvoorbeeld naar de studentenaantallen van Evergreen College in de Verenigde Staten die tussen 2014 en 2019 met bijna een derde gedaald zijn, nadat men daar de door Van Ham en Wigger aanbeden kritische theorieën op rigoureuze wijze heeft doorgevoerd in het onderwijs.

Veel mensen lijken hier niet door te hebben in welke mate de fundamenten van de wetenschap hier bedreigd worden. Zonder ‘waar’ geachte kennis en gemeenschappelijke conventies werken we toe naar een nog meer gepolariseerde samenleving. Dat bij die conventies sommige perspectieven sneuvelen en door sommigen als ‘onderdrukt’ beschouwd worden, laat vooral hun eigen onenigheid zien met het instituut dat ons sinds onze middeleeuwen zo onbeschrijflijk veel wijsheid gebracht heeft – en nog altijd brengt.

Niek Steenhuis is filosoof, masterstudent kunstgeschiedenis en voormalig student politicologie.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

11 reacties

  1. Jelmer Rovers schreef op 20 juni 2020 om 10:07

    Vermakelijk dat Niek in één opiniestukje even wil bepalen wat ‘wetenschap’ is en moet zijn.

    • Frodo schreef op 22 juni 2020 om 12:40

      Het stuk gaat over uitspraken gedaan door twee professoren.
      Je schiet met jouw uitspraak echt uit de bocht en doet het stuk hiermee tekort.

    • Ja ach ja schreef op 22 juni 2020 om 12:47

      Bepalen wat “wetenschap” is en moet zijn is een ontzettend moeilijke onderneming, inderdaad. Maar bepalen wat het níet zou moeten zijn, dat ligt al wat meer binnen handbereik. Een voorbeeld van een uitgesproken niet-wetenschappelijke praktijk zou kunnen zijn: verregaande conclusies trekken over de samenleving als geheel op basis van anekdotisch bewijs.

      Nu draaft het wat te ver door om alle “kritische theorie” als niet-wetenschappelijk te verwerpen. Daarvoor zou je alle kritische theorieën moeten beoordelen. Maar dat bepaalde exponenten van kritische theorie niet wetenschappelijk zijn is op basis van het hierboven genoemde criterium, is evident. Ik noem een boek als Witte Onschuld van Gloria Wekker (het voorbeeld is gekozen op basis van het feit dat ik ermee bekend ben, niet omdat ik meen dat het representatief is voor wat dan ook): dat werk hangt praktisch aan elkaar van anekdotisch bewijs. Kunnen we het er over eens worden dat dat niet wetenschappelijk is en niet op een universiteit thuis hoort?

  2. Max Hebben schreef op 20 juni 2020 om 12:21

    De universiteit is een huis met vele kamers, dat zou deze filosoof toch moeten weten. Maar nee, meneer wil even in één opiniestuk bepalen wat échte wetenschap is.

    • Arie schreef op 18 juli 2020 om 16:56

      Met die redenering kun je astrologie en nummerologie ook wetenschap kunnen noemen. Gewoon een andere kamer.
      Laten we dat toch maar niet doen.

  3. Milan van Steggelen schreef op 20 juni 2020 om 12:46

    ‘Hedendaagse kritische theorieën – door sommigen ook wel ‘grievance studies’ genoemd –’

    Schreef de auteur bovenstaande bijzin ook vanuit zijn zorgvuldig gekweekte hang naar objectiviteit? Of toch meer omdat ook zijn taal, en zijn kennis, als sociale producten altijd ook een politieke dimensie hebben?

    Kennis is het product van, en beïnvloedt, samenlevingen. De opleiding filosofie mag eens bij zichzelf te rade gaan als een dergelijke observatie al controversieel is. De kennis die Kant produceerde mag dan ook zeker worden onderwezen. Het enige dat kritische geesteswetenschappers vragen, is dat dan ook wordt onderwezen dat zijn ideeën niet in een ahistorisch en apolitiek vacuüm rondzweven. Universalisme, goh, interessant, maar zullen we studenten dan ook wijzen op Kants racistische en seksistische ideeën, die eeuwenlang werden ingezet voor het daadwerkelijk onderdrukken van grote groepen mensen? Dan vertellen we simpelweg een completer, en dus ook wetenschappelijker, verhaal.

    • Arie schreef op 18 juli 2020 om 17:05

      Volgens mij worden studenten al heel lang gewezen op bepaalde minpuntjes van Kants ideeën. Terecht trouwens. Het probleem met grievance studies is dat die alles over boord willen gooien. Met name in de VS en Canada zien we al dat hoogleraren worden weggewerkt omdat ze te objectief zijn.

      Dat extremisten elke vorm van objectieve kennis afwijzen is logisch, daarvoor zijn het extremisten. Op universiteiten echter zou objectieve feitenkennis gewoon de norm moeten blijven; of in ieder geval legaal.

  4. Jeroen Dols schreef op 20 juni 2020 om 12:47

    Niek, jouw mening respecteer ik en ik snap je angst voor het verdwijnen van waarheidsvinding als doel op deze universiteit. Deze angst is echt totaal onterecht.

    Zoals je wellicht weet bestaat de opleiding politicologie uit vier delen. Vergelijkende politicologie, internationale betrekkingen, politieke theorie en een flinke schep methodologie. Waarbij je bij filosofie en politieke theorie inderdaad vaak vanuit een bestaande theorie kritisch gaat nadenken en reflecteren of deze wel klopt kan het soms voorkomen dat daar enige politieke kleur naar voren kan komen. Niet voor niks halen politici soms politiek filosofen aan om hun standpunt kracht bij te zetten. Bij de andere stromingen binnen de politicologie gaat men met empirische data kwalitatief of kwantitatief onderzoek doen, om zo een stapje dichter bij de waarheid te komen of om bepaalde gebeurtenissen te verklaren.

    Dat kritische theorieën vooral progressieve en/of post-positivististische en geen conservatieve kijk op de wereld hebben is logisch, want kritische theorieën hebben kritiek op die oude denkbeelden die lange tijd, en wellicht nu nog steeds, leidend zijn geweest in de politicologie.

    Nu dan de vraag, waarom ik, als toch gemiddelde politicologie student, hier geen moeite mee heb. Dit komt doordat de opleiding niet politiek gekleurd is. Docenten onderwijzen studenten in politicologische feiten en methodologische vaardigheden, zodat studenten vanuit alle theoretische invalshoeken onderzoek kunnen doen naar de wereld. Geven docenten een waardeoordeel aan welke theorie beter is? Nee.
    Kijken docenten kritisch naar elke theorie, ongeacht welke dit is? Ja.
    Zorgen docenten ervoor dat studenten zelf kritisch kunnen nadenken over hoe de wereld in elkaar zit? Ja.
    Leggen docenten de nadruk op kritische theorieën, i.p.v. niet-kritische theorieën? Nee, en misschien zelfs andersom wel!
    Is dit erg? Nee, niet per se.
    Is het dan erg als er meer aandacht wordt besteed aan kritische theorieën, ten koste van de alsmaar herhaalde niet-kritische theorieën? Nee, ook niet.

    Concluderend Niek, docenten van de opleiding politicologie zijn niet politiek gekleurd en onderwijzen studenten in alle stromingen, zonder daar zelf een waardeoordeel bij te vellen, maar wel door er kritisch op te reflecteren en studenten deze kritische blik mee te geven. Dat er een discussie speelt of de opleiding niet meer ruimte moet geven aan (kritische) theorieën die in de bachelor minder aan bod komen, juich ik alleen maar toe. Want waarheidsvinding wordt er totaal niet door aangetast. Het verrijkt enkel de kritische blik van de toekomstige politicologie student.

  5. Jan van Oort schreef op 21 juni 2020 om 18:25

  6. Bob schreef op 29 juni 2020 om 12:14

    “Concluderend Niek, docenten van de opleiding politicologie zijn niet politiek gekleurd en onderwijzen studenten in alle stromingen, zonder daar zelf een waardeoordeel bij te vellen, maar wel door er kritisch op te reflecteren en studenten deze kritische blik mee te geven.”

    Uit deze opmerking maak ik op dat je waarschijnlijk nog niet zo lang politicologie studeert Jeroen. Ik ben recent afgestudeerd aan de RU als politicoloog en kan je vertellen dat de opleiding, zeer, zeer links is. Van opelijk neo-Gramscian tot post-kolonialisten tot PdvA-senators die les geven; in Nijmegen gebeurt het allemaal.

    Wat betreft je opmerking over kritische theorie vind ik je opmerkingen nogal naïef. ‘Kritische’ theorie (een benaming die ironisch genoeg precies de kritiek, van anderen erop illustreert), is niet inherent kritisch of kritischer dan andere theorieën. Wigger legde in het vorige artikel goed uit wat het wél is: het zijn normatieve theorieën die er vanuit gaan dat álle wetenschap normatief is; dat wetenschap dus inherent politiek is. Wetenschappers zijn volgens hen wereldverbeteraars. Wetenschap (waarheidsvinding) is dus geen doel op zich, maar moet worden gebruikt voor een ‘betere’ wereld. Als je niet in ziet waarom dat een vreselijke gedachte is en eerste stap naar een totalitaire wereld snap ik het ook niet. Alex Lehr legde dat keurig uit.

    In ieder geval een tipje: de volgende keer dat je in gesprek gaat met een marxist, feminist, of post-kolonialist, etc., vraag ze eens wat die betere wereld inhoudt. Aanhangers van kritische theorie zijn namelijk heel goed in het benoemen van wat er fout is, maar hoe het er wel uit moet zien, hoe dat bereikt moet worden en vooral wáárom dat zo zou moeten zijn, daar praten ze liever niet over. Zodra je daarover begint, beland je precies in de politieke discussies waar wetenschap zich ver van moet houden.

    Ik geloof absoluut dat kritische theorie een plaats heeft in de wetenschap, maar een bescheiden plaats. Binnen politicologie in Nijmegen is er bijvoorbeeld al bijzonder veel aandacht voor. We moeten ons ervan bewust zijn dat bepaalde fundamentele uitgangspunten machtsstructuren kunnen reproduceren. Maar daar moet het bij ophouden. Als we dit soort theorieën op gelijke voet gaan stellen met ‘gewone’ theorieën, als we de wetenschap politiek gaan maken, kunnen we het echt opdoeken. Binnen de wetenschap zoeken we naar waarheid (ook dat is natuurlijk een discutabele stelling, helemaal binnen de sociale wetenschap). Zodra dat je criterium niet meer is en, erger nog, je van de universiteit een openlijk politiek instituut wil maken kun je de boel opdoeken. De universiteit is een van de laatste vestigingen van de vrije samenleving. Als de linkse gedachtenpolitie ook daar straks serieus voet aan de grond krijgt is de toekomst inktzwart.

    Nu wordt kritische theorie nog als iets hips, tegendraads en ‘kritisch’ verkocht (nogmaals, alsof andere theorieën dat niet zijn). Maar de volgende stap is écht dat we straks de wiskunde moeten gaan ‘dekoloniseren’ zoals sommige gekkies nu al verkondigen.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!