Zomerinterview (5): Oud-rector Bert van der Zwaan

16 jul 2018 ,

Uitspraken van Bert van der Zwaan lenen zich goed voor krantenkoppen. ‘Meer selectie aan de poort’, ‘er zijn te veel studenten’, ‘waar blijft de Harvard in de polder?’ Maar daaronder ligt, zo verzekert de afgezwaaide rector van de Universiteit Utrecht, vaak een genuanceerd betoog.

Voordat hij de interviewers meeneemt naar de binnentuin van de Utrechtse Faculty Club, schudt Bert van der Zwaan verschillende handen. Bekenden vragen hoe het met hem gaat, sinds hij afgelopen maart na acht jaar afzwaaide als rector magnificus van de Universiteit Utrecht. Thom de Graaf bijvoorbeeld, de voorzitter van de Vereniging Hogescholen — die toevallig ook een afspraak heeft in het Academiegebouw, ‘het kloppend hart van de universiteit’ aan het Domplein.

Van der Zwaan is net terug van een familievakantie in Andalusië en tijdens de korte vriendelijkheden die hij uitwisselt met zijn oud-collega’s vertelt hij haast beschaamd dat hij deze dagen veel in de tuin zit. Heerlijk toch, zo hoort het als pensionado, krijgt Van der Zwaan terug; de boog kan niet eeuwig gespannen zijn.

Maar voordat de indruk ontstaat dat Van der Zwaan stilzit: hij heeft twee boeken in de maak – een over de wetenschap en een over de toekomst van de universiteit.

‘Het is onhaalbaar om met het huidige budget met ál onze universiteiten tot dezelfde top te behoren’

Ooit was Van der Zwaan hoogleraar Biogeologie in Nijmegen. Nadat hij in 2003 naar Utrecht vertrok, kwam hij snel terecht op een bestuurszetel. Eerst als decaan, vanaf 2011 als rector. Wat hij in die jaren vooral miste: veldwerk. Dat pakt hij nu weer op, dit keer met zijn echtgenote Wilma Wessels. Zij is eveneens paleontoloog, maar waar Van der Zwaan als specialist in de mariene geologie bestemmingen rondom de Middellandse Zee en de oceanen uitzocht, werkte Wessels als knaagdierspecialist vooral in landen als Rusland, Mongolië en Turkije.

Deze maand vertrekken ze samen naar de Balkan om onderzoek te doen, maar in Van der Zwaans geval, als het even kan, ook om te klimmen. Een hobby die hij opdeed tijdens zijn eerste veldwerkreizen, in zijn studietijd: ‘Het kostte vijf dagen om met mijn Renault 4 in Spanje te komen. Niet harder dan tachtig kilometer per uur, met water uit de sloot in de radiator.’

Met Van der Zwaan had de Universiteit Utrecht een wetenschapper aan het roer die nooit te beroerd was om zijn mening te geven. Na interviews over zijn boek Haalt de universiteit 2040? (2016) tekenden journalisten van de landelijke pers gretig uit zijn mond op dat Nederland te veel universitaire studenten telt, dat er aan de poort van de academie strenger geselecteerd moet worden en dat Nederland er goed aan doet één universiteit tot topinstituut te ontwikkelen – zeg maar een Harvard in de polder. Het is een natuurwet dat uitspraken als deze de grond doen trillen in Nederland, met haar egalitaire onderwijssysteem.

U pleit voor een gedifferentieerd landschap aan universiteiten in Nederland. Op welke manier?

‘Eigenlijk op alle manieren: ik zie universiteiten graag van elkaar gaan verschillen qua signatuur, grootte en status. Het Nederlandse onderwijssysteem is volstrekt egalitair. Als de ene universiteit overheidsgeld krijgt, moet voor de andere instellingen hetzelfde gelden. Begrijp me niet verkeerd: wie zegt dat het Nederlandse onderwijs slecht is, liegt. In de jaren zeventig, tóén was het onderwijs slecht. Wel is het zo dat we nu geleidelijk losweken van de wereldtop en dat zie ik als een serieuze bedreiging.

Het is onhaalbaar om met het huidige budget met ál onze universiteiten tot dezelfde top te behoren. Beter is het de functie van universiteiten te differentiëren: je kunt bijvoorbeeld onderscheid maken tussen onderwijs- en onderzoeksuniversiteiten. Iedereen denkt natuurlijk dat de Universiteit Utrecht uit is op de status van topuniversiteit – en dat is ook wel zo, hoor – maar ik geloof dat door differentiatie het hele Nederlandse onderwijsstelsel beter zal functioneren.’

Foto: Bert Beelen

Die onderwijs- en onderzoeksuniversiteiten moeten dan verschillende studenten bedienen?

‘Het is een feit dat veel studenten niet terechtkomen op de plek waar ze thuishoren en waar ze het maximale uit zichzelf kunnen halen. Excellentieprogramma’s als de Honours Academy in Nijmegen zijn tekenen aan de wand: die studenten worden op de universiteit niet genoeg uitgedaagd. Zo’n programma zou eigenlijk niet nodig moeten zijn – er moet een universiteit zijn waar zij gewoon passen.’

U bent een voorstander van selectie.

‘Mij wordt in de media vaak toegedicht dat ik voor selectie pleit. Dat is niet per se het geval, ik heb eigenlijk een ander verhaal. Het studentenaantal is de afgelopen jaren veel te hard gegroeid, terwijl het geld dat de overheid per student beschikbaar stelt, daalt. Ons onderwijsstelsel is zwaar overbelast. Als we zo doorgaan, dan gaat de onderwijskwaliteit achteruit. Ik zie twee oplossingen. De beste: geef universiteiten meer geld. Dat zie ik echter niet snel gebeuren. Dan kan selectie uitkomst bieden – want dat helpt om studentenstromen te reguleren, zodat studenten op de juiste plek komen.

Selectie is bovendien onontkoombaar om een balans te behouden tussen Nederlandse en internationale studenten. Ik breek een lans voor kwaliteit – wil de beste studenten binnenhalen, maar de international classroom moet wel daadwerkelijk divers zijn. Een Nederlandse studie met 90 procent Chinezen vind ik niet te verkroppen.’

De angst van de Nijmeegse rector Han van Krieken is dat selectie bepaalde bevolkingsgroepen, uit achterstandsgezinnen bijvoorbeeld, buiten de deur houdt. Wat zegt u tegen hem?

‘Dat-ie om zich heen moet kijken en zien dat het zo niet verder kan: ons stelsel is volledig overbelast. We zijn het eigenlijk heel erg eens, alleen ben ik niet bang voor selectie. Het kan positief uitpakken.

De Universiteit Utrecht krijgt de emancipatiestudent ook zonder selectie al te weinig. We merken dat de barrières niet gebaseerd zijn op intellectuele vermogens, maar op afkomst. Op de universiteit hebben we veel mensen die hier op intellectueel vlak niet thuishoren, maar zij worden gepusht door hun ouders, hebben het geld om examentraining en bijlesprogramma’s te volgen. Veel bevolkingsgroepen – vluchtelingen, lage afkomst – hebben die intellectuele capaciteit wél, maar vallen buiten de boot.

‘Ik vind het een probleem als studenten alles wel best vinden, of vragen: ‘Wat is nu het goede antwoord?’’

Met mijn vrouw heb ik net een fonds opgezet voor vluchtelingen en andere achterstandsgroepen. Met dat geld kunnen taallessen worden gegeven in wijken als Overvecht en Kanaleneiland: veel mensen hebben daar een taalachterstand, en dan worden zij eruit gewipt bij de selectie van bijvoorbeeld rechtsgeleerdheid, een heel talige studie.

Sodom en Gomorra

Zelf groeide Van der Zwaan op in Voorschoten, waar zijn vader zich opwerkte in de Zilverfabriek. Een echt confessioneel milieu, een ARP-gezin – niet straatarm, maar zeker niet rijk. Van der Zwaan was de eerste die ging studeren, aangemoedigd door zijn ouders. Hij was goed in talen en iedereen raadde hem de bètakant af, maar nadat hij Darwin las wilde hij niet meer terug. ‘Ik was zeventien en ging naar de Vrije Universiteit, die had toen de modernste faculteit geologie. Amsterdam was een beetje het Sodom en Gomorra van Nederland in die tijd: er gebeurde van alles, waaronder de Maagdenhuisbezetting.’ Na zijn afstuderen – in minder dan zes jaar, een unicum – reisde hij af naar Israël om bananen te plukken in een kibboets. In dat jaar besefte hij dat hij écht de wetenschap in wilde.

Was u de ideale student? U studeerde in, voor die tijd, recordtempo af, en haalde een tien voor uw eindexamen Nederlands.

‘Nou … Achteraf had ik veel meer uit mijn studententijd kunnen halen. Ik moest ernaast werken om mijn studie te betalen en ik was veel te pragmatisch: ik mikte op een zeven of hoger, maar streefde nooit naar perfectie.

Ik was een typische emancipatiestudent. In de jaren zeventig was de universiteit veel elitairder dan nu, er waren relatief weinig studenten. Mijn ouders zaten aan de onderkant van modaal qua inkomen. Daar krijg je geen dot zelfvertrouwen van, en dat gaven de hoogleraren mij ook niet. Ik kreeg een boek naar mijn hoofd: ‘zoek het maar uit’. Wat ik heb gemist, is met zelfvertrouwen kunnen genieten van de wetenschap.

Academische studenten moeten gedreven worden door nieuwsgierigheid en niet bang zijn het antwoord niet te weten. Ik vind het een probleem als ze alles wel best vinden of vragen: ‘Wat is nu het goede antwoord?’’

Studenten gaan tegenwoordig gebukt onder stress en eenzaamheid. Baart dat u als voormalig rector zorgen?

‘Er is geen overtuigend bewijs dat de studie hiervan de oorzaak is. Studenten blijken behoorlijk representatief voor alle jongeren. Laten we het probleem dus vooral breder bekijken. Jongeren hebben tegenwoordig enorme agenda’s met baantjes, veel ambities en sociale verplichtingen van hier tot Tokio. De terreur van de sociale media leidt tot een soort verarming. De verdere digitalisering van het onderwijs, waarin het belang van fysieke campussen afneemt, vergroot deze problematiek nog. Ik vond mijn rol als rector hierin: heel duidelijke standpunten innemen. Het debat aanwakkeren om tot een collectief normbesef te komen. De universiteit is er óók om van jonge mensen betere burgers te maken.’

Van 1991 tot 2003 was u hoogleraar aan de Radboud Universiteit. Daarvoor was u docent aan de Universiteit Utrecht, waar u na uw vertrek uit Nijmegen weer zou terugkeren. Ziet u grote verschillen tussen beide universiteiten?

‘Ik wist werkelijk niet wat me overkwam in Nijmegen. In Utrecht waren er altijd wel collega’s en studenten die overal luidkeels kritiek over uitten. Aan de Nijmeegse universiteit, waar ik erg jong als hoogleraar begon, heerste een ongelooflijk gemoedelijke en vriendelijke sfeer. Er was een jaarlijks hooglerarendiner en mijn collega’s waren bijna on-Utrechts collegiaal. De wereld waar ik vandaan kwam, was veel scherper.’

Mist Nijmegen een kritische houding?

‘Daar kun je inderdaad vraagtekens bij zetten. Er is inmiddels veel gelijkgetrokken, maar verschil was er wel. Een gemiddelde tussen Utrecht – soms te kritisch, veel geklaag – en Nijmegen, soms té vriendelijk, zou mooi zijn.’

Stel dat u rector in Nijmegen was geworden. Wat had u aangepakt?

‘Mijn naaste collega Kees Blom (hoogleraar Ecologie, red.) werd destijds, in 2000, rector. De Radboud Universiteit was toen een kleinere, meer regionale universiteit, daar voerden we voor zijn aanstelling al gesprekken over. De kwaliteitsbewaking was minder scherp, het benoemingsbeleid van hoogleraren was soms twijfelachtig – de rooms-katholieke achtergrond was daarin nog belangrijk. Dat is in het internationale speelveld ondenkbaar. Blom pakte dat aan, en ook de visitatiecommissies die begin jaren negentig waren ingesteld in heel Nederland, kwamen de kwaliteit zeer ten goede. Ja, die stappen hebben de Radboud enorm goed gedaan.

Bert van der Zwaan tijdens Meet the Professor in Utrecht. Foto: Lize Kraan

Op bestuurlijk niveau zie ik dat faculteiten in Nijmegen vaak gewoon hun dingetje mogen doen. Dat is in Utrecht centraler geregeld, met scherpere bedrijfsprocessen. Kijk, waar consensus mogelijk is, ga daar dan voor. Draagvlak binnen je universiteit is enorm belangrijk, maar soms moet je knopen doorhakken.’

In Haalt de universiteit 2040? betoogt Bert van der Zwaan dat, hoewel we inmiddels in een flink gedigitaliseerde samenleving leven, geografie en regionalisatie een steeds belangrijkere rol in het onderwijsstelsel spelen. Hij spreekt over het belang van kennishubs, grootstedelijke gebieden waarin universiteiten nauw met elkaar samenwerken en de kwaliteit gezamenlijk omhoog stuwen. Van der Zwaan voorziet London en omgeving als de belangrijkste Europese kennishub (‘al moet de brexit in de gaten gehouden worden’). Maar de Randstad kan, al dan niet samen met Vlaamse universiteiten, wellicht uitgroeien tot de tweede hub van Europa.

Haalt de universiteit 2040? rept niet over de Radboud Universiteit. Is het voor Nijmegen aanhaken of afhaken?

‘De kaarten liggen nog op tafel. Het is niet te laat voor Nijmegen, maar ik zie een regionale samenwerking op kleine schaal ontstaan tussen de Zuid-Hollandse universiteiten (Leiden, Rotterdam, Delft), tussen de twee Amsterdamse universiteiten en tussen Utrecht, Eindhoven en Wageningen. Die drie blokken vormen de componenten van de Randstad-hub. Voor Nijmegen ligt een samenwerking met de regio Utrecht en Eindhoven voor de hand – zodat een driehoek ontstaat. Maar dat vergt veel inspanning, en het is moeilijk om fysieke afstanden te overbruggen. Nijmegen zou óók de andere kant op kunnen kijken: naar Twente en Münster.’

Maar Nijmegen valt geografisch buiten de Randstad, en dus de kennishub. Uw pleidooi voor een gedifferentieerd systeem klinkt in die zin bedreigend voor de Radboud Universiteit: rest ons ‘slechts’ een rol als onderwijsuniversiteit?

‘Net als voor iedere universiteit, zit er potentieel ook voor Nijmegen een bedreiging in deze ontwikkeling. Een oplossing is dat universiteiten complementair worden. De een richt zich op deze specialiteit, de ander op die. De Universiteit Utrecht en de Radboud Universiteit zijn al grotendeels complementair: onze bètafaculteiten en geesteswetenschappen zijn heel verschillend. Dit soort complementariteit zou je kunnen benutten door samen te werken. Maar dat gaat moeizaam – universiteiten in Nederland hebben daarin weinig stappen gezet.

Kijk, zoals het nu gaat, kan het niet langer. Het is de vraag of Nederland dertien brede universiteiten kan blijven betalen zonder dat er één in de top tien van de wereld staat. De universiteit is een briljante omgeving, met nog steeds veel vrijheid. En wetenschap is nu eenmaal hard werken: bloed, zweet en tranen.

Maar ik zeg ook: op de steeds verder uitdijende universiteit, met steeds minder geld per student en dus een hogere werkdruk voor medewerkers, is de lucht er wel een keer uit – we kunnen niet nóg meer vragen van onze wetenschappers.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!