Zomerinterview (4): de Navigators

13 jul 2018

Drie studenten, lid van de christelijke studentenvereniging de Navigators (NSN), kwamen vorig jaar om bij een ongeluk in de Franse Alpen. Ze werden bedolven onder een lawine. Wat doet dat met een vereniging? ‘Je zag een totale verbondenheid.’

Aan de muur hangt een plaquette met drie namen erop: Marcel, Mark en Timo. De contouren van een bergkam erachter, plus de datum 7 maart 2017.

‘We hebben er bewust voor gekozen hun foto’s er niet op te zetten’, zegt Tessa Katerberg. ‘Omdat dat best heftig is. Confronterend als je de bestuurskamer binnenkomt en telkens hun gezichten ziet.’

Tessa zat vorig jaar in het bestuur van de christelijke studentenvereniging NSN (Nijmeegse Studentenvereniging de Navigators). Zij was het die het woord deed op een persconferentie nadat drie leden onder een lawine waren bedolven tijdens een skireis in de Franse Alpen.

Interviews gaven de studenten lange tijd niet. Maar nu, meer dan een jaar later, willen ze wel vertellen wat het ongeluk met hun vereniging heeft gedaan. Dat het NSN heeft veranderd, en henzelf ook. Hoe vriendschappen een diepere laag kregen.

Journalist in de gang

Dinsdag 7 maart 2017. Het bestuur van NSN is op een feestje van een collega-vereniging in Rotterdam als ze wordt gebeld vanuit Frankrijk. Een van de leden laat weten dat er iets vreselijks is gebeurd: drie mannen wilden nog een laatste keer met hun snowboard van de helling afgaan. Ze gingen een stukje offpiste en verloren hun oriëntatie vanwege plotselinge mist. Toen kwam er een lawine. Marcel blijkt te zijn omgekomen, over het lot van Mark en Timo is dan nog niets bekend. ‘We konden het nauwelijks bevatten’, herinnert bestuurskundestudent Tessa zich. ‘Het was verschrikkelijk verdrietig. Ik weet nog dat we over de telefoon hebben gebeden. Wij vanuit Rotterdam, zij in Frankrijk.’ Samen met de andere bestuursleden besluit ze terug naar Nijmegen te rijden. ‘Ik was de bob. Onderweg was het stil in de auto. We waren pas tegen een uur of drie ’s nachts thuis. Morgenochtend om elf uur vergaderen, spraken we af. Dat was te laat, bleek achteraf, maar dat wisten we toen nog niet.’

De ochtend van woensdag 8 maart is om acht uur op het nieuws dat er een Nijmeegse student is omgekomen bij een ski-ongeluk. Wanneer de eerste NSN’ers aankomen bij de witte villa aan de Van Schaeck Mathonsingel waar de vereniging is gehuisvest, staat er al een journalist in de gang. Tessa: ‘We waren totaal overrompeld. Het is me nog altijd een raadsel hoe de link met onze vereniging zo snel is gelegd.’ Collega’s van buurvereniging Phocas zijn zo vriendelijk de journalist de deur uit te werken, maar het is meteen duidelijk dat de Navigators op de radar staan van zo’n beetje de complete Nederlandse pers. Alleen hun achterban informeren zal niet genoeg zijn, verschillende media hangen al aan de lijn.

Hugo (links), Kevin en Tessa. Foto: Bert Beelen

Tessa denkt dat ze ‘iets verder af staat’ van de mannen dan haar collega-bestuurders. Daarom biedt ze aan dat zij de pers wel te woord wil staan. ‘Samen met de universiteit besloten we dat we een persconferentie zouden houden. Eén keer je verhaal doen, en dan klaar.’ De woordvoerder van de Radboud Universiteit helpt haar bij de voorbereiding. Het is een spannende sessie, maar ergens ook fijn, zo kijkt ze er op terug. ‘Op zo’n dag zit je heel erg in gáán-modus. Praktisch bezig zijn is prettiger dan tot je door laten dringen wat er eigenlijk gebeurd is.’

Het lijkt te werken. Het legertje cameralieden voor de deur slinkt. Kevin van Huet Lindeman, trouw lid van NSN, vertelt dat hij zich die dag behoorlijk heeft gestoord aan de media. Leden die naar de villa kwamen, kregen een microfoon onder hun neus gedrukt. ‘Je hoorde van die zinnetjes in het nieuws als ‘de studenten zoeken elkaar op om samen te huilen en elkaar te steunen’, wat moet je daarmee? Wat is je punt?’ Irritant was ook dat informatie soms gewoon niet klopte. Tessa: ‘Namen en leeftijden werden bijvoorbeeld door elkaar gehaald.’

Chaotisch

Maar, belangrijker: de leden van NSN hebben op dat moment wel iets anders aan hun hoofd. De ongerustheid en de verslagenheid zijn groot. Zeventien reisgenoten en mede-NSN’ers zitten bovendien nog in de Franse Alpen. Kevin: ‘De drie mannen waren heel actieve leden, ze stonden echt middenin de vereniging.’ Zelf is de student bedrijfskunde bevriend met twee van hen, de derde kent hij redelijk goed. Hij is aan het werk in Scherpenzeel als een huisgenoot die mee is op skireis hem belt met het slechte nieuws. ‘Mijn vader heeft me toen opgehaald. Hij vroeg: ‘wil je naar huis of naar de vereniging?’ Ik wilde alleen maar bij vrienden zijn die zeg maar in hetzelfde schuitje zaten. Dingen delen.’

Hugo Bahlman is op dat moment tweedejaars-rechtenstudent en nog niet zo lang lid van NSN. Hij zit woensdagochtend 8 maart in een werkcollege. ‘Een vriend die er ook zat, kreeg een appje. ‘Het gaat om iemand van de NSN.’ Het werd steeds concreter. Na drie kwartier zijn we weggegaan, naar de villa.’

In het verenigingsgebouw wordt het die morgen steeds drukker. Al gauw staat er een mannetje of honderd binnen, schat Hugo.

Tessa: ‘We hebben de grote zaal beneden opengedaan.’

Hugo: ‘Het is fijn dat je dan met elkaar kan zijn, want zoiets hakt erin.’

De dag verloopt chaotisch, maar tegelijkertijd nemen leden automatisch de rol op zich die bij ze past. Sommigen schenken koffie, anderen roeren in de keuken in grote pannen soep. Via collega-verenigingen krijgt het bestuur rouwprotocollen toegestuurd. O ja, de website moet op zwart. ‘Je zag een totale verbondenheid’, weet Tessa nog. ‘Vaak trek je binnen de vereniging op met je eigen clubje of je eigen dispuut, maar dit was zo overstijgend. Er was eenheid. Bijzonder om te zien hoe mensen zich dienstbaar opstellen en kijken ‘waar ben ik nodig’. Iedereen zorgde voor elkaar.’

In de villa wordt gebeden en ’s avonds zingen ze samen. ‘Dat vond ik heel mooi’, vertelt Tessa. ‘In het zingen zoek je God. Of je nou veel of weinig verdriet hebt, dat is iets wat je deelt. Woensdagavond is onze vaste verenigingsavond en iedereen was er – van leden tot oud-leden.’

NSN is een christelijke vereniging. Wat is de rol van jullie geloof in God tijdens zo’n gebeurtenis?

Tessa: ‘Als bestuur hebben we ons erg gedragen gevoeld door gebed – ik weet niet hoe ik dat moet uitleggen. Je weet gewoon dat heel veel mensen met je meeleven en voor je bidden, dat geeft een bepaalde kracht, dat je vooruit kan. We hebben zó veel kaartjes gehad van mensen – gewoon random mensen – die bijvoorbeeld schreven ‘wij waren twee weken geleden nog in Valfréjus en hebben er zulke goede herinneringen aan, we bidden voor jullie’.’

Hugo: ‘Ik haal troost uit het idee dat God erboven staat. Als je je afvraagt waarom dit ongeluk is gebeurd – wat was hier het doel van? – geeft het me rust dat God voor ons zal zorgen. In die tijd heb ik vaak met mensen gebeden. Gewoon effetjes, om daarin steun te zoeken en hoop op God te vestigen. Dat is de kracht van gebed.’

Kevin: ‘Ik geloof niet dat het Gods plan was, maar wel dat Hij erbij was. Bij die jongens, maar ook hier bij ons. Je gedragen voelen, dat herken ik wel, al blijft het iets vaags. Ik heb heus wel vragen gehad. Als U almachtig bent, waarom hebt U dit dan niet gestopt? Maar ik vond het relaxed om te merken dat die vragen er ook mochten zijn. Je kunt leunen op elkaar.’

Heeft het ongeluk een deuk geslagen in jullie vertrouwen op God?

Tessa: ‘Bij mij niet. Ik weet niet waarom, maar de waarom-vraag heb ik redelijk makkelijk naast me neer kunnen leggen, omdat ik weet dat ik er waarschijnlijk nooit antwoord op ga vinden.’

Kevin: ‘Bij mij wel. Hoe ik daar precies mee om moet gaan, weet ik nog niet, dat blijft een proces. Ik weet niet of ik ooit antwoorden ga krijgen, het is een kwestie van opnieuw leren vertrouwen op God. Maar hoewel ik het niet begrijp, voel ik wel dat er troost uit te halen valt. Het geloof in God wil ik niet loslaten, want voor mij is dat het enige wat hoop geeft.’

Hugo: ‘Ik heb wel wat momenten van twijfel gehad, maar trok me op aan mensen om me heen. De verloofde van een van de mannen zat bij mij in het dispuut en naar mijn idee bleef zij juist heel dichtbij God, ik kon van haar geen boosheid aflezen. Toen dacht ik: waarom zou ik dan wel boos zijn?’

Tessa, Hugo (midden) and Kevin. Foto: Bert Beelen

Samen in de bus

Vrij snel na het ongeluk volgen drie begrafenissen. Preciezer: twee begrafenissen en één herdenkingsdienst, want één lichaam is dan nog niet gevonden. Pas als de Alpensneeuw smelt, spoort een lawinehond het lichaam van Mark op 19 maart op. Tessa en Kevin gaan naar alle drie de bijeenkomsten. De universiteit regelt een bus naar de tweede uitvaart. ‘Misschien gek, maar ergens was het zelfs een soort van gezellig’, zegt Tessa. ‘Zo met elkaar in die bus.’

Kevin: ‘Je hebt elkaar die maand dan ook supervaak gezien natuurlijk.’

Vriendschappen verdiepen zich als je samen zoiets heftigs meemaakt. En dat is blijvend, denken de drie.

‘Het zorgeloze is eraf’

Hugo: ‘Als eerstejaarslid was ik nog niet zo heel serieus bezig met de vereniging, maar zoiets zet je wel even stil. Het zorgt voor banden met mensen die je anders niet had gehad.’

Kevin was er in het begin bang voor, dat eerstejaarsleden niet zo’n onbezonnen studententijd zouden beleven als hij zelf had mogen genieten. Naast het verdriet om de dood van Timo, Mark en Marcel, vond hij dat pijnlijk. Hugo stelt hem gerust: het is goed gekomen. ‘Ik heb absoluut een ander eerste jaar gehad dan de mensen boven mij, maar niet per se slechter. De vereniging heb ik op zijn hechtst gezien en ik heb er vriendschappen voor teruggekregen.’

Sommige leden van NSN zochten professionele hulp bij de verwerking van het verdriet, anderen liepen studievertraging op. Precies een half jaar na de lawine hing het bestuur de plaquette met de namen van de omgekomen mannen in de bestuurskamer. En op 7 maart 2018 was er een herdenkingsdienst in de Boskapel: studenten stonden nog eens uitgebreid stil bij de verloren vrienden. Maar waarschijnlijk was dat het laatste ‘officiële’ moment, georganiseerd door het bestuur. Levens gaan door, leden zijn afgestudeerd en in september staat weer een nieuwe lichting op de stoep. ‘Dat is ook goed’, vindt Tessa.

Heeft het ongeluk jullie zelf veranderd?

Kevin: ‘Het neemt je zorgeloosheid weg. Je wordt je bewust van alles wat je doet of wat je zegt, alsof alles een diepere laag krijgt. Op zo’n moment is dat heel verwarrend. Nu zou ik zeggen: het maakt het leven – en mijn geloof – echter. Maar het gewone genieten komt bij mij nu pas weer een beetje terug.’

Hugo: ‘Ja, dat is de kern. Het zorgeloze is eraf.’

Tessa: ‘In het begin was ik een beetje angstig. Omdat het zo random was: drie goed gezonde jongens en dan opeens … Het is de willekeur die in zoiets als een lawine zit. Eigenlijk kan je dus elke dag iets overkomen. Als mijn vriend even wegging, dacht ik: ‘ik moet goed afscheid nemen’. Maar op een gegeven moment moet je dat wel weer loslaten.’

Kevin: ‘Ik heb dat nog steeds wel. Als ik in het weekend bij mijn ouders of met vrienden ben geweest, neem ik bewuster afscheid.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!