Kunsthistoricus Hanneke van Asperen herontdekt vergeten vrouwen als Adriana van Houweninge
-
Adriana van Houweninge bij haar woning aan het Keizer Karelplein 8 in Nijmegen, foto, ca 1910. Regionaal Archief Nijmegen, fotocollectie, F39565. Bron: Regionaal Archief Nijmegen.
Op 6 juni opent Valkhof Museum opnieuw haar deuren. Een mysterieus doek van de vroeg-twintigste-eeuwse schilderes Adriana van Houweninge uit Nijmegen krijgt een prominente plek. Kunsthistoricus Hanneke van Asperen van de Radboud Universiteit is blij: ‘Vrouwen als zij laten zien dat de kunstwereld helemaal niet zo uniform en mannelijk was als we nu soms denken.’
Een tengere, naakte vrouw staart je aan. Ze spreidt haar armen. Haar bleke huid tekent af tegen een rood gordijn en zwart-wit-geblokte vloer. ‘Adriana van Houweninge heeft er jaren aan gewerkt,’ vertelt Hanneke van Asperen. ‘In de theekoepel van Villa Berglust, op de Nijmeegse Kwakkenberg.’

Van Houweninges andere werk was ‘redelijk traditioneel’, aldus Van Asperen, kunsthistoricus aan de Radboud Universiteit. ‘Veel landschappen. Maar zeker goed gedaan.’ Dat het binnenkort heropende Valkhof Museum dit mysterieuze schilderij centraal zet, snapt Van Asperen wel. ‘Van Houweninge hoefde niet van haar werk te leven en naamsbekendheid was voor haar niet noodzakelijk. Maar ze exposeerde wel. Ze zou vast blij zijn geweest als ze wist dat dit hier nu hangt.’
Misschien wel net zo blij is Van Asperen zelf. Veel, heel veel vrouwelijke kunstenaars zijn vergeten, veel vrouwen die prachtig werk maakten. Kunsthistoricus Van Asperen diept vrouwen als Van Houweninge op uit de vergetelheid en schrijft over ze op een inmiddels 238 artikelen tellende weblog. ‘Kunstenaars als zij laten zien dat de kunstwereld helemaal niet zo uniform en mannelijk was.’
Dubbelgraf
Het is lente, maar het waterige zonnetje brengt weinig warmte. Van Asperen loopt op het kerkhof van het Gelderse dorpje Spankeren, waar boterbloempjes groeien tussen de graven. Ze duikt weg in de kraag van haar jas tegen de gure wind. Ze inspecteert een witmarmeren monument dat boven de grauwe granieten zerken uitsteekt.
‘Ik verwachtte een graf met haar naam erop. Maar er is niks’
Het stelt een afgebroken zuil voor. Daaraan hangt een gebeeldhouwd schilderspalet met klodders verf. Op de sokkel staat de ontvanger van dit natuurstenen eerbetoon: H.A.C. Dekker.

‘Vaak’, legt Van Asperen uit, ‘staan volledige voornamen op een graf. Die ontbreken hier. Op dezelfde manier signeerde hij zijn werken.’ Maar de voornamen van Dekker zijn niet het enige dat mist. Onder deze grafzuil zijn niet één, maar twee kunstenaars begraven. De naam van die ander is alleen nergens te vinden.
Van Asperen: ‘Zij ligt naast hem. Ik verwachtte daarom een graf met haar naam erop. Maar er is niks.’ Die ongenoemde kunstenaar is Sara Sartorius. Zij was de vrouw van Dekker. Als schilderes was ze in haar tijd net zo succesvol als haar man. Maar nu is ze vergeten.
‘Dekker en Sartorius woonden in Amsterdam, maar hij werd opgenomen in het sanatorium in Laag-Soeren, hier in de buurt. Daarom is hij hier begraven. En zij wilde hier dus ook begraven worden.’ Onder de gedenkzuil die ze een bevriende beeldhouwer had laten maken. ‘Die beeldhouwer was zeker niet de minste in die tijd; een bekende naam.’
Van Asperen keurt de staat van het roestende ijzerwerk rond het dubbelgraf. ‘Niet veel mensen kennen Dekker nog, net zomin als Sartorius’, erkent ze, ‘maar zijn werk zit wel in de openbare collecties. Het werk van Sartorius niet. Terwijl zij net zo goed in binnen- en buitenland exposeerde en daar erkenning kreeg. Dit grafmonument is voor mij een heel veelbetekenend symbool. Een symbool voor het feit dat vrouwelijke kunstenaars zo veel vaker en sneller vergeten werden dan hun mannelijke collega’s.’
Vergeten vrouwen
In musea kom je vrouwelijke kunstenaars gelukkig steeds vaker tegen. ‘Het waren echt niet allemaal vrijetijdskunstenaars,’ benadrukt Van Asperen. ‘Ze waren professioneel, verkochten werk en hadden succes. Toch zijn we ze veelal vergeten.’
De kunsthistoricus werkt voor het Centrum voor Kunsthistorische Documentatie van de Radboud Universiteit. Op haar weblog schrijft ze over vrouwelijke kunstenaars. ‘Ik vind hun namen terug op veilingen, in oude expositiecatalogi, in eigentijdse recensies. Maar dan begint het uitzoeken pas.’ In uitvoerige blogposts combineert Van Asperen elk snippertje archiefmateriaal dat ze kan vinden: huwelijksakten, overlijdensadvertenties, familiestukken. ‘De zoektocht levert me altijd mooie verhalen op. Maar ook vaak tragische.’
‘Het was een ongeschreven regel dat vrouwen zorgden voor de nalatenschap van mannen’
Nu Van Asperen tientallen vrouwelijke kunstenaars uit de negentiende en twintigste eeuw in kaart heeft gebracht, ziet ze de patronen. ‘Het was een ongeschreven regel dat vrouwen zorgden voor de nalatenschap van mannen. De vrouwen van kunstenaars waren vaak tijdens hun huwelijk al bezig met het documenteren van het leven van het “genie” waar ze mee getrouwd waren.’ Ze harkt aanhalingstekens in de lucht. Waarom? ‘Als het gaat om kunstenaarskoppels deed haar werk écht niet onder voor dat van haar man. Integendeel.’

Na de dood van hun mannen organiseerden de weduwes exposities met het werk van de overledene en doneerden ze zijn werken aan musea. Kunstenaar Jo Machwirth gaf bijvoorbeeld 37 schilderijen van haar man aan het Goois Museum. Daarnaast maakte ze prachtige portretten van hem, ook na zijn dood, om de herinnering levend te houden.
Na zijn overlijden ontfermde echter niemand zich over haar nagedachtenis. ‘Mensen – ook de echtgenoten – waren er doorgaans veel minder mee bezig om vrouwen in de kunstgeschiedenis te vereeuwigen.’
Herwaardering
Van Asperen benadrukt dat vrouwen om veel meer redenen sneller zijn vergeten. ‘Getrouwde vrouwen uit de hogere klassen werden niet geacht te werken, ook niet als professioneel kunstenaar. Dat was cultureel zo bepaald.’ Daarnaast hadden de mannen de netwerken om naam te maken in de kunstwereld.
‘Als een mannelijke kunstenaar vriendjes had bij de krant, dan schreven die journalisten natuurlijk lovende overlijdensberichten.’ En die effecten werkten door. ‘Musea maken graag tentoonstellingen met werken in hun collecties,’ legt Van Asperen uit. ‘Omdat er minder werk van vrouwelijke kunstenaars in die collecties terechtkwamen, figureerden ze minder op tentoonstellingen. Waardoor ze minder bekend bleven. Waardoor musea het werk van vrouwen minder snel aanschaften. Het is een spiraal.’
‘Omdat er minder werk van vrouwelijke kunstenaars in collecties terechtkwamen, figureerden ze minder op tentoonstellingen’
Die spiraal kunnen en moeten musea en kunsthistorici doorbreken, betoogt Van Asperen. Door, zoals Valkhof Museum nu doet, een vrouw centraal te stellen. Of door over hen te schrijven en ze uit de archieven en private collecties op te diepen.
Maar waarom moeten we dat überhaupt? ‘Omdat we zo een diverser beeld krijgen van die tijd en de kunst die er gemaakt werd. Maar ik ontdek ook elke keer weer dat er bijzondere verhalen achter hun werken schuilen.’ Van Asperen zoekt even naar de juiste formulering. ‘Als een vrouw destijds een plek wist te veroveren in de kunstwereld, was dat extra bewonderenswaardig. Eerherstel is misschien een raar woord, maar deze vrouwen verdienen wel een podium.’
Op 4 juni 2026 opent koningin Máxima het hernieuwde Valkhof Museum. Op 6 juni is het open voor bezoekers.
