Column Kim Fairley: ‘Je kunt prima zowel informeel als toegankelijk zijn zonder je gezag te verliezen’
-
Kim Fairley. Foto: Dick van Aalst
Hoe spreek je een docent aan? En maakt het nog uit of je 'jij' of 'u' zegt? Met die vragen liep columniste Kim Fairley rond nadat een collega een mail van een student ontving met daarin en toch wel erg informele aanhef.
‘Hey Albert’, zo was de e-mail van een eerstejaars student aan hem gericht. Daar vond hij toch wel wat van. ‘Vroeger als ik hoorcolleges gaf, sprak ik mijn studenten zelfs aan met u.’ Nu hoefden we echt niet meer terug naar die tijden, verzekerde Albert mij, maar ‘enige mate van hiërarchie was toch wel wenselijk’.
Studenten spreken mij aan met ‘u’ of ‘mevrouw’ tijdens Nederlandse colleges. Vaker doceer ik in het Engels waar deze discussie gelukkig is opgelost: het Engelse ‘You’ is ‘u’ en ‘jij’ tegelijkertijd. Maar in beide talen blijft het heikele punt overeind: welke aanhef gebruik je in een e-mail?
Ik stel een beleefde toon op prijs, maar eindig de e-mail altijd met Kim en nodig studenten daarbij impliciet uit om me vervolgens met Kim aan te spreken. ‘Beste Kim’ is de aanhef die het vaakst bovenaan mijn e-mail prijkt. ‘Beste Albert’ was al stukken beter geweest, beaamde Albert, maar nog steeds een tikkeltje té informeel.
‘Ouderlijk gezag draait om de relatiedefinitie: duidelijkheid over rollen, verantwoordelijkheid en verwachtingen’
Ik blijf daags na ons gesprek tobben met wat we winnen en verliezen bij afbrokkelende formaliteit. Het doet me denken aan wat ik ontwikkelingspsycholoog Steven Pont vaak hoor zeggen over het ouderschap. Dat Nederlandse ouders zich in het bijzonder steeds meer gedragen als immer beschikbare vrienden van hun kinderen. Wat je daarmee wint: kinderen maken ouders meer deel van hun leefwereld. Wat er op het spel kan staan: ouderlijk gezag. Vrienden zijn immers niet degenen die je vertellen dat je je voetbalspullen moet pakken omdat de training over tien minuten begint. Het vervagen van de rollen tussen ouder en kind is problematisch volgens Pont. Ouderlijk gezag, aldus Pont, draait om de relatiedefinitie: duidelijkheid over rollen, verantwoordelijkheid en verwachtingen.
‘Beste Kim’ weerspiegelt het type docent dat ik wil zijn: benaderbaar, zonder opsmuk en wars van formaliteit. Maar dat betekent niet dat ik vergeet wie van ons de docent is. Als ik studenten vraag om stil te zijn tijdens colleges, verwacht ik dat ze dit verzoek respecteren en nakomen. En studenten mogen van mij gerust zonder afspraak binnenlopen voor een kort overleg – ja, dat mag van mij – maar dat betekent niet dat ze dagelijks bij mij mogen komen buurten.
Na pakweg vierhonderd woorden reflecteren kom ik voor mezelf tot een wereldschokkende conclusie: je kunt prima zowel informeel als toegankelijk zijn zonder je gezag te verliezen. En andersom: studenten kunnen je keurig met ‘u’ aanspreken en alsnog maling aan je hebben. Formaliteit en gezag zijn twee verschillende dingen.
Albert besloot de student vriendelijk doch duidelijk toe te spreken dat deze aanhef niet passend was. ‘Oké, Albert, dank voor het laten weten, ik zal er voortaan op letten’, was de reactie geweest.
Lees alle columns van Kim Fairley