Holgurrrr

01 sep 2020

Adriaan Duiveman Adriaan Duiveman is historicus en doet promotie-onderzoek bij Nederlandse Taal en Cultuur. Hij schrijft over zijn ervaringen als promovendus aan de Radboud Universiteit. Bekijk alle berichten van Adriaan Duiveman

Laatst werd ik overmand door nostalgie. Over de stoep zwabberde een jongen die, met een hand aan het stuur en de ander aan het handvat, een zwart kratje bier op de bagagedrager van zijn fiets balanceerde. Ik herkende zijn krat uit duizenden. Zoals schrijver Marcel Proust zijn kindertijd langs zich voorbij zag trekken toen hij een in citroenthee gedompelde madeleine at, zag ik in een flits mijn hele studententijd. En dat in een krat Holger.

In de GK (gemeenschappelijke kamer) van mijn oude studentenhuis organiseerden we een complex sociaal experiment dat ons diepe inzichten zou verschaffen over wederzijds vertrouwen en wederkerigheid. Het heette de Bierpot. Elk legden we een krat bier in. Als je op een afstreeplijst bijna 24 flesjes had weggedronken, zelf of met je vrienden, dan moest je een nieuw krat halen. Toen we het experiment begonnen spraken we af dat iedereen het bier in de bonus zou halen bij de Appie. Drie weken later dronken we alleen nog maar Holger. De streeplijst klopte nooit. Zo gaan die dingen.

Jumbo heeft Pitt, Lidl heeft Argus, Coop heeft Holger. Was Holger lekker? Als je de bierkoelkast op vier graden zette, waren de flesjes in ieder geval lekker koud. Verder waren ze spotgoedkoop. Holger was zo goedkoop dat de prijs van het bier lager was dan het statiegeld. Althans, meestal.

De prijs van Holger kon namelijk verbazingwekkend fluctueren. Misschien was het een mislukte gerstoogst in de Baltische staten of had bladluis de Duitse hopvelden leeggevroten. Om onduidelijke redenen steeg de prijs van het bulkbier uit het Vlaamse Bocholt soms opeens. In het ergste geval werd het bier duurder dan de statiegeldprijs.

Op één van deze duistere dagen besloten we Holger om te dopen. Eigenlijk was Holger te goed voor ons geworden. In plaats van ‘Holchurrr’ verfransten we het biermerk tot ‘Holzjé’.

Raar eigenlijk, want Frankrijk staat helemaal niet bekend om zijn goede bieren. Integendeel. Taalkundigen van onze universiteit toonden dan ook aan dat je kaas en wijn moet verkopen in het Frans, en auto’s en bier in het Duits. Franstalig bier werkt niet.

Ik legde mijn verfransingsraadsel voor aan taalkundige Marten van der Meulen. Hij vertelde me dat mijn oud-huisgenoten en ik een fascinerend taalkundig fenomeen te pakken hadden: het deel-grafoniem. Door een deel van het woord anders uit te spreken gaven we het een andere betekenis. Verder ging het hier helemaal niet om kwaliteit, zo legde Van der Meulen uit, maar om een andere sociale lading: de Franse associatie gaf ‘Holzjé’ klasse. Frans heeft nou eenmaal het imago van de sjiekste chicste taal.

Vierentwintig flesjes voor € 3,90, en wij voelden ons bon ton.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

1 reactie

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!