Column Adriaan Duiveman: ‘Sommige vakken zijn onrendabel, maar ook onmisbaar’
-
Adriaan Duiveman. Foto: Dick van Aalst
De cursus oud schrift is onmisbaar voor de geschiedwetenschap, maar onrendabel in de spreadsheets. Docenten geven het daarom vrijwillig. Columnist Adriaan Duiveman: ‘Zie hier het probleem van rendementsdenken op universiteiten.’
Is dat een ‘k’ of een ‘h’? Met een paar andere studenten tuurde ik naar het scherm. Voor ons stond het uitvergrote gekrabbel van een zeventiende-eeuwse Amsterdamse notaris. Jan Willem Veluwenkamp, historicus aan de Rijksuniversiteit Groningen, begon op het krijtbord naast het scherm te tekenen. De ‘k’, legde hij altijd uit, is een kabouter. En die kabouter heeft twee dingen: een zwierige ‘puntmuts’, en een ferm ‘pikkie’.
In een bedompt lokaaltje en met maar een paar medestudenten heb ik zo urenlang gezocht naar puntmutsen en pikkies. Samen buffelden we week na week door notariële akten, scheepsjournalen en boekhoudingen uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw. Het vak paleografie – oud schrift – was niet een normale cursus. Ten eerste zaten we er maar met een klein groepje van rond de tien mensen, in wisselende samenstellingen. Ten tweede stopte de cursus nooit. Je kon er punten voor krijgen als je een examen aflegde, maar weinig mensen deden dat. En als ze het al deden, gingen ze gewoon door.
‘Veluwenkamp gaf het onderwijs in zijn vrije tijd. Hij deed het uit plichtsbesef’
Ten derde kreeg docent Veluwenkamp – dé expert op de economische ruggengraat van de Nederlandse “Gouden Eeuw”, de Baltische zeehandel – er geen vergoeding voor. Veluwenkamp gaf het onderwijs in zijn vrije tijd. Hij deed het uit plichtsbesef.
Paleografie is namelijk een ambachtelijk, tijdsintensief en uiteindelijk totaal onrendabel vak. Echter, in modern onderwijsmanagement draait het om rendement. Universiteiten hanteren nu de beruchte regel dat in elk vak minsten 25 studenten moeten zitten, anders kan het financieel niet uit. Koepelorganisatie Universiteiten van Nederland werkt ondertussen met de consultants van Ernst & Young aan het landelijk dashboard-systeem ‘Kosten en Kwaliteit’ (KeK) waarin onder andere de ‘financiële consequenties’ van elk vak berekend kunnen worden. Om er daarna een ‘normatief gesprek’ over te voeren. Of zo’n normatief gesprek ooit voor de cursus paleografie is gevoerd, weet ik niet. Toen ik het vak ergens tussen 2012 en 2014 volgde was het ook al verschoven naar de snijranden van het curriculum. Zelfs toen was het al onrendabel verklaard.
Toch gaf Veluwenkamp het. In Nijmegen doet historicus Joost Rosendaal nu hetzelfde. Met een groepje van zes (6!) studenten komt hij clandestien samen om letter voor letter, woord voor woord, vroegmoderne teksten door te akkeren. En ook Rosendaal doet dat vrijwillig. ‘Ik vind het belangrijk om kennis van het oud schrift over te dragen aan jongere generaties,’ legt hij desgevraagd uit. ‘Bepaalde handschriften vinden ze in het begin heel moeilijk, maar na enige tijd kunnen ze die vlotjes lezen. Dat is leuk om te zien.’ Overigens houdt Rosendaal het qua terminologie wat netter dan zijn Groningse collega. Hij leert ze niet over puntmutsen en pikkies, maar over de ‘barokke poot’.
‘Historici die in de bronnen van laat-middeleeuws en vroegmodern Europa willen duiken, moeten die kunnen lezen’
Hoewel Rosendaal en Veluwenkamp vrije tijd opoffer(d)en voor dit onderwijs, is het alles behalve hobbyisme. Het is goed als opleidingen kritisch zijn op hun cursusaanbod en dat ze voorkomen dat daar al te particuliere stokpaardjes van academici inzitten. Paleografie is echter niet een cursus queer coding in mid-zeros teen vampire fiction of porridge recipes in ancient Pompeii. Paleografie is essentieel.
Historici die in de bronnen van laat-middeleeuws en vroegmodern Europa willen duiken, moeten die namelijk kunnen lezen. En om ze te kunnen lezen moet je onder begeleiding meters maken; archiefmeters wel te verstaan. Zonder de kennis en kunde van puntmutsen, pikkies en poten blijft archiefmateriaal niets meer dan mysterieuze kringeltjes. (Probeer het maar.)
Tegelijkertijd willen altijd maar een paar studenten werkelijk zo ver gaan. En hier zien we het probleem van rendementsdenken op universiteiten. Voor het voortbestaan van de geschiedwetenschap is het noodzakelijk dat de vaardigheid wordt doorgegeven, maar in de KeK-spreadsheets kleurt het vak diep-en-dieprood.
Gelukkig zijn er nog docenten als Veluwenkamp en Rosendaal. Maar dat ze in hun vrije tijd noodzakelijk onderwijs geven, daar krijg ik een punthoofd van. Met een mutsje.
Lees alle columns van Adriaan Duiveman
Johan Oosterman schreef op 10 juni 2026 om 09:30
De spijker op zijn kop, Adriaan. Zo heb ik in de afgelopen jaren clubjes studenten begeleid bij een leesclub Middelnederlandse literatuur (die ze de belezenheid geeft die niet mogelijk is binnen de uren volgens de tabellen), lezen van zestiende-eeuwse teksten en nog meer. Het goede is dat er studenten zijn die zo gretig zijn dat ze daar graag vrije tijd voor vrijmaken (zoals ook wij dat graag doen). Het treurige is dat de noodzaak van stevige fundamenten buiten beeld raakt. Een beetje zoals Nederland nu kampt met een wankele infrastructuur (bruggen en viaducten, elektriciteitsnetwerken) omdat het lijkt alsof je daar jarenlang op kunt bezuinigen, totdat blijkt dat er ineens iets verloren is geraakt.
Ron Welters schreef op 10 juni 2026 om 09:32
Het moet zijn ‘ruggengraat’ en ‘clandestien’, maar verder is het een prima column.