Mag de Latijnse uitspraak bij academische plechtigheden wat stijlvoller en eenduidiger?
-
Het cortège tijdens de opening van het academische jaar. Foto: Johannes Fiebig
OPINIE - Bij het openen en sluiten van academische plechtigheden klinken steevast dezelfde Latijnse teksten. Hoe (goed) de voorganger van zo'n plechtigheid die teksten uitspreekt verschilt nogal, concludeert emeritus hoogleraar Milieukunde, Pieter Leroy. 'In veel gevallen gaan mijn haren recht overeind staan'.
‘Geagiteerde straatmus.’ Was dat wat ik hoorde? Toegegeven, mijn gehoor is niet zo goed meer. En ik had mijn stoel al weggedraaid van de livestream: de plechtigheid was immers bijna ten einde. Maar mijn brein maakte ‘geagiteerde straatmus’ van wat wellicht Gratias tibi agimus moest zijn.
In alle turbulentie over belangrijke kwesties aan de Radboud Universiteit even aandacht voor iets minder belangrijk? De Latijnse teksten als opening en slot van academische plechtigheden.
Columnist PH-neutraal heeft er zich al mee bemoeid. Hij/zij/x begreep de status die die teksten tegenwoordig meekrijgen – het heet geen ‘gebed’ meer, het zijn nu ‘de woorden’ – als symbool van de moeizame omgang met de katholieke identiteit. Daar is van alles over te zeggen, maar dat zal ik niet doen. Wel ben ik het met PH-neutraal eens dat een tekst waarin god wordt aanroepen en bedankt moeilijk iets anders dan een gebed kan zijn. Soit, ainsi soit-il.
Uitspraak
Het gaat mij niet om de status van die woorden, maar om hoe ze worden uitgesproken. Eerlijk, live of via de stream, in veel gevallen gaan mijn haren recht overeind staan. Ik noem enkele oorzaken van mijn fysiologisch waarneembare ergernis.
Eerst de teneur van die teksten, religieus of niet. De tekst aan het begin is een beleefd verzoek: Spiritus Sancti gratia illuminet sensus et corda nostra. In mijn vrije vertaling: “heilige geest, help ons om een beetje helder te blijven.” Bij het begin van de plechtigheid herinnert de dienstdoende voorzitter (rector, decaan, hooggeleerde, m/v/x) zich meestal nog dat het niet meer ‘gebed’ is, maar ‘de woorden’ of ‘de tekst’. Toch noemen sommige collega’s het nog ‘gebed’ of ‘prayer’: uit vergetelheid of uit verzet? Maakt mij niet uit, maar het zou stijlvoller zijn als het eenduidig was. Bovendien en zonder dramaturgische overdrijving: een verzoek kan het beste ook als een verzoek worden uitgesproken, vragenderwijze dus, en niet als een dienstmededeling op het station.
Aan het eind hoort dankbaarheid te klinken: Gratias tibi agimus, omnipotens Deus, pro omnibus beneficiis tuis. Qui vivis et regnas per omnia saecula saeculorum. Mijn vrije vertaling: “god: dank je wel voor alles.” Die geest van dankbaarheid schiet er vrijwel altijd geheel bij in. En tegen die tijd heeft een merkbaar groter deel van de voorzitters het toch weer over een gebed. Van mij mag het, maar wat wil je nu eigenlijk? En mag het ook aan het eind met wat stijl?
Latijns klasje
Dan die geagiteerde straatmus. Dat gaat over uitspraak sensu stricto. Dat is pas echt delicaat terrein. Op de middelbare school leerden we al dat we eigenlijk niet weten hoe Caesar en zijn makkers het Latijn uitspraken: seesar of kaisar? Het tweede kreeg de voorkeur. En we leerden dat kerk-latijn een eigen uitspraak-code heeft. Opnieuw: het maakt mij niet uit of de Radboud Universiteit kiest voor ‘kwie wiewies et rechnas’ of voor ‘kwie vivis et renjas’.
Een keuze op Radboud-niveau zal in deze gevoelige tijd misschien als centralistisch beleefd worden. Ik ben niet uit op nog meer polarisatie. Maar het zou qua stijlvolheid wel ontzettend helpen als één en dezelfde voorzitter (m/v/x) zich aan één type uitspraak zou houden. En klassiek Latijn of kerk-latijn, de ‘mus’ van agimus moet (‘must’) toch echt als ‘moes’ klinken. Dan hoort zelfs mijn imperfecte brein wellicht geen straatmus meer.
Natuurlijk, de tijd dat academici per definitie Latijn kenden, laat staan de meerslachtigheid (m/v/x) van de uitspraak daarvan, is lang voorbij. Maar je mag van academici die plechtigheden voorzitten wel verwachten dat ze weten wat ze aan het zeggen zijn en hoe dat stijlvol kan. In plaats van een Latijnse School is er wellicht behoefte aan een Latijns klasje, natuurlijk met een consultant die zorgt voor een goed begrip, voor een eenduidige status, een aangepaste zegging en een betere uitspraak van die openings- en slotwoorden. Dierbare Radboud Universiteit: doe het stijlvol of doe het niet.
DUMANON schreef op 11 augustus 2026 om 22:00
SALUTÉMUS GOUDAMUS, FRATRI ET SORORI ROTÈRODÁMI!
NOSTRI ET NOSTRUS ACCORDEMUS, AVÉC ET ÍN STYLAM.
Neeltje Christina le Gras van Tilborg schreef op 13 augustus 2026 om 17:37
Tegenwoordig is het basisonderwijs tot en met de studies aan de universiteiten, eer vereenvoudigd, omdat “iedereen” moet kunnen studeren, of men nou bekwaam is of niet. De lat is steeds lager gelegd. Geleerden moeten zelfs uit het buitenland komen.
Koen schreef op 14 augustus 2026 om 09:56
Ik vraag me ook wel eens af of men bij de uitleg aan de voorzitter de betekenis van de woorden meegeeft. Het zal er vermoedelijk wel eens bij inschieten, laat staan dat de uitspraak geoefend wordt. Voor de nieuwsgierigen en enigszins brutalen onder ons: ik heb jaren geleden eens gespiekt bij het tafelblad van de voorzittersplek in de corona: daar zat een spiekbriefje met de woorden vastgeplakt. Dat helpt niet alleen met het herinneren van de woorden, maar zorgt er tevens voor dat de voorzitter devoot het hoofd naar beneden knikt tijdens het uitspreken.
Overigens is de consensus dat een ‘g’ voor een ‘n’, zoals in ‘regnas’, in het Klassiek Latijn uitgesproken wordt als een ‘ng’, zoals in ‘zegening’. Het wordt dus niet ‘rechnas’, maar eerder ‘rengjas’ of, voor de Spaanstaligen, ‘reñas’.
L.J. Lekkerkerk (Hans) schreef op 14 augustus 2026 om 20:33
Zolang de leden van de ‘corona’, opponenten, promotor, co-promotor en (pro-)rector zijn en toga’s dragen, lijkt een opening en afsluiting in het Latijn en met intonatie confrom de strekking van de woorden wel passend.
Maar misschien moeten we het ook eens even hebben over de Latijnse spreuk in het logo ‘In dei nomine feliciter’ ofwel ‘wees in godsnaam gelukkig’ (of zoiets) … Hoe elitair wil de RU zijn?
De politie is haar al voorgegaan op dit punt want die voert nu ‘waakzaam en dienstbaar’ in haar wapen i.p.v. ‘vigilant ut quiescunt’ dat voorheen op elke politieauto stond.
Ben schreef op 18 augustus 2026 om 12:55
Je ergernis is begrijpelijk Pieter. Een uniforme uitspraak zou mooi zijn. Ik snap ook niet waarom iets wat overduidelijk een gebed is, moet worden aangeduid met “woorden”. Soms wordt ook die aanduiding vergeten en begint de voorzitter plompverloren met het gebed, waarna dan onmiddellijk de mededeling volgt: “Gaat u zitten”. Dat klinkt dan vaak alsof dat de vertaling is van wat zojuist is gezegd. Ik zou er voorstander van zijn, wanneer de voorzitter zegt: “Volgens de tradities van deze universiteit openen/sluiten wij deze academische zitting met een gebed in het Latijn.” Daarna volgt de tekst en wat mij betreft zou het goed zijn, als daarna de vertaling (misschien iets minder vrij dan door jou aangegeven) ook wordt gegeven, voordat de aanwezigen wordt verzocht te gaan zitten, dan wel begonnen wordt met het vertrek van het cortege. Ik heb persoonlijk niet zo veel op met gebeden, maar als je een traditie wilt handhaven, moet je dat niet zo halfslachtig doen als nu het geval is.
Jan-Piet Knijff schreef op 19 augustus 2026 om 10:41
In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt is behoorlijk duidelijk hoe jongens als Caesar, Cicero en Ovidius het Latijn uitspraken.
Alleen is dat ongeveer even relevant als weten hoe Chaucer of Shakespeare het Engels uitspraken: de literatuur van de Romeinen is nog niet 1 % van de hele Latijnse literatuur en het is moeilijk vol te houden dat Romeinse auteurs relevanter zijn dan die uit het anderhalve millennium erna, onder wie bekende Nederlanders als Erasmus, Hugo de Groot en Spinoza.
Verbetering is te verwachten zodra het Latijn in plaats van als een soort grammaticaal construct als een echte taal aangeboden zou worden. Zo te zien kan dat nog wel even duren.
Albert Premier schreef op 19 augustus 2026 om 21:49
Hoe spraken ze het Latijn dan uit & waar kan ik dat bekijken?
Pamm Dingemans schreef op 19 augustus 2026 om 10:46
Helaas zijn er geen geluidsopnames vanuit de tijden dat er echt nog latijn werd gesproken, ik zat in weert op het gymnasium en later naar breda, in weert werd caesar uitgesproken zoals jet het leest, in breda werd de c een k !?
We hebben geen getuigen uit die tijd ! Dus er is heen basis voor discussie wat iets oplevert.
Sanne schreef op 20 augustus 2026 om 14:41
Je kunt ook zonder geluidsopnames een heel eind komen hoor. Er zijn ook andere informatiebronnen. Je kunt er hier meer over lezen: https://www.addisco.nl/hoe-klonk-latijn-de-gereconstrueerde-latijnse-uitspraak/
Zelfs van de uitspraak van het nog veel oudere proto-indo-europees weten we van alles, en daar zijn niet eens geschreven bronnen van.