Man vs food (3)

25-02-2013, 00:00

(Vervolg van vrijdag) Clock is ticking. De situatie laat zich het best beschrijven middels de geluiden. Gekauw, gesmak, gekreun en gesteun worden afgewisseld door korte stiltes. Een wanhopige zucht en een smerige boer. ‘Sodes, die kwam van diep… Effe een slokje water.’ Het is overigens niet zo dat we geen tafelmanieren hebben. Het boeren is bittere noodzaak om plek te maken in onze magen en opkomende misselijkheid te voorkomen. De eerste kwart van de burger vliegt naar binnen, maar daarna moeten we alle zeilen bijzetten om verder te eten. Na twintig minuten gooit iedereen de handdoek in de ring. Iedereen, behalve Teun. De man die zich vandaag goeddeels op de achtergrond heeft gehouden blijkt te kunnen eten als een machine. Hapje voor hapje blijft er steeds minder over van de anderhalve kilo zware BigMac. Maar dan krijgt ook Teun het zichtbaar moeilijk. Met vijf minuten resterend moet hij nog een kleine boterham. Dit past in z’n holle kies, zou je denken, maar niet is minder waar. De holle kies van Teun is allang gevuld, net als zijn andere 31 tanden. Dit is pure wilskracht. Tegen heug en meug lepelt ‘ie het zompige brood naar binnen. Wanhopig kijkt hij op de klok, terwijl de saus langs zijn kin naar beneden gutst. Wij kijken met open mond toe. Even later schreeuwen we hem toe. Komaan jongen, je bent er bijna. Ga voor die ster aan de muur. Je kunt het. Doe het voor ons. Nog twee happen, één minuut. De knorrige serveerster van eerder op de avond snelt naar de keuken. ‘Chef, kom kijken! Snel!’ Hap één lukt. Onze held ademt zwaar en langzaam, maar het gaat. Dan hap twee, de laatste horde. Nog dertig seconden. De kok is komen kijken, stopwatch in de hand. Teun kauwt traag en lang. Hij wil niet meer, zijn pijn is voelbaar. Wij weten het ook niet meer. Maar dan, dan gebeurt het ongelofelijke. Hij slikt door. Even staat de tijd stil. Zweetdruppels vallen, monden vallen open en vreugdetranen worden gehuild. Ik hoor mezelf snikkend beloven Teuns hoofd op mijn borst te laten tatoeëren. Hij heeft, wat zeg ik, wij hebben het gedaan. Onsterfelijkheid. Met opgeheven hoofd rijden we terug naar Nijmegen. De moraal van dit verhaal? Gaat allen naar wegrestaurant Frans Op Den Bult aan de N342 in Deurnringen en waag met uw genootschap, dispuut of beste maat een poging de Onmeunige Bultburger meester te maken. Niet voor de Wall of Fame; niet voor de boxspring. Voor uw vriendschap.

Geef een reactie