Onze Taal

05-10-2018

Belg aan de Waal is zijn alter ego. Ken Lambeets streek kort geleden vanuit Brussel neer in Nijmegen en is nieuw op de redactie van Vox. De komende maanden schrijft hij over zijn ervaringen. Deel 10: Onze Taal.

Ken Lambeets Ken Lambeets verwisselde onlangs Brussel voor Nijmegen. In de Belgische hoofdstad schreef hij onder meer voor de stadskrant Bruzz. Ken houdt van fietsen, Frankrijk en wijn, en inmiddels ook een beetje van Nijmegen. Bekijk alle berichten van Ken Lambeets

‘In winkels krijgen we vaak commentaar. “Een Belg, gezellig!” Het is natuurlijk vriendelijk bedoeld, maar je hebt er niet altijd behoefte aan.’

Zelden heb ik zoveel zitten knikken als toen ik een tijdje geleden Dries en Anneleen interviewde, twee docenten geschiedenis die voor het werk van Antwerpen naar Nijmegen zijn verhuisd. In theorie spreken we dezelfde taal, maar in de praktijk worden wij Vlamingen in Nederland vaak herinnerd aan ons anders-zijn. Dat is ook zo op mijn werk, waar taal een belangrijke rol speelt. Collega’s die mijn teksten nalezen, onderstrepen regelmatig een woord of uitdrukking in het rood wegens ‘te Vlaams’.

Hoe dat komt? Soms is het een kwestie van jargon. Aan Vlaamse universiteiten schrijven mensen geen proefschrift maar een doctoraat. In Vlaanderen is het academiejaar net begonnen, hier is het collegejaar al even aan de gang. En in Leuven, Gent, Antwerpen, Brussel en Hasselt zitten studenten niet op kamers maar op kot.

Ook cultuur speelt een rol. Pas sinds ik in Nederland woon, begrijp ik hoe groot de invloed van het Frans op het Belgisch Nederlands is. Niet enkel gebruiken we in het Vlaams vaak Franse woorden zoals fermette (kleine boerderij), chauffage (verwarming) of camion (vrachtwagen). Nog vaker sluipen er leenvertalingen uit het Frans in mijn, euh, vocabulaire. Even geleden liet ik een bestuurder ‘iets op punt zetten’ (iets op orde brengen), een letterlijke vertaling van mettre à point. Vorige week had ik bijna geschreven dat een student op een ‘rondpunt’ (rond-point) van zijn fiets was geschept, in plaats van op de rotonde. En mijn vriendin vindt het altijd grappig wanneer ik Nederlandse namen zoals Martin, Olivier of Robert op zijn Frans uitspreek.

Soms is de herkomst van de spraakverwarring moeilijker te lokaliseren. Zo vind ik het nog altijd vreemd dat ik in België artikels schreef en in Nederland artikelen – dat doet me meer aan koopwaar denken dan aan een verhaal. Ook begin ik steeds beter te begrijpen waarom Nederlanders het Vlaams een schattig of exotisch taaltje vinden. Sommige Vlaamse uitdrukkingen zou ik nooit uit mijn geheugen willen wissen. Gelukkig mag ik in mijn columns nog wel schrijven dat ik goesting (zin) heb in frietjes of dat het op koopzondag ‘over de koppen lopen’ (heel druk) is in de Hezelstraat.

Maar Babylonische spraakverwarring ligt altijd op de loer. Toen ik een tijdje geleden aan een collega die binnenkort vader wordt, zei: ‘Het kort af’, keek hij me heel indringend aan. ‘Wat bedoel je daar nu weer mee?’ Hetzelfde gebeurde toen ik ‘moet er nog zand zijn?’ riep omdat mijn (Nederlandse) schoonvader een spelletje Scrabble met 500 punten voorsprong had gewonnen. Of toen ik aan mijn schoonmoeder vertelde dat het publiek bij een optreden van Frank Boeijen pas echt uit de bol ging bij de bisnummers. ‘Bij de toegift, bedoel je?’ Omgekeerd moet ik me inhouden wanneer Nederlanders na een copieuze maaltijd achtereenvolgens ‘vol zitten’ en moeten ‘poepen’: in Vlaanderen ben je dan respectievelijk zwanger en heb je behoefte aan een vrijpartij.

Als minderheid op de redactie en in de stad bestaat het gevaar dat ik binnenkort helemaal vernederlands. Een Belgische vriend op bezoek verbaasde zich over het feit dat ik zei dat we maar vijf minuten moesten ‘lopen’ tot het café. ‘Kunnen we niet gewoon wandelen?’, vroeg hij. En dat je een ‘pasje’ nodig hebt om met de wagen in de voetgangerszone te rijden, en geen ‘badge’ (spreek uit als batsj). In een artikel voor de nieuwe internationale Vox gebruikte ik zelfs het woord Vinex-wijk: geen Vlaming die weet wat ik bedoel. Voorts gebruik ik sinds een tijdje ‘baan’ voor ‘job’ en ‘bank’ voor ‘zetel’, maar daar blijft het voorlopig bij.

Een kwestie van tijd eer ik gewoon Nederlands spreek? Neen hoor, integendeel. Op onze dagelijkse ochtendvergadering zei een collega onlangs dat we dringend iemand moeten ‘contacteren’. Vrij naar Rowwen Hèze: ‘’t Is een kwestie van geduld, voor heel Nijmegen Vlaams lult…’

1 reactie

  1. Joachim schreef op 5 oktober 2018 om 14:29

    Courage daar in Nijmegen he Ken! Groe(n)ten uit Brussel 🙂

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands