Parijs

04-02-2013, 00:00

De laatste weken van januari, het is weer zover. Op Facebook word ik overspoeld met berichten van mensen die naar het buitenland gaan. Stage in Zuid-Afrika, afstudeeropdracht in Berlijn, buitenlandminor in Lissabon. Ik word er melancholisch van. Ik wil ook. Weg van de tentamens, weg van die zure winter hier. Maar ja: kan niet. Ik moet het doen met de foto’s van twee jaar terug. Toen, rond deze tijd, maakte ik mezelf op voor vertrek. Ik ging een half jaar naar Parijs. Geschiedenis studeren, volledig in het Frans. Mijn ouders vonden het aanvankelijk een ontzettend dom idee – ‘waar is dat nou weer voor nodig?’ – maar ze waren toch wel heel trots toen we eenmaal bij de Thalys stonden. Ik heb nog nooit zo’n dikke knuffel gehad van m’n moeder. ‘We gaan je missen, jongen’, drukte ze me op het hart. Pa gaf een ferme handdruk en een knikje. ‘Doe geen domme dingen, hè. En laat effe iets van je horen als je er bent.’ Wat volgde was het vetste half jaar uit mijn leven. Ik was nog nooit eerder in Parijs geweest en de eerste week was ik alleen maar bang dat ik beroofd zou worden door Banlieue-tuig – je blijft toch een dorpsjongen – maar toen ik eenmaal gesetteld was op mijn elf vierkante meter tellende chambre kon ik mijn geluk niet op. Ik verstond geen klote van wat al die Fransen zeiden, maar dat maakte niet uit. Dat ik een bed, drie kasten, een douche, een keuken én een chemisch toilet op wieltjes op mijn kamer had staan deerde niet. Parijs, jongens. Elf minuutjes van de Eiffeltoren. Onbeschrijflijk. Ik zou graag alles vertellen over wat ik heb meegemaakt in la ville lumière, maar daar is hier geen plek voor. Wat ik wel kan doen, is iedereen die nu niet kan slapen omdat ‘ie morgen vertrekt heel veel succes wensen. Bereid je voor op avontuur, feest en zelfkennis. En voor de toekomstige Parisiens: kom niet vast te zitten in de RER, spring niet van de Bir-Hakeimbrug af (of wel, zelf weten) en laat je niet gek maken door de Franse bureaucratie. En als je moeder straks belt: gewoon opnemen. Die mist je namelijk heel erg – net als wij – en je weet nooit wat er aan de hand kan zijn. Maak er iets moois van, jongens. Voor je het weet zit je weer in Nijmegen. Foto’s te kijken van hoe het ooit was, in de laatste week van januari. Ik wil ook!  

Geef een reactie