Bijna alle artsen in spe zijn wit. Deze hoogleraar gaat uitzoeken hoe dat anders kan

03 okt 2023

De doorsnee geneeskundestudent is wit en heeft hoogopgeleide ouders. Om de diversiteit op de medische faculteit te bevorderen gaat hoogleraar Karen Stegers-Jager onderzoek doen naar inclusie, diversiteit en kansengelijkheid binnen de opleiding geneeskunde.

Diversiteit is al jaren een aandachtspunt voor de Radboud Universiteit. Toch is het gros van de studenten – zeker ook aan de medische faculteit – spierwit. Hoe kan het dat de geneeskundeopleiding zo weinig divers is, en op welke manieren kan dit worden verbeterd?

Een diverse studentenpopulatie is hard nodig om vooroordelen in de spreekkamer tegen te gaan, vertelt Karen Stegers-Jager, die deze maand gestart is als hoogleraar Innovatief en persoonsgericht leren en werken in de gezondheidszorg. Doordat artsen in hun denken en handelen beïnvloed worden door – vaak onbewuste – vooroordelen, komt het voor dat bevolkingsgroepen die tot minderheden behoren minder goede zorg krijgen, aldus de hoogleraar.

‘Een grote groep jongeren denkt niet eens aan geneeskunde als toekomstige studie’

‘We vinden mensen die op ons lijken nu eenmaal aardiger, en ook eerste indrukken zijn hardnekkig. Dat zijn automatische processen die lastig te doorbreken zijn.’ Wat we volgens Stegers-Jager wel kunnen doen is de toelatings- en beoordelingssystemen zo inrichten dat eerste indrukken en vooroordelen minder grote invloed hebben. ‘Ik heb namelijk niet de illusie dat we dat probleem oplossen door iedereen een implicit bias-training te laten volgen’, zegt ze lachend.

Toelating

Dat begint volgens de hoogleraar al vóór de officiële selectie. ‘Er is een grote groep jongeren die niet eens aan geneeskunde denkt als toekomstige studie. Bij mijn vorige werkgever in Rotterdam hebben we daarom een programma opgezet om de toekomstige generatie na te laten denken of de studie misschien iets voor hen is.’

Foto: David van Haren

Leerlingen moeten daarvoor een beter idee krijgen van de opleiding. ‘Tot nu toe bestaat het beeld toch vooral uit stereotiepe specialisaties als chirurgie en kindergeneeskunde. Lang niet iedereen zal zich daarin herkennen.’ Wanneer de nieuwe toelatingsprocedures gevormd worden wil Stegers-Jager daar dan ook goed over nadenken. ‘Het moet niet alleen de vraag zijn of wij de studenten geschikt achten voor de opleiding, maar ook of de opleiding bij hen past.’

Opleiding

Maar dan zijn we er nog niet. Op het moment dat studenten de coschappen ingaan, ontstaan er namelijk plots grote verschillen in beoordelingen, legt Stegers-Jager uit. ‘Dan krijgen studenten met een migratieachtergrond en studenten met lager opgeleide ouders significant lagere cijfers.’

Dat is opmerkelijk, vertelt de hoogleraar. ‘Deze groep behaalt tijdens de bachelor namelijk vergelijkbare scores als de andere studenten.’ Dat de studenten uit de minderheidsgroepen minder goed zouden zijn in het klinische gedeelte, lijkt Stegers-Jager sterk. Mede door de omvang en door de diversiteit binnen deze groep.

‘Als iemand anders handelt dan jij, is die persoon niet meteen een minder goede dokter’

Waar komen deze lagere scores dan vandaan? Ieder land heeft zo zijn vastomlijnde ideeën over hoe artsen zich behoren te gedragen, legt Stegers-Jager uit. Ook Nederland. Die ideeën zijn gekleurd door de Nederlandse cultuur. Nederlanders zijn bijvoorbeeld vrij assertief, licht de hoogleraar toe. In veel andere culturen, zelfs bij onze buren net over de grens, wordt dat niet altijd gewaardeerd. ‘Zelfs iets kleins als een begroeting met ‘hallo’ of juist met ‘goedemorgen’ kan in verschillende culturen al andere ladingen hebben.’ Daar wordt onbewust op beoordeeld.

Heel vreemd is dat niet, vertelt Stegers-Jager. Het is namelijk menseigen om jezelf als referentiekader te gebruiken. ‘Maar omdat iemand anders handelt dan jij, is die persoon niet meteen een minder goede dokter.’ We moeten daarom verder kijken dan de Nederlandse aanpak. ‘Als we een brede groep studenten willen aantrekken, moeten zij ook de mogelijkheid krijgen om zich volledig te ontplooien.’

Beoordelingsmethoden

Om onbewuste discriminatie tegen te gaan, wordt er weleens geopperd meer narratieve feedback te geven in plaats van cijfers. Maar ook dat heeft zo zijn nadelen, weet Stegers-Jager. ‘We beschrijven mannen en vrouwen bijvoorbeeld op een heel andere manier. Bij mannelijke studenten worden in beoordelingen vooral hun kennis en kunde benadrukt, terwijl bij vrouwen de nadruk ligt op patiëntgericht contact en vriendelijkheid.’

Wat volgens Stegers-Jagers beter werkt, is om docenten te dwingen objectief te beoordelen. Zo zorgde Stegers-Jager er in Rotterdam mede voor dat in plaats van één algemeen eindcijfer voor een coschap er meerdere tussentijdse cijfers werden gegeven op specifieke onderdelen. Dat had direct effect. ‘Simpelweg het structureren van de beoordeling en het betrekken van meerdere beoordelaars zorgt er al voor dat verschillen tussen studenten verkleinen.’

Door voorbeelden als deze is Stegers-Jager ervan overtuigd dat het herinrichten van beoordelingssystemen de ‘witte’ blik kan verbreden. En dat is belangrijk, stelt ze, want de gezondheidszorg kan die bredere blik goed gebruiken. ‘Het gaat er uiteindelijk om dat we voor iedereen patiëntgerichte zorg kunnen bieden. Welke achtergrond, seksuele geaardheid of beperking je ook hebt. Maar om dat te kunnen doen moet iedereen zich wel erkend en herkend voelen. Zowel de patiënt als de student.’

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

1 reactie

  1. L.J. Lekkerkerk (Hans) schreef op 6 oktober 2023 om 11:31

    Misschien dat de lange studieduur de ‘niet spier-witte’ VWO-ers meer afschrikt dan welk ander aspect van de opleiding en het beroep (competitie om specialisatie-plaatsen en daardoor bizarre eisen, hoge werkdruk) dan ook.
    Het is zeer de vraag waarom die co-schappen nog altijd 3 jaar moeten duren. Ooit, lang geleden kon je in drie jaar veredeld stagelopen (‘Het is wit en loopt in de weg: rara?) alle medische sub-disciplines wel gezien hebben. Dat kan al lang niet meer.
    Stel dat academische professional-opleidingen als Rechten of Bedrijfskunde zouden voorstellen om de master drie jaar te maken zodat studenten zich in veel sub-disciplines kunnen verdiepen, dan steekt de Minister van Onderwijs daar een stokje voor: te duur.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!