Biologen gaan al 25 jaar op veldwerkreis naar Terschelling. ‘Hé, Henk zit onze onderzoeksdata op te eten!’

24 sep 2026

Een kampeerboerderij, stapelbedden, huurfietsen. De opleiding biologie neemt haar studenten al een kwart eeuw mee naar Terschelling voor een trip die veel doet denken aan een ouderwets schoolkamp. Belangrijk verschil: de studenten moeten onderzoek doen en krijgen daar studiepunten voor. Vox nam de boot en liep een dag mee. 'Hebben we een nieuwe soort ontdekt?’

‘Au!’ Vincent Thomas trekt zijn wijsvinger terug. Hij is zojuist gebeten door een insect. Weer wat geleerd: de beestjes die hij net uit een kleine poel heeft gevist en heeft overgegoten in een plastic bak, kunnen dus ook bijten.

In plaats van zijn vingers gebruikt de student uit Londen nu een pincet om de waterwantsen mee uit het laagje water te halen. ‘Je kunt ze het beste in een hoek drijven’, adviseert hij zijn studiegenoten.

Hoogleraar Wilco Verberk demonstreert hoe je een net hanteert. Wandelaars kijken mee. Foto: Johannes Fiebig

Hoogleraar Wilco Verberk doet het nog maar eens voor. ‘Je wordt er vanzelf handiger in’, zegt hij bemoedigend. Het grijpen van een paniekerig insect dat probeert te vluchten, doet denken aan het spelletje Dokter Bibber: vastklemmen en in een rechte lijn omhooghalen.

De studenten die op hun knieën in het gras zitten, hebben de opdracht vanmiddag vijftig waterwantsen uit een koeiendrinkpoel te verzamelen. Alle beestjes gaan over in plastic potjes gevuld met alcohol, om straks door diezelfde studenten gedetermineerd te worden.

Alles moeten ze leren: hoe je het schepnet door het water beweegt, hoe je de diepte van de poel meet (zet een hark op de bodem), hoe je watermonsters neemt.

Verberk gaat al sinds 2012 mee met de jaarlijkse Terschelling-reis van biologie. ‘De eerste jaren lag mijn focus op zo veel mogelijk onderzoeksdata verzamelen’, vertelt hij. ‘Maar dat heb ik inmiddels losgelaten. Het gaat erom dat studenten wat er allemaal bij veldwerk komt kijken. Het mag ook misgaan.’

Hij vraagt de studenten of ze weten dat alle waterwantsen die ze vangen ook kunnen vliegen. Nope, wisten ze niet. Verberk wijst op de verschillende types insecten in de bak: garnaaltjes, waterkevers, waterwantsen – van die laatste hebben de Nijmeegse ecologen in alle Terschellingjaren al meer dan twintig verschillende soorten aangetroffen.

Honderden miljoenen jaren evolutie

Een club wandelaars stopt bij de poel om te vragen wat de Radboudstudenten aan het doen zijn. En of de waterwants (‘nooit van gehoord’) dan verwant is aan de vervelende bedwants, wil een grijze dame weten. ‘Ja’, antwoordt Verberk die meteen zijn rug recht en in de doceerstand schiet. ‘Maar daar zitten wel honderden miljoenen jaren evolutie tussen.’

Is dat zo? Student Jolan Grenier kijkt vertwijfeld en pakt zijn telefoon erbij: ‘Hey Google…’ Hij herhaalt de vraag van de wandelaar hardop en knikt instemmend. 250 miljoen jaar ligt er tussen de ontwikkeling van de waterwants en de bedwants, zo citeert hij het wereldwijde web.

De Wierschuur, het onderkomen van de biologen. Foto: Johannes Fiebig

‘Ze hebben liever niet dat we tijdens het onderzoek onze telefoon gebruiken’, zal hij later zeggen tijdens het determineren van de insecten onder een binoculair. ‘Maar het gaat veel sneller als je er gewoon een foto van maakt en de app vraagt welke soort het is.’

De Terschellingreis heeft veel weg van een ouderwets schoolkamp. 35 studenten slapen in een afgelegen boerderij met stapelbedden. Er is een gezamenlijke ruimte vol picknicktafels en bij de entree staan alle regenlaarzen keurig op een rij.

‘Op Terschelling komen verschillende ecosystemen samen, dat maakt het echt een heel ander onderzoeksgebied dan Nijmegen’

Volgens Yvet Telgenkamp, een van de coördinatoren van de onderzoeksweek en zelf promovendus, is dit zo’n trip die studenten nooit meer zullen vergeten. Vanwege hun allereerste ervaring met veldwerk, maar ook vanwege de sfeer.

‘We moeten deze waddenreis soms wel bevechten op onze faculteit’, zegt de ecoloog. ‘Maar tot nu toe lukt het elk jaar. Op Terschelling komen verschillende ecosystemen samen, dat maakt het echt een heel ander onderzoeksgebied dan Nijmegen. En hier maken studenten alle fases van een onderzoek door. Van het bedenken welke materialen ze mee moet nemen tot het analyseren van de data.’

Eilandveteranen

Frits Janssen wordt door de staf liefkozend een ‘eilandveteraan’ genoemd. De technicus van HFML-Felix was er de eerste keer, 25 jaar geleden, al bij en zit nu met vochtige ogen een paar kilo uien te snijden. Vanavond staat er Franse uiensoep op het menu. Janssen heeft als vrijwilliger onder meer ‘logistiek’, ‘EHBO’ en ‘keuken’ in zijn portefeuille. De studenten wassen af, maar het koken gaat toch echt beter als een stel ervaren koks die taak op zich neemt, leert de ervaring.

Dit is een week waar hij jaarlijks erg naar uitkijkt, vertelt hij. ‘Deze groep voelt als een extended family.’ Vroeger gingen ze ’s avonds regelmatig op stap. Naar Hessel, de populaire waddenzanger die een eigen café had op Terschelling. Janssen vond het een fantastisch fenomeen. Tegenwoordig blijft de Radboud-club ook als het donker wordt op de accommodatie die helemaal aan het eind van de enige doodlopende weg van Terschelling ligt. De tijden zijn veranderd en zelf is hij inmiddels 64 jaar. ‘Sommigen van ons gaan ’s avonds nog even in zee zwemmen, maar daar blijft het meestal bij.’

Technicus Frits Janssen (links) en collega Stefan Weideveld maken uiensoep. Foto: Johannes Fiebig

Een tweede eilandveteraan is Henk Siepel. Deze onlangs gepensioneerde hoogleraar Dierecologie is voor de achttiende keer mee op Terschellingreis. Met zijn laarzen in de modder geeft hij studenten tips over hoe ze het best een riek kunnen hanteren. Het groepje dat hij vandaag begeleidt, heeft als opdracht stukjes waddenbodem te zeven en alle wormen, kokkels en andere beestjes die ze tegenkomen in flesjes te stoppen. ‘Ik zal het nog één keer voordoen’, zegt hij als hij een voet op het stuk gereedschap zet en een plak modder uitsteekt.

‘Ik zal het nog één keer voordoen’, zegt de hoogleraar

Hij wijst een veelkleurige zeeduizendpoot aan die tussen de mazen van de zeef een weg terug naar beneden probeert te vinden. De bedoeling is dat de studenten een link leggen tussen de hoeveelheid leven die ze in de bodem aantreffen en de verschillende vogelsoorten die op het wad voorkomen.

Later, als Siepel terug is bij de boerderij, pikt hij een verse kokkel uit een emmer met water en stopt hem in zijn mond. ‘Hé, Henk zit onze data op te eten!’, roept bioloog Yvet Telgenkamp lachend naar haar collega’s.

De week op het eiland mag dan gezellig zijn, de studenten worden wel degelijk geacht er iets van op te steken. Na een reeks excursies kregen ze op de vierde dag al een tentamen op locatie. En het complete keuzevak waarvoor ze hier zijn, genaamd systems ecology, levert studenten zes studiepunten op.

Juttersmentaliteit

Als je met biologen op reis gaat, eet je biologisch. Het menu voor de hele week is vegetarisch. De peren waar de keukenploeg stoofpeertjes van maakt, werden ergens langs de weg gratis aangeboden. ‘Dat is onze juttersmentaliteit’, aldus gelegenheidskok Frits Janssen.

Op zijn fornuis pruttelt intussen een compote van cranberries die studenten en staf samen op het eiland hebben geplukt. De crumble die er geurend naast ligt af te koelen, is uiteraard ook zelfgemaakt.

Henk Siepel en zijn riek. Foto: Johannes Fiebig

‘Als je me vraagt wat het verschil is tussen studenten van 25 jaar geleden en die van nu, zit het hem vooral in wat ze eten’, zegt Janssen. ‘Vegetarische maaltijden zijn nu onze standaard, maar en zijn ook veel veganisten bij. En je hebt studenten die geen gluten eten of een allergie hebben. We koken hier best veel aparte potjes.’

‘Het verschil tussen studenten van 25 jaar geleden en die van nu, zit het hem vooral in wat ze eten’

Hij zegt het zonder er vermoeid bij te kijken. Hij vindt het fijn om alle studenten tevreden te stellen. Werken met jonge mensen geeft hem energie, zegt hij. Collega-technicus Stefan Weideveld, die terwijl hij wacht tot de stoofpeertjes klaar zijn een breiwerkje heeft opgepakt, denkt er net zo over.

Aan een picknicktafel zijn de studenten van de waterwantsengroep inmiddels begonnen met het determineren van hun gevangen insecten. Ze hebben een handboek naast zich liggen en bestuderen bij een knisperend haardvuur de patronen op de vleugeltjes. Jolan Grenier tuurt door een binoculair. ‘Hebben we een nieuwe soort ontdekt?’ vraagt zijn studiegenoot hoopvol.

Dat niet, concludeert zijn hoogleraar, maar deze wants is wel een andere dan de eerdere die vandaag werden geanalyseerd. Het gaat om de Corixa Punctata.

Onderzoek op het wad bij eb. Foto: Johannes Fiebig

Op een huurfiets komen de laatste studenten terug van hun dag in het veld. Sommigen delen een tandem, omdat niet iedereen fysiek in staat is zelfstandig te fietsen. Op het terras voor de boerderij wordt het driegangenmenu geserveerd.

Henk Siepel benoemt de vogels die over het wad scheren. ‘Twee kleine zilverreigers!’ Steeds meer studenten draaien zich om naar de zee en turen door hun verrekijkers naar de dieren die daar leven en het veranderende getij. Opmerkelijk: vrijwel alle mobiele telefoons blijven uit.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!