BSA wijst aanmodderende student eerder de deur

26-10-2018

Het Bindend Studieadvies is de vrees van menig eerstejaarsstudent. Maar werkt de maatregel ook? Onderzoek van de Radboud Universiteit lijkt aan te tonen van wel.

Aanmodderen tijdens het eerste studiejaar is er sinds het collegejaar 2011/2012 niet meer bij. In navolging van andere universiteiten voerde de Radboud Universiteit toen het Bindend Studieadvies (BSA) in. Opeens moesten studenten tijdens hun eerste collegejaar genoeg studiepunten halen. Lukte dat niet, dan stond er nog maar één deur open en die leidde naar de uitgang.

Het BSA is sinds zijn invoering onder studenten altijd omstreden geweest – met hoogoplopende discussies in de medezeggenschapsraad tot gevolg. Zelfs de minister van Onderwijs leek heel even het BSA aan banden te gaan leggen – want te hoge druk op eerstejaarsstudenten – maar kwam daar toch op terug.

Het Nijmeegse college van bestuur heeft zich hoe dan ook altijd groot voorstander van het BSA getoond. Desalniettemin wilden de bestuurders ook weleens weten: wijzen ook de cijfers uit dat het BSA zijn werk doet?

Op basis van de tussentijdse rapportage die beleidsmedewerkers van de Radboud Universiteit hebben opgesteld, lijkt die vraag te kunnen worden beantwoord met een volmondig ‘ja’. Na de invoering van het BSA vallen studenten eerder uit in hun studie, zonder dat de totale studieuitval toeneemt.

Daarmee ondersteunt het onderzoek het standpunt van het college: de studenten die toch wel zouden uitvallen, doen dat nu in een eerdere fase van hun studie. Het onnodig aanmodderen – en daarmee tijd opslurpen van bijvoorbeeld docenten en studieadviseurs – is door het BSA teruggedrongen.

Verschillen

Echter, niet elke student is hetzelfde. Het BSA raakt sommige groepen harder dan andere. Meer vrouwelijke dan mannelijke studenten halen het BSA, internationale studenten vallen in het eerste jaar vaker af dan Nederlanders en studenten met een niet-westerse achtergrond zijn relatief vaker de klos dan autochtone studenten.

Al langer is bekend dat vrouwelijke studenten op de universiteit beter presteren dan mannen. De rapportage gaat niet diep in op de achterliggende oorzaken daarvan. Wel worden enkele mogelijke verklaringen genoemd die in de wetenschappelijke literatuur te vinden zijn: ‘vervrouwelijking’ van het onderwijs, verschillen in neurologische ontwikkeling en sociaal-culturele veranderingen in de samenleving.

Discussie

Betekent dit tussentijdse rapport dat de Universitaire Studentenraad zich na zeven jaar neerlegt bij het bestaan van het BSA? Die vraag willen de studentenvertegenwoordigers nog niet beantwoorden. Voorzitter Gijs Kooistra wijst erop dat de tussentijdse reportage nog niet is afgerond. ‘Pas daarna zullen wij een standpunt innemen.’

De studentenraad staat, ondanks de voorlopige resultaten van het onderzoek, niet zonder munitie. Zo kwamen onderzoekers van de Vrije Universiteit eerder dit jaar tot een minder rooskleurige conclusie over het BSA. De Amsterdamse onderzoekers toonden aan dat studenten die een negatief studieadvies krijgen, vaak opnieuw beginnen aan dezelfde studie, al dan niet aan een andere universiteit.

Volgens de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) is dat het bewijs dat het BSA niet werkt als studiekeuzehulp. ‘Integendeel’, schrijft voorzitter Carline van Breugel. ‘Een negatief BSA zorgt ervoor dat studenten automatisch een jaar vertragen, ze al hun behaalde studiepunten kwijt zijn, grote psychologische druk ervaren en een jaar onnodig hebben moeten lenen.’

In de tussenrapportage van de Radboud Universiteit zijn de uitkomsten van het Amsterdamse onderzoek nog niet meegenomen. Dat zal wel zo zijn als het eindrapport van de Nijmeegse beleidsmakers wordt gepresenteerd.

Meer lezen over Medezeggenschap? Bekijk dan ons dossier.

3 reacties

  1. Stijn schreef op 26 oktober 2018 om 15:07

    De conclusie dat het BSA overduidelijk goed werkt zie ik niet tevoorschijn komen als ik naar de cijfers in de rapportage kijk. Dat het rendement sterk wordt verbeterd lees ik niet in de cijfers terug, en over de begeleiding naar nieuwe opleidingen (verwijzende functie) zie ik in de rapportage verontrustende signalen.

    Op zich is het geen verrassende conclusie dat het rendement iets kan worden opgeschroeft. Door nog eens te selecteren na het eerste jaar kun je de ‘fouten’ in de matching oplossen, zo concludeerde ook Sneyers al eerder:
    https://www.scienceguide.nl/2017/12/bsa-is-op-hoogst-lapmiddel/
    Voor de Radboud universiteit kan ik uit deze rapportage echter niet opmaken of de daling significant is, en of deze niet te wijten is aan andere rendementsverhogende maatregelen. De grafiek wordt aangevoerd schept geen duidelijkheid en een statistische analyse ontbreekt. In ieder geval is het effect niet groot.

    In deze tussentijdse rapportage lezen we wel dat, van de studenten van wie data beschikbaar is, na het niet halen van het BSA 48% (!) het jaar daarop weer het BSA niet haalt. Dat is een regelrechte persoonlijke ramp. Zelfs nadat deze studenten een eerste keer van een opleiding af zijn gestuurd krijgen ze blijkbaar niet de nodige begeleiding om een goede studiekeuze te maken. Als resultaat staan ze twee jaar nadat ze aan de RU kwamen studeren nog altijd met lege handen, terwijl ze zich inmiddels al diep in de schulden hebben gestoken. Ik hoop dat het nog lukt om in de eindrapportage dieper in te gaan op de begeleiding en de ervaring van studenten daarover.

    Ook het moment waarop een BSA wordt uitgegeven moet denk ik ter discussie staan in de eindrapportage. Wanneer studenten met een negatief BSA gemiddeld slechts 16 studiepunten halen, moet het toch mogelijk zijn om deze studenten er al in de herfst uit te pikken.

  2. Jurgen Brink schreef op 30 oktober 2018 om 17:32

    Het feit dat er studenten zijn die na een eerste negatief BSA het jaar erop bij een andere opleiding weer tegen een negatief BSA aanlopen, zou ook kunnen betekenen dat het universitair onderwijs voor deze studenten wellicht te hoog gegrepen is. Ik zou niet direct, zoals Stijn doet, stellen ” krijgen ze blijkbaar niet de nodige begeleiding om een goede studiekeuze te maken”. Ongetwijfeld kan en zal dat meespelen. De eigenlijke vraag is hier niet zozeer het BSA, maar de vraag of de universiteit niet te toegankelijk is: studeren er niet te veel studenten die veel beter op een HBO tot hun recht komen? Ik weet dat in de huidige politieke context dit een gevoelige vraag is, want die raakt aan de toegankelijkheid, maar ik werp hem graag op als stelling om de discussie te prikkelen:

    – de universiteit is te toegankelijk

    • Tim schreef op 31 oktober 2018 om 21:08

      De kwalificatiefunctie van Nederlandse diploma’s is een groot goed, een ieder die zijn vwo diploma heeft behaald moet in principe kunnen studeren aan een universiteit. Dus vanuit die optiek is de universiteit niet ‘te toegankelijk’. Desalniettemin is er in de samenleving te veel opwaartse druk en onvoldoende waardering voor het hbo. Menig student kiest voor een universitaire opleiding omdat hij die mogelijkheid heeft, niet vanuit een intrinsieke motivatie voor wetenschappelijk onderwijs. Ook bij menig pre-master student is dit het geval.

      Mijns inziens draagt het strikte onderscheid tussen hbo’s en universiteiten bij aan het feit dat het hbo geen serieus alternatief meer is voor vwo’ers. Mogelijk kiezen weer meer vwo’ers voor het hbo wanneer een aantal hbo’s zich doorontwikkelen naar echte Universities of Applied Sciences…

      Juist studenten die hun BSA niet behalen dienen niet alleen te kijken naar andere opleidingen op universitair niveau, maar zouden ook eens een kijkje moeten nemen bij de buren! De universiteit zou dit advies ook kunnen meegeven.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands