Jongens blijven eerder uitvallen dan meisjes

23-02-2017, 08:10

Foto: Erik van 't Hullenaar

Mannelijke studenten haken eerder af dan vrouwelijke. Dat is al jaren zo en uit cijfers die Vox opvroeg, blijkt dat de kloof maar niet dichter wordt. Gebeurt er wel genoeg? Onderwijskundige José van Alst: ‘De studie moet aantrekkelijker en uitdagender worden voor jongens.’

De opgevraagde cijfers over studiesucces laten er geen twijfel over bestaan: meisjes voelen zich met hun studie meer senang dan jongens. Neem de uitval in het eerste jaar: al zo’n tien lichtingen achter elkaar is het beeld stabiel: een op de vier jongens houdt ermee op en wijkt uit naar studie of universiteit elders, naar het hbo óf kapt ermee. De meiden zijn veel honkvaster: maar een op de zeven houdt het in het eerste jaar voor gezien – een percentage dat zo’n zes jaar achter elkaar stabiel is.

Genderverschil
Het genderverschil tekent zich ook af in het studierendement. De maat is het aandeel studenten dat binnen vier jaar de bachelor weet af te ronden. Wat blijkt als je zo’n tien lichtingen achter elkaar zet? Dan heeft van de meiden iets meer dan 70 procent het diploma op zak, van de jongens iets meer dan de helft.

De maatregelen van de universiteit om het rendement op te krikken, bijvoorbeeld het bindend studieadvies vanaf 2011, werpen overigens hun vruchten af: de uitval in het eerste jaar neemt iets af, en het rendement neemt almaar toe. Zie de laatste lichting waarvan de cijfers bekend zijn, die van 2011: van die groep haalde 73 procent van de jongens het bachelordiploma in vier jaar. Van de vrouwen geldt dit voor 88 procent.

Vox legde de cijfers voor aan José van Alst, beleidsmedewerker van de opleiding Psychologie. Als onderwijskundige zette zij zeven jaar geleden al het grote verschil tussen jongens en meisjes op de agenda. Zij stelde vast dat onder leeftijdgenoten aan ‘jongens die erg hun best doen al gauw een nerdy imago kleeft’, anders dan bij meisjes. Volgens haar zit het wat strakke keurslijf van de studie de jongens minder gegoten, gezien hun grotere behoefte aan branie en experimenteren.

Geen maatwerk
Van Alst stelt vast dat het probleem allang bekend is, maar dat de sleutel tot studiesucces voor jongens nog niet is gevonden. ‘Er is niet één sleutel. Ik verwacht het meeste effect van een mix van grote en kleine maatregelen.’ Ze wijst op haar eigen opleiding, waar ze gemotiveerde jongens proberen te stimuleren met bijvoorbeeld betaalde student-assistentschappen. ‘Voor andere studenten – jongens én meisjes – vervult het Honours Programma die rol. En we nemen de jongens die zich aangetrokken voelen tot bestuurswerk en medezeggenschap zeer serieus.’

Welke stap moet de universiteit als eerste zetten om het studiesucces van jongens te bevorderen? Van Alst denkt aan meer maatwerk: inhoudelijk bieden de studies weliswaar keuzeruimte, maar wat betreft het vereiste studiegedrag volgens haar veel minder. ‘Dan is het nog steeds one size fits all.’ Ze vestigt haar hoop op het ‘gepersonaliseerd leren’ dat steeds meer in zwang komt, lees: alle studenten kunnen dan hun eigen leerdoelen en leerroute bepalen, te toetsen door wetenschappers en professionals uit het werkveld. ‘Studeren moet meer gaan lijken op het echte leven ná de studie.’

2 reacties

  1. Jeroen Toet schreef op 23 februari 2017 om 10:39

    ‘Jongens blijven eerder uitvallen dan meisjes’ ervan uitgaande dat niet iedereen 17 als hij aan zijn/haar universitaire studie begint vind ik dit een kleinerende titel. Ook in de tekst wordt gesproken over ‘jongens en meisjes’. Mannen en vrouwen zijn we. Wellicht mentaal nog niet, fysiek zeker wel.

  2. L.J. Lekkerkerk (Hans) schreef op 23 februari 2017 om 17:21

    Ik denk wel eens: “Was de studie maar zo belangrijk als hun bijbaan of het project wat ze doen voor/bij de studievereniging (zoals Synergy voor Bedrijfskunde en vele andere).”
    Op de één of andere manier de studie tot hun werk verheffen is iets wat ik ook al eens bedacht. Bijvoorbeeld door:
    Geen ketting van vakjes rijgen, maar steeds moeilijker opdrachten geven waarbij de kennis uit diverse vakken nodig is.
    Geen lening maar studieloon-naar-werken.
    Geen negatief bindend studieadvies, maar ontslag bij onderpresteren.
    Geen vrijbrief tot de bachelor na een positief advies, maar jaarlijkse beoordeling (uiteraard met een moderne HR-systematiek als 360-graden beoordeling).
    Geen gezeur meer over niet gemaakte of te laat ingeleverde opdrachten wegens ‘moeten werken om niet te hoeven lenen’…
    Kortom, (@Jeroen Toet) zouden de jongens en meisjes zich dan net zo volwassen gaan gedragen tov hun studie als werkende leeftijdgenoten dat wel moeten in hun baan? Dan ga ik hen voortaan met dames en heren aanspreken.

Geef een reactie