Grote verschillen BSA-uitval tussen opleidingen

07-12-2017, 07:17

Illustratie: Roel Venderbosch

De ophoging van het Bindend Studieadvies van vorig jaar heeft er niet toe geleid dat studenten massaal afvallen in hun eerste jaar. Wel zijn de verschillen tussen opleidingen enorm.

Het Bindend Studieadvies (BSA) is de vrees van menig eerstejaarsstudent: wie genoeg studiepunten haalt, mag door naar het tweede jaar. Wie faalt, moet stoppen met de studie.

Twee jaar geleden verzette de Universitaire Studentenraad zich tot het uiterste om de ophoging van de BSA-norm te voorkomen. Het college van bestuur wilde toen dat alle faculteiten een BSA-norm hanteerden tussen de 42 en 45 studiepunten. Die ophoging ging door, behalve bij de bètafaculteit, waar de facultaire studentenraad dwars bleef liggen.

De ophoging van het BSA vorig jaar was voor het college van bestuur reden om nu een evaluatie te laten doen over de doorwerking ervan. In een rapport, deze week besproken met de medezeggenschap, komt naar voren dat er procentueel niet meer studenten zijn afgevallen in het studiejaar 2016-2017 – het eerste cohort dat te maken kreeg met de ophoging. Sterker nog, het aantal ‘positieve adviezen’ is gestegen, van 72,4 procent naar 72,8 procent – ondanks de strengere eisen.

Toch is het te gemakkelijk om te concluderen dat een ophoging van het BSA niet leidt tot meer afvallers. Bij de faculteiten rechten en letteren, waar de norm het sterkst omhoog ging, zijn de positieve adviezen wel degelijk gedaald.

Verschillen

De grote verschillen tussen opleidingen vallen op. Waar bij geneeskunde 93 procent van de eerstejaarsstudenten het BSA haalt, ligt dat percentage bij geschiedenis op slechts 54,9 procent. De overige opleidingen hebben een percentage tussen die twee uiterste scores.

‘We steken veel energie in het begeleiden van studenten’

Dat het percentage bij geneeskunde zo hoog ligt, is mede te verklaren door de selectie aan de poort bij die opleiding. Wie al selecteert vóór aanvang van de opleiding, mag er op rekenen vooral goede studenten binnen te halen. Opvallender is daarom het percentage positieve adviezen bij Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie (CAOS). Met 90,5 procent positieve adviezen kent die opleiding de minste afvallers in het eerste jaar van de opleidingen zonder selectie aan de poort.

CAOS-studieadviseur Irene Nelissen ziet dat hoge percentage als iets positiefs. ‘Het is zeker niet zo dat ons onderwijs van een te lage kwaliteit zou zijn.’ Ze benadrukt dat de percentages per jaar verschillen. Een verklaring voor het hoge percentage positieve adviezen van vorig jaar zoekt Nelissen bij de verandering in het curriculum, in datzelfde jaar voor het eerst doorgevoerd. ‘We werken meer met kleine groepen. Daarnaast steken we veel energie in het monitoren en begeleiden van studenten. Ook door het jaar heen.’

Minder financiering

Harm Kaal, opleidingscoördinator bij geschiedenis, heeft te maken met heel andere problematiek. ‘Zijn’ eerstejaarsstudenten scoren het minst goed van de hele universiteit. ‘De verklaring? Die zou ik ook graag willen weten.’ Kaal vertelt dat er geen onderwijsvernieuwingen zijn doorgevoerd, waar het lage percentage aan te wijten valt. ‘Wel merkten we het afgelopen jaar dat de drang onder studenten om naar colleges te komen, nogal laag was.’

‘Je zou kunnen zeggen: de selectie via het BSA functioneert’

Met het lage percentage is hij niet bepaald tevreden. ‘Je zou kunnen zeggen: de selectie via het BSA functioneert. Maar voor ons betekent het ook: minder studenten en dus minder financiering.’ Kaal ziet echter geen reden voor paniek. Van een trend is dan ook geen sprake, aangezien de percentages in de voorgaande jaren boven de 70 procent lagen. ‘We verbinden hier daarom geen conclusies aan.’

Natuur- en sterrenkunde is de opleiding waar, na geschiedenis, de meeste studenten afvallen in het eerste jaar. Onderwijscoördinator Guido Swart hinkt, net als geschiedenisdocent Kaal, op twee gedachten. ‘Natuurlijk is het goed als studenten er in een vroeg stadium achter komen dat ze niet op hun plek zijn.’ Dat neemt niet weg dat het percentage omhoog moet. ‘Natuur- en sterrenkunde telt veel studenten die op de middelbare school vaak goed presteerden. Die willen we natuurlijk graag binnenboord houden.’ Ook, zo geef Swart toe, heeft het te maken met imago. ‘Niet iedereen op de universiteit denkt er zo over. We moeten de hand daarom in eigen boezem steken.’

Wil je weten hoe veel studenten bij jouw opleiding zijn afgevallen in het eerste jaar? Dat is hier op te zoeken. 

Geef een reactie