Een diploma is niet genoeg: ‘De prestatiedruk blijft toenemen’

07-09-2017, 11:37

Rector Han van Krieken slaat op de 'Kop van Jet'. Foto: AKKU

OPINIE - Demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) Jet Bussemaker riep studenten tijdens de opening van het academisch jaar op een balans te zoeken tussen prestatie en geluk. Maar, zo betoogt masterstudent Maarten Heinemann in onderstaand opiniestuk, zo simpel is dat niet. 'De hedendaagse student heeft steeds minder te kiezen tussen de twee gewichten op de weegschaal. De prestatiedruk blijft toenemen, met alle gevolgen van dien.'

Presteren als student wordt steeds minder vrijblijvend en het ministerie van OCW is daar deels voor  verantwoordelijk. Een kleine geschiedenis beweegt ons langs de tempobeurs (1993), de prestatiebeurs (1996), de langstudeerboete (2011), prestatieafspraken Hoger Onderwijs (2012) en het leenstelsel (2015). Beleidsmaatregelen met als doel om de studieduur van studenten zo kort mogelijk te houden en het rendement van nominaal studeren te verhogen. In eerste instantie was het beleid samen te vatten met de woorden ‘langstuderen moet de student geld kosten’, inmiddels is dit te verkorten tot ‘studeren moet de student geld kosten’. Het punt is duidelijk: presteren is de norm.

Maar over welke prestaties gaat het nou eigenlijk? Voor OCW ligt de nadruk op nominaal studeren, je studie behalen binnen de daarvoor uitgezette tijd is een prestatie op zichzelf. Veel studenten zullen dit echter anders ervaren, want ‘slechts’ een wo-diploma: wat zegt dat nu eigenlijk? De maatschappij heeft aanvullende eisen. Voor veel werkgevers is alleen een diploma niet meer genoeg. Bestuursfuncties, buitenlandervaring en praktijkervaring in de vorm van vrijwilligerswerk en (onbetaalde) stages zijn praktisch noodzakelijk om na je studie op niveau aan het werk te kunnen.

Excelleren

Daarnaast is studeren duurder dan ooit. Huurprijzen stijgen de pan uit, waarbij studenten gemiddeld 50 euro per maand te veel huur betalen. In steden als Amsterdam en Utrecht ligt dit gemiddelde zelfs op 100 euro per maand aan te veel betaalde huur. Een oneerlijkheid die velen voor lief nemen, omdat het verkrijgen van kamers lang niet altijd vanzelfsprekend is en omdat het verkrijgen van je rechten ook de nodige inzet van een huurder vraagt. Daarbij hebben studenten tijdens hun studietijd te maken met financiële verzwaringen, zoals de dubieuze collegegeldverhogingen onder minister Plasterk vanaf 2009.

Het individuele geluk komt hierdoor in de verdrukking. Studenten voelen meer druk om te presteren en maken daarmee meer keuzes vanuit het gevoel dat het moet: ik moet stage lopen, een bestuursjaar draaien, naar het buitenland, vrijwilligerswerk doen, en een bijbaan hebben. Studenten hebben daarmee meerdere ballen in te lucht te houden, waarbij de zoektocht naar een balans een ijdele opdracht is. Deze keuzes worden niet meer gemaakt om er plezier uit te halen of het geluk te laten opleveren, maar voor een sterk cv en ongewenste hoeveelheden stress.

Maarten Heinemann is masterstudent aan de Radboud Universiteit. Voorheen zat hij in de Universitaire Studentenraad van de Radboud Universiteit, nu is hij lid van het interim-bestuur van studentenvakbond AKKU. 

 

Meer lezen over rendementsdenken? Bekijk dan ons dossier.

Geef een reactie