Bussemaker: ‘Zoek balans tussen prestatie en geluk’

, 04-09-2017, 18:24

Minister Bussemaker (links), bestuurslid Wilma de Koning en Hanna Bervoets (rechts). Foto: Bert Beelen

Minister van onderwijs Jet Bussemaker en schrijfster Hanna Bervoets spraken op de opening van het academisch jaar over geluk. Terwijl Bussemaker daarbij onderwijs voor ogen had, zinspeelde Bervoets op een liefdesrelatie met een robot.

Bogen in het dak, donkere houten deuren en roodfluwelen gordijnen. De grote zaal in De Vereeniging heeft duidelijk meer allure dan de gymzaal van het Gymnasion waar een paar jaar geleden de plechtigheid nog plaats vond. Niet voor niets kwamen vanmiddag veel toehoorders opdagen bij de opening van het academisch jaar. ‘Voor zover ik weet de meest druk bezochte opening ooit’, zei rector Han van Krieken.

Jaloers

Maar ook de sprekers zullen mensen hebben aangetrokken. Naast schrijfster Hanna Bervoets was daar ook de minister van onderwijs. ‘In mijn waarschijnlijk laatste opening van het academisch jaar. Je mag tenminste hopen dat ze volgend jaar rond deze tijd wel zijn uitonderhandeld’, zei Jet Bussemaker. De minister bleek wel wat te kunnen met het thema van de opening: geluk (n.a.v. een enquête vorig studiejaar onder Radboudstudenten). Het deed haar denken aan haar eigen studententijd toen ze mocht proeven van ‘de onmetelijke rijkdom aan kennis’ op de universiteit. ‘Soms ben ik jaloers op de eerstejaars die nog aan hun studie beginnen en hopelijk eenzelfde ervaring hebben.’

Collegevoorzitter Daniel Wigboldus en minister Jet Bussemaker op de afterparty. Foto: Bert Beelen

De minister schetste de Radboud Universiteit als een universiteit ‘die verder kijkt dan rendement’. ‘Waar je kennis en vaardigheden op doet voor het verwerven van een goede plaats in de samenleving en niet alleen voor het verwerven van een goede baan.’ Ze haalde de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum aan die waarschuwt voor een samenleving waarin alles draait om rendement. Bussemaker: ‘Terwijl een samenleving burgers nodig heeft die empathisch zijn en die kritisch kunnen reflecteren.’

‘Dan mag u van ons als politici verwachten dat wij de randvoorwaarden scheppen.’

We moeten studenten opleiden tot zelfbewuste burgers, zei Bussemaker in de geest van Nussbaum. En daarbij hoort onderwijs dat geen race naar de top is, maar waar ook aandacht is voor zoiets als geluk. ‘Dan mag u van ons als politici verwachten dat wij de randvoorwaarden scheppen. Zodat we de delicate balans tussen de prestaties en het geluk van studenten kunnen waarborgen.’

In de hal van de Vereeniging voert vakbond voor de wetenschap VAWO een actie tegen de almaar oplopende werkdruk, samen met de netwerken van postdocs en promovendi. Foto: Bert Beelen

Hanna Bervoets had het met geen woord over onderwijs en onderzoek. Ze vroeg zich hardop af of robots de mens wellicht gelukkig kunnen maken. Kan een mens een robot überhaupt liefhebben? Het korte antwoord: ‘Ja, zolang we die liefde maar niet veroordelen.’ Want, stelde Bervoets, op dit moment staat onze schroom nog in de weg. ‘We verwachten een zekere wederkerigheid, maar die is er natuurlijk niet.’ En we vrezen misschien dat robots niet alleen onze banen, maar ook onze geliefden inpikken. Met de hulp van films en literatuur, laat Bervoets zien hoe we zo’n affectie nooit écht een succes laten worden. De robot verdwijnt, neemt de macht of vliegt spontaan in brand – een blijvertje is-‘ie nooit.

Toch denkt Bervoets dat robots ons wel degelijk geluk kunnen brengen. We moeten ze alleen niet zien als vervangers voor mensen. ‘Het plezier dat we beleven aan de relatie met een robot is anders dan die met een mens. Maar het is niet minder waard.’ Dat plezier kan ons vervolgens afleiden van pijnlijke emoties. En, stelde Bervoets, ‘wat is geluk anders dan afleiding van het permanente lijden?’

 

1 reactie

  1. Sylvia Lammers schreef op 6 september 2017 om 11:24

    Ook studente Maren Klein hield een speech bij de opening van het academisch jaar. Haar verhaal riep bij mij de vraag op: Hoe erg moet vrouwenonderdrukking zijn, wil je die afkeuren?
    Ze zei, iets ingekort, het volgende: ‘Op een koude Nederlandse winterochtend hielp ik een Syrische vrouw. (..)Ze liep op slippers. Na een tijdje zoeken en passen had ze eindelijk degelijke schoenen gevonden. (..)Toen haar echtgenoot haar zag in de schoenen, beval hij haar ze uit te trekken. Dit waren geen schoenen waar een vrouw in hoorde te lopen. (Ondanks uitleg..) bleef de echtgenoot bij zijn standpunt, mevrouw ging teleurgesteld en koud weg. (..) Ik probeerde mezelf in zijn schoenen te plaatsen. Hij had absoluut goede bedoelingen. Beide wilden wij het beste voor mevrouw. (..) Verschillen van mening, daar is niets mis mee.”
    Oh nee? Verplaatst Maren zich ook in de slippers van mevrouw? Ik denk toch dat die meneer vooral het beste wilde voor hemzelf!

Geef een reactie