Historicus Joost Rosendaal over 75 jaar bevrijding: ‘Onze manier van herdenken is veranderd’

17 sep 2019

Vandaag is het exact 75 jaar geleden dat Operatie Market Garden van start ging. Historicus Joost Rosendaal legt uit waarom we moeten blijven herdenken. 'We hebben een verhaal nodig om onze morele waarden aan te spiegelen. Dat is de Tweede Wereldoorlog.'

Afgelopen zomer legde Joost Rosendaal de laatste hand aan zijn nieuwe boek. Op basis van zo’n veertig locaties vertelt Oorlog in Gelderland het verhaal van de Tweede Wereldoorlog in de provincie en daarmee, bij uitbreiding, in heel Nederland.

De historicus groeide op met verhalen over de Tweede Wereldoorlog. ‘In tegenstelling tot veel andere mensen spraken mijn ouders er wél over’, zegt Rosendaal in zijn kamer op de tiende verdieping van het Erasmusgebouw. Zijn vader vertelde hem hoe hij door de Arbeitseinsatz verplicht werd om in een cementfabriek in Duitsland te werken. ‘Daar zat hij samen met Russische krijgsgevangen’, zegt Rosendaal. ‘Ze spraken elkaars taal niet. Maar als mijn vader, een tengere man, een cementzak niet kon dragen, nam een sterke Rus het van hem over. Later dook hij onder.’

De moeder van Rosendaal, nu 91 jaar oud, overleefde het bombardement op Nijmegen. ‘Na school liep ze van de Dominicanenstraat naar huis aan de Ooysedijk. Toen de bommen vielen, ging ze net de heuvel af. Ze dook weg in een portiek en voelde de grond onder haar voeten trillen. Een vriendinnetje van haar overleefde de bommen niet. Dat zijn de verhalen die mij gevormd hebben.’

Joost Rosendaal. Foto: Bert Beelen

Over dat bombardement en het rampjaar 1944 schreef Rosendaal tien jaar geleden Nijmegen ’44. Verwoesting, verdriet en verwerking. In november ligt zijn nieuwe boek over de oorlog in de schappen. Oorlog in Gelderland moet lezers naar alle hoeken van de provincie lokken, zegt Rosendaal. Naar de Muur van Mussert in Lunteren bijvoorbeeld, waar de NSB haar partijbijeenkomsten hield. Naar Hotel de Wereld in Wageningen, waar de Duitse overgave geregeld werd. Naar de musea in Oosterbeek, Groesbeek en Aalten. Of naar Putten, waar in 1944 na een razzia 552 burgers om het leven kwamen. En naar Nijmegen, want Market Garden, Operatie Veritable en de Waaloversteek konden natuurlijk niet ontbreken in het boek.

Hebt u nog iets nieuws ontdekt tijdens het schrijven van dit boek?

‘Ik had me nooit gerealiseerd dat de April-meistaking zo groot was in Gelderland. In 1943 moesten ruim 300.000 Nederlanders zich melden om in krijgsgevangenschap te gaan. Veel burgers kwamen daartegen in opstand. Een kwart van de doden die bij die staking vielen, kwam uit Gelderland. Bij Arnhem zijn bijvoorbeeld 22 stakers standrechtelijk doodgeschoten.’

Affiche voor de Hagespraak bij de ‘Muur van Mussert’ in Lunteren, 1939. Beeld via: Joost Rosendaal

‘Ook vond ik het opmerkelijk dat twee nazikopstukken een bezoek hebben gebracht aan Gelderland. Heinrich Himmler [leider van de SS, red.] hield een toespraak in de sporthal op Landgoed Avegoor in Ellecom, die door Joodse dwangarbeiders is gebouwd. In het in nazistijl opgetrokken complex werden Nederlandse SS-vrijwilligers getraind. En kort na de opening van de Diogenesbunker bij Schaarsbergen, een van de grootste bunkers van West-Europa, hield rijksmaarschalk Hermann Göring een vlammende speech. Hij was boos op zijn manschappen omdat ze niet verhinderd hadden dat steden in Duitsland werden gebombardeerd. Vreemd, want de Duitse vliegers leverden toch goed werk. Ik heb laatst nog geluncht op de plek waar Göring die toespraak hield. Dan krijgt zo’n plaats toch een andere lading.’

Waarom is het belangrijk om die plaatsen te blijven bezoeken?

‘Oorlogsmonumenten bezoeken is een ritueel dat ons tot bezinning brengt en ons over bepaalde waardes doet nadenken. Mensen trekken naar de Grebbeberg of de Gedachtenisruimte in Putten om een soort stilte te ervaren. Vergelijk het met bedevaarders die naar Santiago de Compostella wandelen of het graf van een heilige bezoeken.’

Wat hebben bevrijdingsfietstochten en Market Garden-wandelingen nog met de oorlog te maken?

‘Binnen de provincie Gelderland pleit ik er altijd voor dat er een verhaal wordt verteld. Dat toeristen niet alleen een mooie tocht maken, maar ook iets meekrijgen van de geschiedenis. Daarin ligt ook een rol voor de Radboud Universiteit.’

‘Toeristen moeten ook iets meekrijgen van de geschiedenis’

De komende driekwart jaar investeren de provincie Gelderland, gemeenten en tal van organisaties samen zo’n zeventien miljoen euro in de herdenking van de bevrijding. ‘Ik vind het belangrijk dat die miljoenen niet alleen worden ingezet voor champagnekurken of tijdelijke tentoonstellingen, maar ook om iets blijvends te maken”, zegt Rosendaal. ‘Bij Het Apeldoornsche Bosch, een Joodse psychiatrische instelling waar in januari 1943 in één nacht 1.300 patiënten en personeelsleden rechtstreeks naar de gaskamers werden afgevoerd, wordt nu een informatiecentrum ingericht.’

Is dat herdenken een recent fenomeen?

‘Absoluut, in deze vorm. In de jaren zeventig kwamen er nog maar dertig à veertig bezoekers naar de 4 mei-herdenking in Nijmegen. “We hebben nu 25 jaar herdacht, dat volstaat”, was het idee. In de jaren negentig kwam er een kentering. Vanaf 2000 is het aantal herinneringscentra over de Tweede Wereldoorlog met vijftig procent toegenomen. Tegelijkertijd gingen er steeds minder mensen naar de kerk. Tegenwoordig zijn er vier- tot vijfduizend aanwezigen bij de dodenherdenking in Nijmegen.’

‘Ook onze manier van herdenken is veranderd. Vlak na de oorlog lag de focus op gesneuvelde militairen en verzetshelden. Daar was een reden voor: het was de tijd van de Koude Oorlog en de jonge mannen die tegen de Russen zouden moeten vechten, hadden voorbeelden nodig. Pas recentelijk kwam de focus meer op burgerslachtoffers te liggen. Kijk maar naar de verontwaardiging wanneer burgerdoelen geraakt worden in Jemen of Syrië.’

Bladzijde uit het dagboek van Trees Schretlen uit Nijmegen, 1944. Beeld via: Joost Rosendaal

Voor De Gelderlander maakt u een reeks met oorlogsdagboeken van Nijmegenaren. Wat is daar zo bijzonder aan?

‘Net als de locaties in mijn boek zijn het ankerpunten die een verhaal over de oorlog uit de eerste hand vertellen. Vaak beginnen de dagboeken als brieven aan familieleden. Die brieven konden niet op de bus worden gedaan, omdat de post niet werkte. Het zijn een soort ‘Lieve Kitty’s’ [naar het dagboek van Anne Frank, red.], waarin mensen hun lief en leed vertellen. Dat brengt de oorlog heel dichtbij.’

Op welke manier?

‘In de archieven van de Luchtbeschermingsdienst lees je enkel feitelijke dingen, bijvoorbeeld dat op 27 september om 15.00 uur ergens een granaat is gevallen. In dagboeken lees je hoe de kalk van het plafond naar beneden valt en hoe iemands longen zich met stof vullen. Of je leest letterlijk hoe mensen een zenuwinzinking kregen. Sommige passages las ik met de hand voor de mond van ontzetting.’

Binnenkort zijn de laatste overlevenden er niet meer.

Zuchtend: ‘Memory goes to history, en de laatste getuigen verdwijnen. Ik heb niet zoveel met die uitspraken.’

Waarom niet?

‘Getuigen van de oorlog zijn al 75 jaar aan het veranderen. Op enkele veteranen na zijn de meeste mensen niet blijven hangen in 1945. Iemand die nu negentig is, was elf bij het begin van de oorlog. We zullen nooit meer verhalen horen van iemand die vijftig was toen de oorlog uitbrak.’

Gaat dat onze kijk op de oorlog veranderen?

‘Dat zou je denken, maar met die laatste getuigen verdwijnt de oorlog niet. Dat is een van de redenen waarom ik die ankerplaatsen zo belangrijk vind. In de dagboeken van Nijmegenaren spreken de mensen die de oorlog hebben meegemaakt vanuit hun tijd tot ons. Dat is ook belangrijk voor mensen van wie de ouders of grootouders niet uit Europa komen. Als iemand van Marokkaanse afkomst weet dat in zijn huis een Joodse familie woonde die in Auschwitz is vergast of dat in zijn buurt mensen zijn neergeschoten door de Duitsers, dan gaat hij daar op een andere manier naar kijken. Het betrekt hem bij een oorlog waarmee hij op het eerste gezicht niet zoveel te maken heeft.’

Hoe belangrijk is de oorlog nu nog?

‘De Tweede Wereldoorlog is nog steeds een enorm referentiekader. In publieke en morele debatten duikt Godwin [de ‘internetwet’ die zegt dat naarmate online discussies langer duren, uiteindelijk vergelijkingen gemaakt worden met Hitler of het nazisme, red.] vaak op. Onze literatuur, films en schilderkunst na de oorlog zijn er immens door beïnvloed. In Europa vinden we democratie en de rechtstaat belangrijk. We willen niet dat er gediscrimineerd wordt. De grondwet gaat pas leven als je beseft wat er kan gebeuren als die niet gerespecteerd wordt. We hebben een verhaal nodig om onze morele waarden aan te spiegelen, en dat is de Tweede Wereldoorlog.’

‘De Tweede Wereldoorlog is een enorm referentiekader’

‘Neem de Brexit: als de Britten straks uit de Europese Unie stappen, hoop ik dat we in Europa niet weer tegenover elkaar komen te staan. Dat zijn wel redenen waarom het verhaal van het verleden betekenis heeft voor de toekomst.’

Poolse parachutisten op weg van Overasselt naar Driel, 23 september 1944. Beeld via: Joost Rosendaal.

Waarom moeten we blijven herdenken?

‘Door te weten dat er oorlog was op de plek waar je woont en waar je fietst, zijn de oorlogen die we op televisie of via internet zien, niet meer zo ver weg. Nooit meer oorlog is een platitude, maar oorlog is echt een vreselijk iets. Daar moeten we iedere keer weer van doordrongen worden. Daarom is het zo belangrijk dat we die verhalen over de Tweede Wereldoorlog blijven vertellen, en daarom heb ik dit boek geschreven.’

Dit artikel verschijnt in de volgende editie van Radboud Magazine.

1 reactie

  1. Herman Aalbers schreef op 9 oktober 2019 om 01:55

    Beste Joost Rosendaal, mijn naam is Herman Aalbers. geboren 1950 ook een na-oorlogskind. Mijn vader was militair Gele Rijders Schaarsbergen lichting 1938. Gelegerd Grebbeberg mee “terug” naar Rotterdam en kon op 15 mei zien hoe terug in Nijmegen te komen. In militair klufje etc. Heeft 4 jaar moeten vluchten en acties ondernomen en kwam vanuit het zuiden terug met de Amerikanen en Engelsen in september 1944. Heeft zich toen ingezet als scout in de frontlinie om de bevrijders de weg te wijzen. Na deelname Waalbrug onklaar maken Duitse springstoffen is hij naar zijn verloofde gegaan in de Papengas. Ik zoek omtrent de inzet en deelname van burgers aan de bevrijding gegevens. Kunnen wij met elkaar hierover in contact komen? Met vriendelijke groet, Herman Aalbers Weezenhof 6347 6536 AS – Nijmegen.

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een dagelijkse of wekelijkse nieuwsbrief met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands