Hoe kansrijk is de rechtsgang van universiteiten tegen een deel van de onderwijsbezuinigingen?

08 jan 2026

Eind vorig jaar dienden Nederlandse universiteiten een bezwaarschrift in bij het ministerie van Onderwijs. Het doel: het schrappen van starters- en stimuleringsbeurzen terugdraaien. Maken de universiteiten een kans en wanneer wordt een uitspraak verwacht?

Waar gaat de rechtszaak ook alweer over?

In september 2024 besloot toenmalig Onderwijsminister Eppo Bruins, als onderdeel van de bezuinigingen op hoger onderwijs, om de starters- en stimuleringsbeurzen te schrappen. Dat zijn beurzen die bedoeld zijn om beginnende en andere wetenschappers meer financiële ruimte en rust te geven zodat zij zich beter kunnen richten op hun onderzoek en onderwijs.

Waarom is dat erg?

Die beslissing zette kwaad bloed bij universiteiten, omdat ze in strijd is met het bestuursakkoord dat ze in 2022 met de Rijksoverheid hebben gesloten. Onderdeel van dat akkoord was namelijk een structurele en meerjarige investering van 300 miljoen euro in beurzen voor jonge onderzoekers. Hierdoor lopen universiteiten dus een hoop geld mis.

Volgens de universiteiten is de overheid in deze zaak een onvoorspelbare partner gebleken. ‘Wetenschap is bij uitstek een kwestie van de lange adem. Heel veel baanbrekend onderzoek heeft een jarenlange voorgeschiedenis’, legt de woordvoerder van de Radboud Universiteit Martijn Gerritsen uit. ‘Daarom moeten wij kunnen vertrouwen op afspraken met de overheid die, over kabinetsperiodes heen, investeert in kennis en innovatie. Op deze manier kunnen universiteiten geen beleid maken, geen onderzoeksprogramma’s opzetten.’

‘De overheid is in deze zaak een onvoorspelbare partner gebleken’

Daarom besloten de universiteiten, op initiatief van de Radboud Universiteit en Tilburg University, deze bezuiniging aan te vechten bij de rechter. Met de zogeheten bezwaarprocedure willen de universiteiten ervoor zorgen dat de minister zich houdt aan het bestuursakkoord uit 2022.

Wat is de stand van zaken?

In de loop van 2025 dienden alle universiteiten een bezwaarschrift in bij het ministerie van OCW. Dat moesten ze individueel doen, omdat ze bezwaar maken tegen hun eigen rijksbijdragebesluit – dat is het besluit waarin wordt vastgelegd hoe hoog de rijksbijdrage is die een universiteit krijgt.

Op 3 december dienden alle universiteiten gezamenlijk een aanvullend bezwaarschrift in. ‘Dat focust zich inhoudelijk vooral op de vraag wat precies de waarde van een bestuursakkoord is’, zegt Gerritsen. ‘De overheid sluit een heleboel akkoorden, zoals het Preventieakkoord, zorgakkoorden en inzake hoger onderwijs. Als nu blijkt dat deze zomaar met één pennenstreek geschonden kunnen worden, dan leert dat ons iets over de betrouwbaarheid van een bestuursakkoord.’

Daarnaast gaat het in het bezwaarschrift over de geleden schade per universiteit.

Hoe kansrijk is deze rechtsgang?

‘We gaan de juridische procedure met vertrouwen tegemoet’, zegt Ruben Puylaert, woordvoerder van Universiteiten van Nederland. ‘Universiteiten moeten erop kunnen vertrouwen dat de overeengekomen afspraken uit het bestuursakkoord worden nagekomen, en dat het gaat om bindende en afdwingbare afspraken.’

Eerder bleek uit een intern advies dat ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs het mogelijk achtten dat een rechter een streep kan zetten door bezuinigingen op hoger onderwijs. Ook hoogleraar Bestuursrecht Raymond Schlössels (Universiteit Maastricht) concludeert dat de afspraken uit het bestuursakkoord bindend zijn en dat ze het karakter hebben van een bevoegdhedenovereenkomst. In een e-mail aan een Eerste Kamerlid schreef hij dat het eenzijdig niet nakomen van de afspraken door het ministerie “een schending [is] van de gemaakte afspraken en derhalve niet rechtmatig.”

‘Het is niet toegestaan om eenzijdig af te wijken van bindende afspraken in een bestuursakkoord’

Volgens hoogleraar Staats- en bestuursrecht Frank van Ommeren (Vrije Universiteit) en universitair hoofddocent Pim Huisman, die samen een handboek schreven over privaatrechtelijk overheidshandelen, is het in beginsel niet is toegestaan om eenzijdig af te wijken van bindende afspraken in een bestuursakkoord. “Mocht het toch zijn dat het akkoord wegens zwaarwegende belangen op onderdelen niet nagekomen hoeft te worden”, schrijven ze in een gezamenlijk advies, “dan is het uitgangspunt in de rechtspraak dat de wederpartijen van de overheid daarvoor gecompenseerd moeten worden.”

Wanneer wordt een uitspraak verwacht?

De wettelijke termijn voor een bezwaarbeslissing is zes weken, maar de overheid kan dit verlengen met nogmaals zes weken. Begin maart zou er dus een uitspraak moeten zijn.

Indien de uitspraak voor universiteiten negatief uitpakt, kunnen er mogelijk nog een beroepsprocedure en een hoger beroep volgen. ‘Dan zijn we mogelijk een half jaar verder’, zegt UNL-woordvoerder Ruben Puylaert.

Leuk dat je Vox leest! Wil je op de hoogte blijven van al het universiteitsnieuws?

Bedankt voor het toevoegen van de vox-app!

Geef een reactie

Vox Magazine

Het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit

lees de laatste Vox online!

Vox Update

Een directe, dagelijkse of wekelijkse update met onze artikelen in je mailbox!

Wekelijks
Nederlands
Verzonden!