Impasse vermeden: college van bestuur past vacatures campuspsychologen aan
-
De Aula. Foto: Diede van der Vleuten
Na een stevige brief van de ondernemingsraad heeft het college van bestuur de vacaturetekst voor twee nieuwe campuspsychologen aangepast. Daarmee is op het nippertje een breuk vermeden tussen bestuur en medezeggenschap. 'We moeten er als medezeggenschap op kunnen vertrouwen dat het CvB zegt wat het doet en doet wat het zegt.'
‘We hebben vorige week met een deel van de Universitaire Gezamenlijke Vergadering gesproken over de campuspsychologen en toegezegd dat de formatie teruggaat naar wat die was.’
Dat zei Stephan van Galen maandagmiddag in zijn eerste Gezamenlijke Vergadering als vicevoorzitter van de Radboud Universiteit.
Ook legde Van Galen uit dat de werving is gericht op kandidaten die voor onbepaalde tijd in dienst kunnen treden van de universiteit. ‘Je krijgt altijd eerst een aanstelling van één jaar met uitzicht op een vast contract.’ Volgens de vicevoorzitter is hierover ook al een gesprek gevoerd met een campuspsycholoog die reeds is geworven.
Stevige brief
Met de aanpassing van de vacatures lijkt een crisis afgewend in de medezeggenschap van de Radboud Universiteit. Begin september schreven de leden van de ondernemingsraad namelijk een stevige brief aan het college van bestuur van de Radboud Universiteit. “De randvoorwaarden voor de posities stellen ons diep teleur”, klonk het in de brief, die Vox kon inkijken.
De posities in kwestie betreffen twee vacatures voor een campuspsycholoog. De vacaturetekst voldeed volgens de ondernemingsraad niet aan afspraken die waren gemaakt met het college van bestuur.
Miscommunicatie
Wat was er aan de hand? In het kader van de bezuinigingen op hoger onderwijs was het college van bestuur voornemens om te stoppen met de dienstverlening van drie campuspsychologen. Maar omdat de OR daar niet mee akkoord ging, werd vorig jaar al afgesproken om de campuspsychologen te behouden.
Door miscommunicatie werd begin dit jaar aan de campuspsychologen meegedeeld dat hun dienst ‘voorlopig nog wel zou blijven bestaan’, terwijl er niets voorlopig aan dat besluit was. ‘Twee van de drie campuspsychologen hebben toen besloten om een andere baan te zoeken, omdat ze geen toekomst meer zagen op de universiteit’, zei OR-lid Wilma Philipse daar eerder over tegen Vox. Als gevolg daarvan gingen de wachttijden voor de campuspsychologen tijdelijk sterk omhoog.
In de Universitaire Gezamenlijke Vergaderingen (UGV) van juli en augustus stelde Philipse hierover kritische vragen aan het college van bestuur. In de UGV van augustus betreurde het college de misinformatie en bevestigde het de gemaakte afspraken. Maar toen de vacaturetekst voor twee campuspsychologen begin september werd gepubliceerd, bleek er opnieuw iets niet goed te zijn gegaan.
In de brief aan het college van bestuur hekelde de ondernemingsraad dat het een vacature betrof voor maximaal 1.0 fte, verdeeld over twee medewerkers, wat 0.1 fte minder was dan afgesproken. Daarnaast betrof het volgens de vacaturetekst een tijdelijke functie voor de duur van één jaar, “waardoor het structurele karakter onder druk staat en de vacatures zijn alleen open gesteld voor interne kandidaten”, aldus de OR-leden. Door alleen intern te werven zou volgens de OR mogelijk ook een niet-gecertificeerde psycholoog kunnen worden benoemd, die niet kan doorverwijzen naar de GGZ op basis van DSM criteria. “Inhoudelijk zou daarmee de kwaliteit van het aanbod uitgehold worden.”
Impasse vermeden
Met stevige woorden vroeg de OR aan het college van bestuur om de vacaturetekst daarom aan te passen. De OR-leden zetten ook een zwaar middel in: zolang de vacaturetekst niet aangepast werd, zouden ze het geven van adviezen en instemming opschorten. Dat zou betekenen dat de universitaire medezeggenschap in een impasse zou belanden aan het begin van het nieuwe academisch jaar.
‘We moeten er als OR/UGV op kunnen vertrouwen dat het CvB zegt wat het doet en doet wat het zegt’
Waarom de OR zo’n stevig middel wilde inzetten? ‘Het gaat om een duidelijke en concrete dienst waar veel medewerkers baat bij kunnen hebben, bovendien voor een relatief bescheiden bedrag in het licht van de totale bezuinigingen’, zei OR-woordvoerder Max Visser daar destijds over. ‘We moeten er als OR/UGV op kunnen vertrouwen dat het CvB zegt wat het doet en doet wat het zegt, anders valt de bodem onder de medezeggenschap weg.’
Maar zover is het dus niet gekomen: met de toezegging van de vicevoorzitter is de crisis in de medezeggenschap bezworen, bevestigt OR-woordvoerder Visser.