In het academisch paradijs (2)
-
Ocean view, Okinawa. Eigen foto.
Hoogleraar mathematische fysica Klaas Landsman werkt een halfjaar aan de universiteit van Okinawa. Tweede aflevering van een korte serie: ‘Ons overkwam hier iets zo onwaarschijnlijks dat je aan alles gaat twijfelen.'
De meer dan positieve indruk die Okinawa en het Okinawa Institute of Science and Technology (OIST) al in de eerst twee weken op mij maakten, is in de weken daarop alleen maar versterkt. Het paradijselijke zit hem behalve in de plaatselijke omgangsvormen en esthetiek ook in de organisatie.
De ongeveer negentig groepsleiders krijgen ieder niet alleen een flat met ocean view, maar ook structureel minstens vijf volledig gefinancierde promovendi en postdocs (zo ongeveer als bij de Max Planck-instituten in Duitsland). Geen tijd dus kwijt met almaar subsidieaanvragen indienen – die meestal nog mislukken ook.
Daarnaast profiteert iedereen, van groepsleider tot student, van het visiting program waar ik zelf ook aan verbonden ben. Dat programma versterkt de internationale reputatie van OIST, want ik voel me daar nu al een enthousiaste ambassadeur van (het wegbezuinigde Radboud Excellence Initiative speelde ooit een vergelijkbare rol).
Als persoon die een glas eerder halfleeg dan halfvol vindt, en die een somber mensbeeld hanteert, vraag ik mij af of het hier wel allemaal echt is. Een naar het brein van de briljante fysicus Ludwig Boltzmann (1844-1906) genoemd argument stelt dat de natuurlijke kans op een dergelijk brein aanzienlijk kleiner is dan de kans dat wij ons in een simulatie à la The Matrix bevinden. Is OIST dan wellicht ook een simulatie?
Inbreker?
Zo overkwam ons hier iets zo onwaarschijnlijks dat je aan alles gaat twijfelen: rond middernacht viel plotseling onze slaapkamerdeur in het slot, dat alleen van binnen kan worden gesloten, terwijl wij ons niet in die kamer bevonden. Mijn vriendin was als de dood dat een inbrekertje zich door het inderdaad openstaande – maar heel kleine – raam had gewurmd. Op de campus van OIST was echter nog nooit enige misdaad gerapporteerd.
Bovendien lagen, zo kon ik door ditzelfde raam zien, mijn portemonnee en laptop nog op het bureau in de kamer. Daar was ook niemand te zien, al kon niet worden uitgesloten dat het doel van de inbreker was om ons op zeer wrede wijze met een zwaard te vermoorden, en hij zich daartoe onder het bed of in de kast had verstopt.
Aan de andere kant was het vanzelf sluiten van het slot fysisch onmogelijk. Los van alle angsten en paradoxen konden we simpelweg ook de slaapkamer niet in en wilden we toch graag gaan slapen. De beveiliging was er gelukkig snel bij, en trommelde hun kleinste medewerker op, die dapper door het raam klom en niemand aantrof.
Het raadsel blijft! Zijn wij hier echt?