Is de universiteit rechts of links? Geen van beide, betoogt hoogleraar Bert van den Brink in zijn oratie
-
Bert van den Brink. Foto: Johannes Fiebig
Nee, de universiteit is geen neoliberaal bolwerk of linkse kerk, concludeert hoogleraar en FFTR-decaan Bert van den Brink vandaag in zijn inaugerele rede. 'Wel zijn er terechte zorgen over de academische vrijheid, wereldwijd én in Nederland.'
‘Hoe verzin je het!’ Dat zou de moeder van Bert van den Brink, gezegd hebben als ze haar zoon vandaag in toga en baret zijn inaugurele rede zou zien uitspreken als hoogleraar in de politieke filosofie. Het is zijn tweede oratie, van 2009 tot 2025 was hij hoogleraar politieke en sociale filosofie aan de Universiteit Utrecht. In juli vorig jaar begon hij in Nijmegen als decaan aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen.
Van den Brinks moeder loopt tegen de negentig en is niet aanwezig bij de plechtigheid: ‘Maar ze kan nog heel scherp waarnemen en daar leuke dingen over zeggen’, vertelt de hoogleraar glimlachend. ‘Mijn moeder kan nogal direct een oordeel geven over iets. Al vanaf de eerste seconde dat ik mij haar kan herinneren was ze zo. En over die toga zei ze altijd hetzelfde: die vindt ze heel raar en daar kan ze hartelijk om lachen.’
De hoogleraar begrijpt haar reactie en noemt het professorenkleed ‘een wonderlijke uitdossing die in veel opzichten niet meer zo past bij de verhoudingen rond autoriteit in onze samenleving.’ Toch hecht hij er ook aan. ‘Ik vind het mooi en belangrijk dat we rituelen hebben, waarin we ons ook aankleden om iets bepaalds uit te drukken.’
Kennisautoriteit
Met dat ‘bepaalds’ bedoelt Van den Brink onder andere de ‘autoriteit van kennis’ die een universiteit vertegenwoordigt. Een autoriteit die nog steeds stevig verankerd is in de Nederlandse samenleving, bleek vorig jaar uit onderzoek van het Rathenau Instituut. Gevraagd naar het vertrouwen van Nederlanders in verschillende instituties, zoals de rechtspraak, kranten of de Tweede Kamer, was het vertrouwen in de het instituut ‘wetenschap’ veruit het hoogste, met een score van 7,5. Ter vergelijking: de rechtspraak kwam met een 6,6 op de tweede plaats, kranten kregen een 5,7 en de Tweede kamer een 4,8.
‘Mensen geloven in de kennisinstellingen. Ze sturen hun kinderen er naartoe en zijn trots als ze op een dag hier naartoe mogen komen om te zien hoe dat diploma wordt uitgereikt’, vult Van den Brink aan. Politici en ook commerciële bedrijven proberen bovendien mee te liften op die autoriteit. ‘Die willen graag benadrukken dat wat zij zeggen ook door wetenschappers wordt bevestigd. Denk maar aan reclames waarin iemand in een witte laboratoriumjas een bepaald product aanprijst. Die witte jas suggereert dat er in een laboratorium onafhankelijk naar gekeken is en dat het onderzoek daarom betrouwbaar is.’
‘Er wordt vaak gezegd dat we een politieke kleur hebben, maar ik denk niet dat dat het geval is’
Betrouwbaar zijn als wetenschapper kan, zo legt de decaan uit, alleen als je je aan bepaalde regels houdt en niet beïnvloed wordt van buitenaf. ‘Dat is de kern van academische vrijheid: wetenschappers mogen zelf hun onderwerpen kiezen en hun wetenschappelijk werk in vrijheid doen, zonder niet-wetenschappelijke inmenging van bijvoorbeeld politiek of commercie. Academische vrijheid duid ik bovendien als een negatieve vrijheid. Het is een vrijheidsruimte waar anderen (niet-wetenschappers red.) zich niet in mogen mengen’, aldus Van den Brink.
Gedragscode
Wie wetenschap wil beoefenen en deel wil uitmaken van die negatieve vrijheid moet zich wel aan de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit houden. Deze integriteitscode, die sinds 2004 bestaat, is ‘het resultaat van zelfregie door de wetenschap’, vertelt Van den Brink. ‘Met als leidende principes, eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. En dan nog eens 61 normen die bepalen waaraan een onderzoeker zich, al dan niet in teamverband, moet houden.’
Misbruik van wetenschappelijke autoriteit door politici en commercie is iets dat de burger niet ontgaat: uit het eerder aangehaalde Rathenau-rapport bleek dat weinig mensen vertrouwen hebben in de conclusies die andere partijen trekken op basis van wetenschappelijk onderzoek. En hoewel het gemiddeld vertrouwen in wetenschap de afgelopen jaren nog licht steeg, is het aandeel mensen met een laag vertrouwen in de wetenschap ook gegroeid.

Bij die groep is er veel scepsis: universiteiten zijn in hun ogen linkse bolwerken met als doel om de woke-agenda steeds verder uit te rollen in samenleving. Of het zijn juist neoliberale bastions die de oude (kapitalistische) orde in stand proberen te houden, met bijbehorende privileges voor de elites. Heeft academische vrijheid een politieke kleur, vraagt Van den Brink zich dan ook af in zijn gelijknamige inaugurele rede.
Volgens Van den Brink is het antwoord op die vraag, nee. Ook al snijdt de kritiek van beide fronten soms wel degelijk hout en moet daar volgens de decaan ook serieus naar geluisterd worden. ‘Er wordt vaak gezegd dat we een politieke kleur hebben, maar ik denk niet dat dat het geval is. Ja, er zijn mensen met linkse en rechtse voorkeuren aan de universiteit. Alle kleuren komen voor, al zijn sommige misschien wat meer dominant dan andere.’
‘Als onderzoekers zich publiek uiten over meer politieke zaken, dan wordt het kritiek’
Maar zolang de politieke ideeën van een wetenschapper diens onderzoek niet beïnvloedt is er volgens de hoogleraar niks aan de hand. Daar is immers juist die gedragscode voor in het leven geroepen: ‘Als we die volgen, dan zijn we goed geëquipeerd om politiek gekleurde wetenschap te kunnen uitsluiten.’
Academische vrijheid
Al zijn er volgens hem ook grijze gebieden. ‘Als onderzoekers zich publiek uiten over meer politieke zaken, dan wordt het kritiek. Daar hebben we ook in deze universiteit meer dan genoeg ervaring mee, met wetenschappers en studenten die zich op niet wetenschappelijke wijze uitlaten over het Israël-Palestinavraagstuk. Je kunt dat niet vermijden als een universiteit, en je moet dat denk ik ook niet willen. Dat hoort bij wat ik de ‘tragiek van het liberalisme’ noem: we moeten heel veel toestaan waar we het zelf misschien niet mee eens zijn. Al zijn er natuurlijk wel belangrijke grenzen van veiligheid en non-discriminatie waarop we strikt moeten zijn.’
Academische vrijheid in Nederland
Volgens de recente Academic Freedom Index Update 2026 staat de academische vrijheid onder druk in ons land. Nederland gold dertig jaar geleden als een koploper binnen Europa wat academische vrijheid betreft, maar is nu een van de laagst scorende landen in Europa.
Van den Brink: ‘De politieke polarisering in ons land speelt daarin een grote rol, wetenschappers die werken rondom omstreden thema’s zoals migratie of klimaat, krijgen te maken met bedreigingen. In Nederland is ook een behoorlijke politieke sturing in welk type onderzoek geld krijg van de overheid, bijvoorbeeld via de NWO. Dat is ook een vorm van inmenging in de ogen van zo’n Academic Freedom Index. En de Nederlandse wetenschap is daarnaast sterk verbonden met de commercie, daar zit geld en ook interessante vragen. Als wetenschapper kun je daar mooi onderzoek doen, maar zo’n organisatie of bedrijf wil daar soms ook wat voor terug.’
Los van de politieke voorkeuren van academici zijn er volgens Van den Brink wel degelijk terechte zorgen over de academische vrijheid, wereldwijd én in Nederland. ‘We leven in een tijd waarin de machtigste president van de wereld de invloedrijkste universiteiten in zijn land aanvalt en dingen doet die tot voor kort totaal onvoorstelbaar waren. De vrijheid van universiteitsbesturen zelf beslissingen te nemen wordt met voeten getreden. Er zijn hele databestanden met onderzoek naar klimaat en ecologie offline gehaald. Dat raakt het onderzoek van duizenden onderzoekers, ook in Nederland.’
Volgens de hoogleraar verschilt de wereld waarin we nu leven dan ook sterk met die van dertig jaar geleden. In de decennia hiervoor bestond er nog een breedgedragen vertrouwen in internationale samenwerking en in instituties zoals de Verenigde Naties, de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, het Internationale Gerechtshof en de Wereldgezondheidsorganisatie. Academische vrijheid sluit aan bij deze waarden, maar wordt tegenwoordig door verschillende ideologische stromingen, met name aan de uiterst rechtse kant van het spectrum, niet langer als vanzelfsprekend beschouwd.
‘Het kabinet-Schoof schrok er niet voor terug om gemaakte financieringsafspraken hard terug te draaien’
‘Door de verkiezingsoverwinning van de PVV in 2023 en de vorige regering hebben we daar in Nederland ook ervaring mee’, vertelt Van den Brink. ‘Het kabinet-Schoof schrok er niet voor terug om eerder gemaakte financieringsafspraken met de kennisinstellingen hard terug te draaien. Dit heeft grote gevolgen gehad voor de financiële gezondheid van de wetenschap en voor de toekomstperspectieven van met name jonge wetenschappers.’
Polarisatie
In de komende jaren wil Van den Brink onderzoeken of we in Nederland en Europa eenzelfde ideologische aanval op de academische vrijheid moeten vrezen zoals wetenschappers in de Verenigde Staten die ervaren. ‘In Hongarije hebben we met het sluiten van de Central European University al iets vergelijkbaars gezien, ook al waait daar sinds kort weer een ander wind. En met de opkomst van partijen zoals AfD en Rassemblement National is het niet ondenkbeeldig dat Duitsland en Frankrijk de kant van de Verenigde Staten opgaan.’
‘Democratische rechtsstatelijkheid en een zekere vrijzinnigheid tegenover maatschappelijke diversiteit zijn voorwaarden voor academische vrijheid. Beide waarden staan onder druk.’ Volgens Van den Brink is het daarom belangrijk om onderzoek naar nieuwe politieke bewegingen en illiberale ideologieën in Nederland en Europa te verbinden met onderzoek naar de perceptie van wetenschap en academische vrijheid.