Joep Bos-Coenraad: Moet ik dat weten voor het tentamen?
Voor docenten is het een kwelling, studenten die vragen ‘moeten we dit ook voor het tentamen weten?’. Maar de vraag is hartstikke legitiem. De stof bij een vak is nooit perfect afgebakend. Een student moet bij het bestuderen van de stof en het voorbereiden van een tentamen zichzelf regelmatig de vragen stellen: ‘Is dit belangrijk?’ ‘Moet ik dit letter voor letter kunnen reproduceren?’ ‘Kan ik bij een multiplegok-tentamen het juiste vakje aankruisen?’ ‘Moet ik hier aanvullende literatuur bij raadplegen?’.
Natuurlijk wil een bevlogen docent het liefst dat studenten alles van a tot z bestuderen, maar voor iedere EC van de cursus heeft de student maar 28 uur te besteden. Met een programma van zestig EC per jaar komt dat uit op zo’n veertig uur studie per week. Een studielast die ik bij mijn studie overigens als vrij juist ervaar.
Een student die niet alleen de interessante dingen van de cursus wil bestuderen maar ook zijn vak wil halen, moet zich concentreren op de accenten van de docent. Het uit je hoofd leren van bijvoorbeeld structuurformules, jaartallen en citaten kan erg nuttig zijn, maar is tijdrovend en kan zomaar de aandacht weghalen van onderdelen die de docent *wel* wil toetsen. Dat betekent niet dat de zaken niet behandeld moeten worden. Integendeel. De geschiedenis van een vak, met bijbehorende grote namen, ontdekkingen en jaartallen, zou steevast een onderdeel moeten zijn van iedere cursus. Doden kunnen een vak tot leven brengen. De geschiedenis is een onlosmakelijk onderdeel van een academische cultuur. Toch is het in veel gevallen niet relevant details daarvan te toetsen ten koste van de inhoud.
De grote irritatie rond de gewraakte vraag, komt voort uit een veronderstelde desinteresse van de student. Let de gevreesde nep-academicus-in-opleiding nog op als de docent een onderdeel niet toetst?
Het juiste antwoord dat de docent in de situatie zou moeten geven is eigenlijk even eenvoudig als treffend: ‘Dat is een terechte vraag, daar kom ik aan het einde van het college op terug’.